Een Tarzan schuilt in elke man

Wat was vroeger nou het leukst om te doen tijdens de gymles, vroeg de caberetier Theo Maassen zich af in een van zijn shows. Apenkooien, is het onweerspreekbare antwoord. Het mocht alleen op bijzondere dagen; vlak voor de vakantie bijvoorbeeld. Het was leuker dan volleyballen, leuker dan basketballen en voor velen zelfs leuker dan voetballen. En toch zijn er geen apenkooiverenigingen in Nederland. Het is een mysterie waar onmogelijk alleen de caberetier mee kan worstelen.

Het antwoord wordt vanavond geleverd door de VPRO. In de documentaireserie Jongensdromen waarin jongens filmpjes mogen maken van hun dromen. Dat zou het mooiste kunnen zijn wat ooit op televisie is geweest, want zonder jongensdromen zouden er nooit verenigingen worden opgericht. Laat staan apenkooiverenigingen. Edward Koldewijn heeft de moed gehad de wording van zijn allereigenste apenkooivereniging te verfilmen. Het was zijn jongensdroom die met geld van de VPRO en een aardige hoeveelheid subsidiegevers mocht uitkomen. Daar is niets mis mee. Het enige probleem is dat het ook op tv vertoond wordt. Want hét antwoord op Theo Maassens vraag luidt dat apenkooiverenigingen nimmer een vrijwillig publiek zullen trekken, wat bij al die voet-, korf-, hand- en honkbalverenigingen wel anders is.

Wat is Edward Koldewijns jongensdroom? Hij wil graag Johnny Weissmuller zijn, de roemruchte vertolker van Tarzan, Lord of the Jungle, de frisgeschoren apenzoon die onverschrokken zijn welopgevoede Jane door het onmogelijke oerwoud leidt. Hij kan niet de enige zijn. Alle beschaving ten spijt wil elke man nog altijd Tarzan zijn. Ook de man met de stropdas voor wie we de urban jungle hebben uitgevonden.

Hoe komt Edward Koldewijns droom uit? Met een filmpje waar geen liaan aan vast te knopen is. Het begint met een aardig, ja zelfs charmant nostalgisch beeld in de Amsterdamse flatwijk Osdorp, waar Edward ons vertelt dat hij ooit een hut had, vlak naast de ouderlijke flat. Om die hut te bereiken zonder de locatie ervan aan zijn vriendjes te verraden, moest hij omlopen via de snelweg. Het is de regel van de toegevoegde complexiteit waar elke kleinejongensfantasie op gestoeld is.

Edward was Joop Zoetemelk als hij op de fiets zat, vertelt hij, Ard Schenk als hij thuis om de tafel schuifelde. Maar Tarzan durfde hij nooit te zijn, want dat kon alleen als hij groot en sterk was. Nu, 28 jaar later, is hij groot. En sterk wordt hij door heel veel te trainen in een krachthonk in het Olympisch Stadion (waar Weissmuller in 1928 de Amerikaanse ploeg aanvoerde) en door heel veel creatine en andere middelen te slikken. En hij verzamelt een regisseur, een producent en een Jane om zich heen om verder gestalte aan zijn rol te geven. Zijn rol in een toneelstuk dat eerst een gewoon Tarzanverhaal dreigt te worden, maar later zal gaan over een man die graag Tarzan wil worden.

Wat de kijker ziet is een soort `the making of', het soort verslagen zoals die ook wel over Hollywoodfilms gemaakt worden. Zijn ouders mogen iets zeggen over de x-benen die Edward vroeger had, zijn vriendin volgt hem met een videocamera door het huis, er zijn opnamen van repetities. En aan het einde zien we een korte scène van de toneelvoorstelling. ,,Het gaat over een vent die helemaal gestoord is'', zegt Edward. En daar heeft hij helemaal gelijk in.

Of is het gewoon de zoveelste fake-documentaire?

Dokwerk: Jongensdromen: Lord of the jungle, met de billen bloot, VPRO, Ned.3, 21.00-21.45u.