Schaduw dollar glijdt over Damrak

De recente verzwakking van de dollar is goed voor de stemming rond de introductiecampagnes van de eurobiljetten. Beleggers op het dollargevoelige Damrak zullen er minder tevreden mee zijn.

De stemming stijgt in Brussel en Frankfurt. Vlak voordat dit najaar de grote euro-campagnes voor de invoering van de munten en biljetten in 2002 van start gaan, maakt de euro zelf op valutamarkt een sterke periode door. De koersstijging, van nog geen 0,84 dollar per euro op 5 juli tot net boven de 0,92 dollar per euro afgelopen donderdag, is nog pril. En de vreugde kan prematuur blijken. In januari van dit jaar klom de euro nog tot 0,95 dollar, om vervolgens toch weer terug te zakken tot zijn dieptepunt in juli.

Feit blijft dat de Europese munt een plotselinge kracht vertoont. Maar of beleggers er blij mee moeten zijn, is een tweede. Met name de Amsterdamse beurs is extreem dollargevoelig. Gisteren daalde de AEX-index tot 522,63 punten, en dat is de laagste stand sinds 22 maart. De jongste uitglijder van de beurs hangt nauw samen met de daling van de dollar ten opzichte van de euro.

Dat komt doordat bedrijven die de index domineren omvangrijke Amerikaanse activiteiten hebben. Koninklijke Olie en voedingsconcern Unilever, die hun resultaten al in dollars en ponden rapporteren, zijn daar oude voorbeelden van. De jongere generatie groeiers, die sinds de jaren tachtig hun Amerikaanse imperium zijn gaan uitbouwen, zijn minstens even belangrijk voor het dollarkarakter van het Damrak. Ahold en Aegon halen ruim de helft van hun omzet uit de Verenigde Staten, ABN Amro is de grootste buitenlandse bank in Amerika. ING zet ruim een derde in de VS om, Philips, Fortis en Akzo een kwart. En na een reeks van overnames in de VS komen er alleen maar méér dollargevoelige fondsen bij: Numico, Buhrmann, ASML.

De dollar werkt bij bedrijven op drie manieren door in hun resultaten. Hij betekent een `transactierisico' omdat de export van producten naar de VS – teruggerekend vanuit goedkoper wordende dollars – minder oplevert. Een lagere dollar geeft ook een `translatierisico' omdat door Amerikaanse dochters behaalde winst in euro's gerekend minder wordt. En er is het `economisch risico' dat vooral bestaat uit het verlies van concurrentiepositie en marktaandeel ten opzichte van tegenspelers in Amerika en andere dollarlanden.

Tegen de invloed van een dalende dollar is wel het nodige te doen. Maar het indekken tegen een dollardaling op de valutamarkt, door termijncontracten, opties en zogenaamde `swaps' (ruilcontracten van betaalverplichtingen) heeft zijn grenzen. Het is duur, en gaat dus ten koste van het resultaat. Een deeloplossing is het financieren van Amerikaanse activiteiten in dollars, zodat de winsten weliswaar teruglopen, maar de verplichtingen ook. De pijn kan ook worden verzacht door Amerikaanse dochterondernemingen die vanuit de VS exporteren, en hún concurrentiepositie bij een lagere dollar juist zien verbeteren.

Bovendien is een gangbaar neveneffect van de sterkere euro dat de rente thuis, in Europa, omlaag gaat. De tienjaarsrente daalde deze week tot onder de vijf procent. En de kans is toegenomen dat de Europese Centrale Bank van de sterke euro de ruimte krijgt om op zijn eerstvolgende bijeenkomst op 30 augustus zijn rentetarieven te verlagen.

De zonzijde van de sterke euro en een zwakkere dollar toont zich echter op een veel langere termijn dan de schaduwzijde. Dat maakt dat de dollar hoe dan ook doorklinkt op het Damrak, waar de korte spanningsboog van de belegger regeert. Op nevenstaande grafiek is te zien dat Nederlandse aandelen het relatief goed doen als de dollar stijgt, en juist `underperformen' als de Amerikaanse munt verzwakt. Het retailconcern Ahold, dat inmiddels meer Amerikaans dan Nederlands is, toonde zich het afgelopen jaar kampioen dollargevoeligheid. In de periode dat de dollar steeg, tussen 5 januari en 5 juli, was Ahold met een koerswinst van 16,3 procent de grootste stijger van het Damrak. In de periode sinds 5 juli tot gisteren, toen de dollar aan zijn recente daling begon, kelderde Ahold met ruim 12 procent. Alleen uitgever Wolters Kluwer en de geplaagde technologiesector, die hun eigen problemen hebben, daalden harder.

Geen treasurer die de betaal- en financieringsstromen in een groot concern optimaliseert en in goede banen leidt, zal zijn bedrijf helemaal immuun kunnen – en willen – maken voor een zwakke dollar. Voor het overige moeten de omstandigheden op de valutamarkt worden geaccepteerd, zoals het weer: jammer dat het regent, maar protesteren heeft weinig zin.