`Mondkrant' zwijgt over decembermoorden

Het is al acht maanden doodstil rond het Surinaamse onderzoek naar de decembermoorden. Toch is er wel degelijk vooruitgang geboekt.

Het is één van 's lands bekendste clichés: Suriname is een dorp waar de mofokoranti (mondkrant) welig tiert en geheimen niet bestaan. Maar clichés zijn er om doorbroken te worden, zelfs als het om een van de meest gevoelige zaken gaat: het justitiële onderzoek naar de decembermoorden uit 1982, waarbij vijftien opposanten van het toenmalige Militair Gezag werden doodgeschoten in Fort Zeelandia. Rond dat onderzoek zwijgt de mofokoranti. Zelfs in de hoogste politieke kringen van de regering-Venetiaan gist men over hoe ver het speciaal ingestelde politieteam precies is.

Sinds dat onderzoeksteam acht maanden geleden begon, is er twijfel. Veel mensen geloven niet dat de kwestie van de decembermoorden ooit haar climax in de rechtszaal zal beleven. Oud-legerleider Desi Bouterse, die als hoofdverdachte wordt gezien, is nog invloedrijk. Hij kan te veel mensen, ook binnen het justitieapparaat, corrumperen, is de vrees. Bovendien zal vervolging van de moorden zich niet alleen op Bouterse concentreren. De kwestie was een aangelegenheid van de `Groep van Zestien', de club onderofficieren die in 1980 de macht greep. Alle nog levende leden, een aantal (ex-)militairen en burgers staan op een voorlopige lijst van 37 verdachten.

Bouterse, tegenwoordig parlementariër, probeert regelmatig onrust en twijfel te zaaien. Hij sprak zich denigrerend uit over het onderzoek, repte van onvrede in het leger en weigerde op politieverhoor te komen. Onlangs moest de voormalige bevelhebber toch opdraven na een bevel van rechter-commissaris Ramnewash. Het werd een hele show in het centrum van Paramaribo, met lijfwachten, aanhangers en oude legermakkers. De Surinaamse inlichtingendienst signaleerde zelfs ,,zware, automatische wapens'', zo blijkt uit een rapportage over de bijeenkomst.

De gevoeligheden zijn er de oorzaak van dat het openbaar ministerie nooit zijn vingers aan de zaak wilde branden. Dat er nu wél onderzoek plaatsvindt, is niet zozeer een verdienste van de politiek, als wel het gevolg van een slepende beklagprocedure van nabestaanden en maatschappelijke organisaties. Het Hof van Justitie stelde hen vorig jaar in het gelijk en beval het OM een onderzoek te starten. Het was op het nippertje: de decembermoorden zouden bijna verjaren.

Waar de vorige regering-Venetiaan het bij loze beloftes liet, is het nieuwe kabinet uitgesprokener. Dat is vooral te danken aan de onlangs overleden Fred Derby, de enige overlevende van de moorden en leider van de kleinste partij in de Nieuw Front(NF)-regeringscoalitie. Derby zette de zaak in de verkiezingscampagne van mei vorig jaar op de agenda en zorgde ervoor dat zijn partijgenoot S. Gilds minister van Justitie werd.

Maar Gilds, zelf geen jurist, heeft een moeilijke taak. De minister staat formeel veel verder van het OM af dan in Nederland en kan dus weinig sturing geven. Daarnaast mist zijn departement kader en zijn enkele cruciale posities in het opsporingsapparaat, zoals de procureur-generaal en de korpschef, al maanden vacant omdat de NF-leiding ruziet over de invulling. Gilds zette bovendien kwaad bloed bij OM en rechterlijke macht door in de zaak van de decembermoorden zonder overleg de hulp in te roepen van de Nederlandse advocaat G. Spong als adviseur.

Het zorgt er allemaal voor dat politie en OM de politiek zo veel mogelijk op afstand houden. Gilds en de regering worden summier geïnformeerd over het onderzoek. Toch betekent dat niet dat er de afgelopen maanden niets is gebeurd, zo vertellen diverse justitiële bronnen. Er zijn al meer dan 150 verhoren afgenomen, variërend van nabestaanden tot medewerkers van het mortuarium. Maar het belangrijkste zijn verhalen van militairen die op 7, 8 en 9 december 1982 binnen de muren van Fort Zeelandia waren. Het team heeft ze grotendeels verhoord, inclusief de nog levende mannen van `De Groep van Zestien' en alle leden van de elite eenheid `Echo Compagnie'. Het geeft zó'n goed beeld van de gebeurtenissen, dat het OM acht verdachten van de lijst wil schrappen. Daarover beslist het Hof in oktober. Ook zijn er diverse getuigenissen opgetekend die lijnrecht op Bouterses lezing staan. Die heeft verklaard dat hij als bevelhebber weliswaar verantwoordelijk was, maar tijdens de moorden niet in het Fort was geweest.

Het team moet nog enkele mensen horen, waarvan er een aantal in Nederland en Amerika wonen. Daartoe zijn drie rechtshulpverzoeken gedaan (twee aan Den Haag en één aan Washington) voor het sturen van rogatoire commissies. Bovendien moet een begin worden gemaakt met forensisch onderzoek. Zo wil het team obductie doen op de lichamen van slachtoffers. Daarvoor is expertise nodig. Vandaar dat er zowel in Nederland als de VS om technische bijstand is gevraagd. Inwilliging van deze verzoeken loopt echter stroef omdat Nederland een uitspraak van de Hoge Raad afwacht. Die oordeelt volgende maand over de vraag of er rechtsgrond is om Bouterse hier te vervolgen, zoals het Amsterdamse gerechtshof het OM heeft bevolen. Mocht dat zo zijn, dan gaan er twee onderzoeken lopen en is onderlinge rechtshulp niet mogelijk. Komt er in Nederland geen vervolging van Bouterse, dan is de weg vrij voor assistentie van Nederland aan Paramaribo.

Zal het juridische vervolg van de decembermoorden uiteindelijk toch plaatsvinden op de plek waar het hoort, in Suriname? De procedure is duidelijk. De zaak staat op de rails en kan theoretisch niet meer zo makkelijk worden gestopt. Als het onderzoek straks is afgerond, moet de zaak aan de krijgsraad of de burgerrechter worden voorgelegd. Maar er blijven twijfels. Hoeveel `rotte appels' zitten er in het OM? Hoe sterk is Bouterse achter de schermen? Wordt het onderzoek verder vertraagd? En is de politiek bereid het klimaat te scheppen voor afhandeling van de decembermoorden?

Eén ding staat vast: president Venetiaan heeft zich verplicht. In zijn toespraak over het regeringsbeleid zei hij vorig jaar in het parlement dat zijn kabinet zich ,,met volle inzet zal beijveren om te voorkomen dat schuldigen hun straf ontlopen''.

Derde deel van een serie over Suriname. De vorige stonden op 15 en 16 augustus in de krant.

dossier www.nrc.nl/dossiers