Melkbaardjes versus moslimfezzen

Is het menslievend idealisme of ordinaire drugshandel? In Zuid-Afrika vermoordt de moslimorganisatie Pagad leiders van de 137 jeugdbendes met 100.000 leden. Openbare aanklagers twijfelen aan de nobele idealen en voeren een proef- proces. Overleven in Afrika's jungle van beton.

Oog in oog met de gangsters van de Kaapse Vlakte. Melkbaardjes en pukkels op lichtbruine gezichten. De meesten van hen zijn nog maar tieners. ,,Hier in Manenberg komt nooit een bezoeker – niemand durft'', zegt begeleider Yusuf. Hij groeide er op, ,,ik sta voor je in''.

Het is woest weer aan de Kaap: in de wintermaanden juli en augustus liften steevast zware regenbuien mee met de westenwinden. Bij een vervallen flatgebouw staat een kluit jonge kerels te kleumen. Ze vervelen zich, dat is duidelijk. De mannelijke inwoners van Manenberg en belendende achterbuurten van Kaapstad mogen niet meer gewoon over straat lopen als ze er niets te zoeken hebben. De politie heeft hun een uitgaansverbod opgelegd in een poging de misdaad te bestrijden. Zodra ons minibusje stopt, komen de jongens nieuwsgierig aangelopen, goed gekleed, bierflessen in de hand. Komt er goed volk uit het busje of moeten ze schieten? De `boys' omsingelen de wagen, kruipen naar binnen, eisen geld en eten. Maar Yusuf lacht alles weg. Hij zegt: ,,Sorry jongens, we komen alleen maar voor een praatje.''

Dat is ook goed. Een van hen geeft een vrolijke introductie: ,,Wij zijn de Clever Kids. Een stukje verderop wonen de Americans. Die haten we. Als we hen tegenkomen schieten we.'' Kiffy Isaacs is de naam, zeventien jaar oud. Kiffy en kompanen laten pistolen en messen zien. ,,Eigenlijk moest ik nog gewoon op school zitten'', zegt Kiffy. ,,Dat zou ik ook het liefst doen, weer gewoon naar de klas gaan. Maar dat kan niet meer, ik hoor nu bij de Kids.'' En dat betekent dat Kiffy zijn dagen op straat slijt. ,,We drinken wat, we dealen in drugs en vechten met de andere gangs.''

We toeren door de wijk. Muren zijn volgekalkt met graffiti in het Afrikaans – zo bakenen de gangs hun `turf' af. Maar ook activisten tegen de misdaad bedienen zich van de verfpot. Op de zijkant van een dokterspraktijk staat geschreven: Ons het die reg [wij hebben het recht] om in veiligheid te lewe [leven].

Veiligheid is het grootste probleem van de Kaapse Vlakte (Cape Flats), een stadsrimboe waar de macht uit de loop van een wapen komt. Geen gebied in Zuid-Afrika is zo gevaarlijk als dit. Moord en doodslag zijn er de regel, goed georganiseerde criminele bendes domineren het leven. Clever Kids, Sexy Boys, Hard Livings, The Firm – het zijn namen die doen denken aan popgroepen en films. Maar in werkelijkheid zijn het gangs die voor niets terugdeinzen. Volgens een ruwe schatting behoren 100.000 van de drie miljoen bewoners van de Kaapse Vlakte tot een van de 137 bendes. Voor opgroeiende jongens is lid worden van een gang een ideaal geworden, met vooruitzicht op mooie kleren, snelle auto's en geld in overvloed.

Banditisme is geen modern fenomeen in Kaapstad. Men zou het bijna een traditie kunnen noemen die teruggaat tot de tijd van struikrovers in de achttiende eeuw, ver vóór de apartheid. Maar vanaf 1948 verergerde het systeem van rassenscheiding de situatie dramatisch. De blanke regering joeg zwarten, kleurlingen en Indiërs weg uit woongebieden die `slegs vir blankes' waren bestemd. De niet-blanken werden gedeporteerd naar een grote kale vlakte, ten oosten van de stad, waar de beruchte townships verrezen, met nauwkeurige scheidingen. Elk `ras' kreeg eigen buurten, waar de regering in het gunstigste geval kleine stenen huisjes liet bouwen. Infrastructuur bleef goeddeels afwezig. Geen scholen, ziekenhuizen of openbaar vervoer. Zolang de belangen van de blanken in hun rijke buurten niet werden geschaad, interesseerde de regering zich verder niet voor de townships, die op veilige afstand lagen. De Kaapse Vlakte had een grote aantrekkingskracht. Van heinde en ver kwamen mensen op zoek naar werk en geluk. Ze bouwden nabij de reguliere townships onafzienbare krottenwijken op, met hutten van golfplaten en afvalmateriaal. Overbevolking, weinig politie, een extreem hoge werkloosheid, vrijwel geen basisvoorzieningen: ziedaar de ideale voedingsbodem voor de misdaad.

