De baan van Melkert

Met de pakkende leuze `werk, werk, werk' ging in 1994 het paarse kabinet aan de slag. Dat dit geen loos begrip was, bewijzen de statistieken nu al jaren achtereen. Flink geholpen door de conjunctuur is de werkloosheid spectaculair gedaald. In de Europese vergelijkingen staat de `banenmachine' Nederland in de hoogste regionen.

Voor dit succes wordt letterlijk een flinke prijs betaald. Met het zogeheten arbeidsmarktbeleid is inmiddels per jaar zo'n 11 miljard gulden gemoeid. Daarnaast is er jaarlijks nog twee miljard gulden aan fiscale stimuleringsmaatregelen beschikbaar. Al met al het dubbele van wat er nog in 1994 voor dit doel werd ingezet. Het geld gaat op aan een wirwar van regelingen: van specifieke scholingsmaatregelen tot direct gesubsidieerde banen. Omdat er zoveel partijen en instanties bij zijn betrokken is het zicht op de diverse uitgaven niet altijd even duidelijk. Hetzelfde geldt voor de effectiviteit van het beleid. Met een werkloosheid die onder de 3,5 procent is gedaald (tegen 7 procent in 1990) kan het geen kwaad om het arbeidsmarktbeleid en de daarmee gemoeide middelen aan een kritische beschouwing te onderwerpen. Dat was dan ook in de zomer van 2000 de reden voor de toezegging van minister Vermeend (Sociale Zaken) aan de Tweede Kamer om een breed georiënteerde studie te wijden aan de verdere ontwikkeling van het arbeidsmarktbeleid. Terecht, want als ergens de wet van de afnemende meeropbrengst een rol speelt, is dat wel bij het werkgelegenheidsbeleid.

Afgelopen vrijdag kwamen de bevindingen van de interdepartementale werkgroep via het NOS-Journaal naar buiten. Centraal stond de constatering dat tegen de verdubbeling van de uitgaven aan arbeidsmarktbeleid een daling van de langdurige werkloosheid met dertien procent stond. De commissie stelt voor een aantal facetten van het beleid aan te passen aan de gewijzigde arbeidsmarktomstandigheden. Het rapport van de topambtenaren heeft echter een zware politieke lading gekregen doordat direct de naam van PvdA-fractievoorzitter Melkert, van 1994 tot 1998 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, er aan is gekoppeld. Melkert was de afgelopen weken toch al veelvuldig in het nieuws wegens zijn betrokkenheid bij de ten onrechte ontvangen Europese werkgelegenheidssubsidies.

Dit alles moet weer worden bezien in het licht van de toekomst van Melkert die klaar staat om PvdA-leider Kok op te volgen. Een besluit van Kok om al dan niet na de volgende verkiezingen te stoppen wordt binnen enkele weken verwacht. De onrust van de afgelopen weken rondom Melkert maakt nog eens duidelijk dat personen en beleid moeilijk van elkaar te scheiden zijn. Beeldvorming is allesbepalend, zeker als de politiek zoals nu onder hoogspanning staat. Voor Melkert is dit een gegeven. Het hoofd koel houden en de zaken op hun merites bekijken is het even voor de hand liggende als ingewikkelde devies.