Merdeka op het Malieveld: samen maar verdeeld

Molukkers, Atjehers en Papoea's demonstreerden gisteren in Den Haag tegen Jakarta en voor hun eigen onafhankelijkheid. De nieuwe president Megawati Soekarnoputri is een wayangpop en Nederland is te passief. Zelf zijn de gemeenschappen echter hopeloos verdeeld.

Oridek Ap heeft zijn westerse kleren uitgetrokken. Eerder heeft hij voor de microfoon geroepen om `internationale solidariteit' en `Merdeka!'. Nu danst de Nederlandse Papoeajongere, slechts gekleed lendendoek en een hoofdtooi van paradijsvogelveren, zwaaiend met een pijl en boog op het geluid van machtige drums afkomstig uit twee luidsprekertorens. Het publiek van nog zo'n tachtig Molukkers, een delegatie Atjehers, en wat bereden politieagenten tuurt met toegeknepen ogen tegen de dalende zon in naar de danser. Over de verkeerswegen langs het Haagse Malieveld raast het avondspitsverkeer. Het loopt tegen het eind van de manifestatie onder de titel Indonesië: een wurgende gordel van smaragd. De bijeenkomst, gistermiddag, was bedoeld om te herdenken dat Indonesië 56 jaar geleden de onafhankelijkheid proclameerde. En te demonstreren voor vrijheid.

Terwijl de onafhankelijkheidsdag in Indonesië een nationale feestdag is, grijpen de aanwezige vertegenwoordigers van West-Papoea, Atjeh, de Molukken en Oost-Timor (via een Nederlandse activist) de zeventiende augustus aan om te protesteren tegen, wat zij noemden, de annexatiedrift van het bewind in Jakarta. Het is de eerste keer dat vertegenwoordigers van deze verschillende volken uit de Indonesische archipel de nationale feestdag aangrijpen om in Nederland gezamenlijk te demonstreren en een petitie in te dienen bij de Indonesische ambassade in Den Haag. En het is overigens ook de eerste keer dat die ambassade zo'n petitie in ontvangst genomen heeft. In die petitie wordt de regering van de pas geïnstalleerde nieuwe Indonesische president Megawati Soekarnoputri onder meer opgeroepen om haar troepen terug te trekken uit de West-Papoea, de Molukken en Atjeh en een eind te maken aan mensenrechtenschendingen. En van de Nederlandse regering eisen de groeperingen dat deze de verantwoordelijkheid op zich neemt als ex-koloniale mogendheid om te bemiddelen. Nederland moet volgens hen een voorbeeld nemen aan Portugal dat met succes binnen de internationale gemeenschap geijverd heeft voor de onafhankelijkheid van haar voormalige kolonie Oost-Timor.

Donderdag beloofde president Megawati tijdens haar eerste `troonrede' in Jakarta beterschap: zij vroeg om vergiffenis voor de schendingen van de mensenrechten door de strijdkrachten. Bovendien tekende zij een wet die Atjeh en West-Papoea een speciale autonome status geeft, wat bijvoorbeeld inhoudt dat de rijkdommen afkomstig van bodemschatten in die provincies eerlijker worden verdeeld.

De uitspraken van de nieuwe president hebben bij weinig aanwezigen op het Malieveld veel indruk gemaakt. Fadlullah Musa van het Nationaal Bevrijdings Front Atjeh/Sumatra sneert: ,,Het zijn lege woorden die eerder ook zijn uitgesproken door oud-president Habibie en na hem door oud-president Abdurrahman Wahid. Mega is een wayangpop in de handen van het leger.''

Reza Muharam, van de solidariteitsorganisatie Indonesia House, denkt ook dat Megawati vooral uit is op het bewaren van de eenheidsstaat die haar vader Soekarno als eerste president van Indonesië stichtte. ,,Als zij echt spijt had van de mensenrechtenschendingen dan zou zij haar militairen terugtrekken uit Atjeh en andere delen van het land.''

De opkomst bij de manifestatie valt tegen: op het hoogtepunt staan er naar schatting ongeveer tweehonderd toeschouwers te kijken naar het podium. Daar vraagt iemand van de organisatie de aanwezigen om een financiële bijdrage want de opbrengst van de kraampjes met bami, t-shirts en propagandamateriaal zijn niet kostendekkend. Er komen mensen met collectebussen langs.

Initiatiefnemer Arie Drentje, ooit medestander van de Vrije Molukse Jongeren, beticht de Haagse politie van tegenwerking waardoor er onvoldoende tijd was om reclame te maken voor de manifestatie. Ook de traditionele demonstratieve optocht hebben de Haagse autoriteiten verboden wegens slechte ervaringen met Molukse demonstraties.

Umar Santi, oudere broer van het PvdA-Tweede Kamerlid Usman Santi en vertegenwoordiger van Front Kedaulatan Maluku (FKM of Moluks Soevereiniteits Front), geeft toe dat er RMS-regering in ballingschap ontbreekt, net als een officiële vertegenwoordiging van de zijde van de Papoea's. Daar staat volgens hem tegenover deze nieuwe samenwerking tussen vertegenwoordigers van verschillende bevolkingsgroepen die zich door Jakarta onderdrukt voelen.

Op het podium heeft iemand via mobiele telefoon verbinding met Atjeh gelegd. Een krakende stem doet via ritselende telefoonlijnen verslag van nieuwe moordpartijen aan de andere kant van de wereld. Het publiek luistert met een geoefend soort verbittering.

Tegenover het beweerde streven naar samenwerking van Santi staat de heersende versplintering onder de oppositiebewegingen. De oude Daniël Wikom bijvoorbeeld, die veertig jaar geleden naar Nederland kwam en nu vertegenwoordiger is van de Organisatie Papoea Vrij (Organisasi Papoea Merdeka, OPM), vertelt over de bittere splitsing binnen de 3.000 mensen tellende Papoea-gemeenschap in Nederland tussen degenen afkomstig van Biak en de groep uit de buurt van Hollandia, het tegenwoordige Jayapura. ,,We verkeren vergeleken met de mensen die strijden in het binnenland van West-Papoea in een luxe-positie. Zij kunnen zich geen verdeeldheid permitteren.''

Voor de Papoea-jongeren echter die om beurten de vlag van West-Papoea, de Morgenster, in de lucht houden, naast de vlaggen van de RMS, Oost-Timor en Atjeh, lijkt alles nog ongecompliceerd. Marthen Derey (20) die elf jaar geleden naar Nederland kwam met zijn familie, wijst autonomie af. ,,Het land moet honderd procent vrij zijn. Dan gaan wij weer terug om het op te bouwen.''