Burghulsalade met chipolataworstjes

Over die kleine kalfsworstjes, ook wel chipolata-worstjes genoemd, schreef ik al eerder op deze plek. Ambachtelijke slagers maken ze nog in eigen atelier en de ene heeft een betere hand met het vleesmengsel dan de andere. Kwestie van uitproberen. Chipolataworstjes, die niet langer zijn dan een halve pinklengte, worden voorgestoomd door de slager waardoor ze een matte, bleke vleeskleur hebben. Ze hoeven dus maar kort nagegaard te worden. Om die reden zijn ze handig voor de barbecue of om te verwerken in een verkoelende bulghursalade. En bulghur, eenmaal geweekt en uitgelekt, kan desnoods een dag of een nacht, afgedekt met plasticfolie, tot gebruik in de ijskast worden bewaard. Voor mensen met weinig tijd om aan de maaltijd te besteden, is dat heerlijke graan uitermate handig in gebruik.

Bereiding: Week de bulghur in ruim koud water gedurende 45-60 minuten (afhankelijk van de grootte van de korrel). Giet het graan af en laat het goed uitlekken opdat de korrels droog en donzig worden. Doe ze over in een ondiepe schaal. (Tot zover eventueel de voorbereiding.) Pocheer de kalfsworstjes 2 minuten in kokend en gezouten water, giet ze af, laat ze afkoelen. Houd een aantal worstjes apart, snijd de rest in korte stukjes en meng ze door de bulghur samen met munt, peterselie, kappertjes, plakjes olijf en de rucola. Breng de salade op smaak met zout en peper. Vermeng het citroensap met de olie en meng dit luchtigjes door de salade. Het is niet de bedoeling dat de salade zwemt in de dressing; houd hem zo droog mogelijk. Garneer met de achtergehouden worstjes en een enkel rood pepertje. Bij gebrek aan kalfsworstjes kunnen ook wel cocktailworstjes uit blik worden gebruikt. Minder lekker maar wel een mooier contrast.