Eén man met één piano krijgt de hele gracht stil

Ruim 20.000 bezoekers kwamen zaterdag naar het twintigste Prinsengrachtconcert. Het evenement geldt als het hoogtepunt van het vijfdaagse Grachtenfestival, dat in totaal 45.000 bezoekers telde en gisteren eindigde.

Gezelligheid op zijn aller-Amsterdamst, dat is het Prinsengrachtconcert. Als aan het eind van de avond een koperensemble traditiegetrouw `Aan de Amsterdamse grachten' inzet en uitgedeelde AVRO-lampjes als vuurvliegjes meewiegen met de zingende menigte op bootjes, kade en het VIP-ponton, dan maakt het laatste restje vakantieheimwee plaats voor een behaaglijk gevoel van stadschauvinisme.

Het Prinsengrachtconcert begon twintig jaar geleden kleinschalig, met één pianist op een gehuurde dekschuit van de stadreinigingsdienst. Sindsdien zetten talrijke grote namen voet op het meer geavanceerde ponton. Maar voor het twintigste jubileumconcert werd besloten voor één keer terug te keren tot de proporties van weleer. Eén man, één piano.

Aan het opnieuw bewezen succes van die oerformule droeg dit jaar de uitgenodigde pianist alles bij. Arcadi Volodos (1972) oogstte in Nederland eerder doorslaande succes in de serie Meesterpianisten van impresario Marco Riaskoff en bewees zich ook op zijn eerste openluchtconcert een meesterpianist van zeldzame grandeur. Massief, solide, schijnbaar wars van zenuwen en met het hem kenmerkende technische gemak zette hij in met Étude-tableau op. 33 nr. 6 van Rachmaninov. Ook in drie door Liszt virtuoos bewerkte liederen van Schubert (Aufenthalt, Der Doppelgänger en Der Müller und der Bach) en Volodos' eigen bewerking van het Andante uit Rachmaninovs Cellosonate op. 19 bleken vingeratletiek en een ontroerende zeggingskracht in elkaars verlengde te liggen. Twee dissonanten met een passerende ambulance en een luidende klok waren daardoor eigenlijk de enige interrupties, ingebed door een met reden muisstil publiek.

Iets rumoeriger ging het toe in het voorprogramma, dat door marimbiste Claire Edwardes met woest geroffel en gevoel voor show werd ingeluid. Haar op verzoek van het festival gespeelde `bewerking' van de Prélude uit Bachs Vijfde cellosuite bleek behalve met veel zorg en onverstoorbare aandacht gespeeld in strikt muzikaal opzicht vooral merkwaardig, en moest het in aandacht afleggen tegen de doffe plons van een onfortuinlijke muziekliefhebber die met hangmat en al in het water stortte. Violiste Julia Fisher (17) verzorgde aansluitend een overtuigend eigen interpretatie van de Tzigane van Ravel, en gaf daarna de fakkel door aan cellist Daniel Müller-Scott (24), die met een opzwepend gespeelde visie op Brahms' Hongaarse dans nr. 5 aanzette tot een aangenaam onbezorgd meedeinen en klappen, waarbij ook het geluid van vrolijk ploppende flessenkurken aanmerkelijk aanzwol.

Sinds vier jaar staat het Prinsengrachtconcert niet meer los, maar maakt het als hoofdevenenement deel uit van het met veel zorg geprogrammeerde, meerdaagse Grachtenfestival, dat door directeur Alma Netten vorige week in deze krant werd omschreven als `een festijn waarover niemand klaagt'. Eén van de leukste onderdelen van het festival is zonder meer de kinderprogrammering, die zaterdag onder meer een zigeunerconcert met primas Nello Mirando in Felix Meritis omvatte.

Tussen huilende peuters en nieuwsgierige kleuters (,,Mamma, kan die meneer met die viool niet zitten?'' ,,Jawel liefje, maar die meneer is zigeuner. Die zitten niet.'') zette het Nederlandse zigeunerorkest Servus een matig opruiend `Zat een klein zigeunermeisje' in. Eerst werd er vooral door de moeders aarzelend meegezongen. Maar nadat Mirando zijn opwachting had gemaakt (,,Dat sloeg nergens op. Zeker voor kindjes moet je muziek maken met gevoel.'') dempte een groot deel van het gehuil en geritsel, en kon er – het festivalthema `in vuur en vlam' indachtig – passioneel worden meegeleefd met de ene czardas na de andere melancholiek stemmende mineurwals. Zelfs het geheim achter de ziel van de zigeunermuziek werd uit de doeken gedaan. Primás Juke Westendorp vroeg Nello Mirando hoe hij zó had leren spelen. Zou hij net als de kinderen in de zaal soms ook gewoon op de muziekschool hebben gezeten? Mirando: ,,Ja. Maar niet te lang.''

Hoogtepunt van het concert bleek de komst van Coen Gülcher (11), zoon van de klarinettist van Servus. Hij bespeelde de accordeon met zo'n stijlgevoel, flair en Weltschmerz die een oningewijde luisteraar met gesloten ogen minstens een dubbele leeftijd zou hebben vermoed. ,,Zeg Coen'', vervolgde Nello Mirando vriendelijk, ,,muziek is communicatie, nietwaar?'' En ronduit ontroerend was toen het moment waarop Coen op bevel van Mirando een speciale luisteraar in het publiek uitzocht, en voor de verliefde ogen van het uitverkoren peutermeisje vervolgens tòch nog met een zweem van verlegenheid speelde van heimwee, liefde en verlangen. Op en door zulke momenten is een klein festival groot.

Het eerste deel van het Prinsengrachtconcert met Claire Edwardes, Julia Fisher en Daniel Müller-Scott wordt door de AVRO uitgezonden op 25/8 22 uur, Ned.2.