Spierbundel Arnie de denkende vechtmachine

Filmmakers wringen zich al jaren in alle mogelijke bochten om de paradoxen van het tijdreizen op te lossen. Tevergeefs, al hebben die verwoede pogingen om de logica te slim af te zijn wel goede films opgeleverd, zoals de twee Terminator-films die deze week op tv te zien zijn.

Wie terug reist in de tijd, ziet zichzelf voor onoplosbare problemen gesteld. Bijvoorbeeld: alles wat je verandert heeft invloed op de keten van gebeurtenissen die ervoor hebben gezorgd dat je bent wie je bent. Dus logischerwijs zou je moeten veranderen op het moment dat je in het verleden ingrijpt. En natuurlijk is het onmogelijk om je eigen grootouders in hun jonge jaren te vermoorden en kun je evenmin je ouders ontmoeten voordat je bent geboren, want door die inmenging is de kans groot dat er een heel ander kind wordt verwekt.

Een stripverhaal uit de jaren vijftig maakte het helemaal mooi bont. Een jongeman reist 25 jaar terug in de tijd en wordt verliefd op een prachtige vrouw met wie hij een zoon krijgt. Na twee jaar wordt hij teruggeflitst en wat blijkt: deze vrouw is zijn moeder in haar jonge jaren, dus zijn eigen zoon dat is hijzelf.

Moeilijkheden met de logica van de tijd schuilen soms in kleine gebeurtenissen. Het vertrappen van een insect kan grote gevolgen hebben. Bij terugkomst in de eigen tijd blijkt iedereen bijvoorbeeld ineens een afwijkende taal te spreken, zoals een personage ooit overkwam. Het maakt terug-in-de-tijd-verhalen geknipt voor mensen die troost halen uit het geloof dat elke gebeurtenis, hoe klein dan ook, belangwekkend is.

De schrijvers van dit soort sciencefiction maken zich zelden druk over het realiteitsgehalte. En echt erg is dat natuurlijk niet. Bovendien zorgen de vernuftige afleidingsmanoeuvres in de Terminator-films dat de kijker niet eens de tijd krijgt om te twijfelen aan de logica van het verhaal.

Vooral de weergaloze actiescènes eisen alle aandacht op. Regisseur James Cameron toonde zich er zo'n meester in dat hij zelfs de haters van het genre over de streep trok. Het resulaat is dat de beide Terminators als een van de eerste adrenalineblockbusters (met humor) in de canon van de `goede films' terechtkwamen. Cameron droeg daar zelf flink aan bij: hij nam de critici de wind uit de zeilen door in Terminator 2 zelf al de knokstatus van Arnie te hekelen.

Ook visueel hebben de films zo veel te bieden dat niemand zich zorgen maakt over de mogelijke inconsequenties in het tijdverloop. Zoals de stoïcijnse robot van vloeibaar metaal en het camerastandpunt vanaf de motorlaarzen van Arnold Schwarzenegger. En de dreigende humor van de befaamde zin ,,I'll be back'' moedigt ook al niet aan tot overpeinzingen.

The Terminator (1984) was pas zijn tweede film, na de B-film Piranha II, The Flying Killers, maar James Cameron schreef al jaren voor zijn Aliens en Titanic filmgeschiedenis.

Hoofdpersoon Arnold Schwarzenegger bracht het tot het supersterrendom dankzij zijn rol als slechterik: een mensvormige robot die naar het verleden wordt teruggezonden om de toekomstige rebellenleider via een geweer voortijdig de mond te snoeren. Ook al niet iets dat zonder tijd-logische gevolgen kan blijven.

Zoals gebruikelijk in elke Schwarzenegger-film staan de Terminators garant voor niet geringe levenslessen en ethisch-wetenschappelijke vraagstukken. Het zijn niet de minste kwesties. De kloonproblematiek, kunstmatige intelligentie en de ingewikkelde werking van het geheugen mogen zich in de aandacht van Arnie verheugen. Wie weet komt er een dag in een verre toekomst dat hij als visionair filosoof wordt ontdekt.

The Terminator (James Cameron, 1984, VS), zaterdag, Net5, 22.15-0.10u.

Terminator 2: Judgment Day (James Cameron, 1991, VS), vrijdag, SBS6, 20.30-23.15u.