Nieuwe bondscoach ziet weer gretige hockeysters

Onder leiding van Marc Lammers, sinds 1 januari bondscoach van de Nederlandse hockeysters, begint de gerenoveerde nationale ploeg vandaag aan het toernooi om de Champions Trophy in Amstelveen.

Ooit baarde hij opzien door zich bij een strafcorner met gevaar voor eigen leven ruggelings in de baan van het schot te begeven. Het listige kunstje, bedacht door coach Toon Siepman, werkte wonderwel. Dankbaar profiteerden de schutters van het gebrekkige zicht van de doelman en zijn lijnverdedigers. Het zogeheten lammeren kreeg, zowel nationaal als internationaal, op grote schaal navolging.

Ook als trainer-coach ontpopt Marc Lammers (32) zich als een vernieuwer. Nog geen acht maanden is de oud-aanvoerder van Den Bosch in dienst als bondscoach van de Nederlandse hockeysters en nu al lijkt sprake van een cultuuromslag. Al gaat die conclusie hem zelf te ver. Met een zuinige glimlach: ,,Cultuuromslag vind ik een groot woord. Laten we het er maar op houden dat ik een aantal ideeën in praktijk heb gebracht.''

Eén daarvan was het geleidelijk opvoeren van de trainingsintensiteit, van zes naar gemiddeld veertien uur per week. Ook het aantal verplichte bezoekjes aan het krachthonk verdubbelde op last van de oud-bondscoach van Spanje: van twee naar vier uur. ,,Het international tophockey vergt explosiviteit in de kleine ruimte'', doceert Lammers. ,,Fysieke kracht, gekoppeld aan techniek en coördinatie, is onontbeerlijk.''

Zijn speelsters stelde hij bovendien voor de keuze: een leven in dienst van de sport of een maatschappelijke carrière. Een tussenweg bestaat volgens Lammers niet op weg naar het WK, volgend najaar in Australië. Stellig: ,,Willen we de aansluiting met de toplanden behouden, dan is het het een of het ander. Waarmee ik niet zeg dat ze daarnaast geen cursus kunnen volgen of geen bijbaantje mogen hebben. Maar de prioriteit moet bij het hockey liggen.''

Om de onderlinge concurrentie te bevorderen, formeerde Lammers daarnaast een `schaduwteam'. In navolging van de A-ploeg speelt ook de B-formatie regelmatig internationale wedstrijden. ,,Met als bijkomend voordeel dat de overgang van hoofdklasse- naar internationaal hockey soepeler verloopt'', zo hoopt de vijfvoudig international.

Lammers' enthousiasme heeft een aanstekelijke werking, want het scheelde weinig of de opvolger van de vorig najaar uitgerangeerde Tom van 't Hek was met een ongeslagen staat van dienst begonnen aan het toernooi om de Champions Trophy, dat vandaag in Amstelveen begint. Argentinië voorkwam dat twee weken geleden door met 2-1 te winnen in het voorlaatste oefenduel. Lammers treurde niet, in de wetenschap dat de selectie van de winnaar van de zilveren olympische medaille vrijwel intact is gebleven.

Dat kan van Nederland niet worden gezegd. Lammers' ploeg telt nog slechts negen speelsters die in Sydney actief waren bij het olympisch toernooi op Homebush. Zeven internationals, onder wie aanjagers/routiniers Carole Thate en Suzan van der Wielen, zwaaiden af na de zwaarbevochten bronzen medaille. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door jeugdige, relatief onbekende talenten als Florien Cornelis (22), Kirsten de Groot (22) en Maartje Scheepstra (21).

Maar van een terugval lijkt, ondanks de noodgedwongen verjongingskuur, geen sprake. Engeland (6-0), Verenigde Staten (4-0), Spanje (3-0) en Duitsland (4-1) werden de afgelopen weken bijna achteloos terzijde geschoven. Zelfs wereld- en olympisch kampioen Australië, sinds 1993 heer en meester in het internationale vrouwenhockey, moest vorige week met 3-1 het hoofd buigen.

Belangrijker dan de uitslagen (Lammers: ,,Het blijft een post-olympisch jaar'') was de frisse indruk die zijn ploeg maakte, daar waar het elftal in Sydney nog uiterst plichtmatig over het kunstgras hobbelde. ,,Het zelfbewustzijn is gegroeid'', constateert Lammers. ,,Die meiden zijn gretig en agressief. Zelfs de routiniers wekken de indruk alsof ze voor het eerst van hun leven een Champions Trophy gaan spelen.''

Met dank wellicht aan de individuele, mentale hulp die Lammers in samenspraak met teamarts en oud-judoka Jessica Gal introduceerde. Het is, zo erkent hij na enig aandringen, een van de lessen van `Sydney'. ,,Speelsters moeten mentaal sterker worden. Of beter: mentaal harder. Een sportpsycholoog kan ze daarbij helpen. Ze moeten met tegenslagen om kunnen gaan en beseffen dat er eerst gewerkt moet worden, en pas dan de beloning komt.''

Komende week neemt Lammers genoegen met een bijrol. Niet het resultaat, maar het vertoonde spel telt. ,,Een overwinning is goed voor het zelfvertrouwen, maar ik hoef de Champions Trophy niet per se te winnen. Voor een team in ontwikkeling zou het beter als we niet meteen op de hoogste trede kwamen te staan.''