Oudere inwoners van de townships herinneren zich hun aankomst destijds nog. ,,Je had het moeten zien'', zegt Julie, die dertig jaar geleden als een van de eersten naar Manenberg kwam. ,,Er was niets hier, alleen zand en slangen. We waren helemaal aan onszelf overgelaten.'' Ze drijft nu een kapsalon, klaagt: ,,De mensen hebben zo weinig te besteden hier. Er zijn dagen dat ik geen enkele klant krijg.''

Naast Julie's salon staat een islamitisch schooltje. De islam maakt sinds het midden van de jaren negentig een belangrijke opmars door aan de Kaap. De imams houden er een radicale interpretatie op na, met weinig ruimte voor andere religies en verlichte denkers. Islam is de oplossing voor alle maatschappelijke problemen, zeggen ze. In het schoollokaal zitten jonge kinderen diep gebogen over schriften met koranteksten in Arabische letters. Ook Julie is een moslim, ze draagt een hoofddoekje. Maar haar geloof belet haar niet er een stevige mening op na te houden. Hoewel het haar nog minder klandizie oplevert, steunt de kapster het straatverbod voor jonge mannen. ,,Ach man, er moet iets aan gedaan worden, misschien helpt dit.'' Julie heeft een klant, een jonge kerel. Als een koning neemt hij plaats in de versleten kappersstoel voor een model naar de jongste townshipmode. Het gemillimeterde haar moet nog korter, beveelt hij, met uitzondering van een duimlange baan midden op de kruin, die moet blijven. Intussen levert hij, anoniem, commentaar op de situatie in Manenberg. ,,Ik ben zwaar teleurgesteld in het ANC'', bromt hij, ,,ze beloofden ons na 1994 te helpen, maar wat doen ze: baantjes voor zichzelf creëren. Ek is gatvol van die ANC.''

De apartheid is voorbij, maar de misdaad en de townships niet. Sinds 1994 steeg de criminaliteit zelfs fors, in heel Zuid-Afrika en zeker op de Kaapse Vlakte. Dit is ten dele een statistische vertekening: in het verleden werd de misdaad in de townships nauwelijks geregistreerd. Maar er is ook sprake van een werkelijke toename. De brute politiemacht van weleer bestaat niet meer en van de nieuwe burgerlijke vrijheden hebben ook vele slechte elementen geprofiteerd. Zo is Zuid-Afrika in enkele jaren tijd een geliefde locatie voor internationale misdaadsyndicaten geworden, van Chinese triades tot Oost-Europese en Italiaanse maffia en Nigeriaanse smokkelbendes. Minister van Openbare Veiligheid Steve Tshwete zei begin dit jaar dat de politie 400 georganiseerde gangs heeft geïdentificeerd, de meeste van buitenlandse origine. Drugs, prostitutie, handel in gestolen auto's en smokkel is hun belangrijkste nering. De internationale vertakkingen maken het voor de Zuid-Afrikaanse overheid des te moeilijker de misdaad adequaat aan te pakken.

Strijdplan

Het politiebureau van Manenberg ligt aan de rand van de wijk. Hoofdinspecteur Hendrik Jansen zwaait er de scepter. Met zijn bolle buikje fier vooruit geeft de commissaris uitleg over de situatie aan het front. Vorige week een grote operatie tegen de gangsters, met 55 arrestaties, inbeslagname van menig wapen, een grote hoeveelheid munitie, negentig zakken dagga (hasjiesj) en vele duizenden tabletten xtc. Ook vorige week: twee dode gangsters na een schietpartij. Gisteren: opnieuw een lijk, Fagmele Samuels, een jongen van 17. En vannacht moesten zijn agenten duiken voor rondvliegende kogels. Maar verder is alles onder controle, meldt Jansen. Hij beklaagt zich over de houding van de bevolking, die de politie veelvuldig het werk belemmert. Een poging de moordenaar van Samuels te arresteren kwam agenten te staan op een regen van stenen. ,,Zo schieten we niet op'', bromt Jansen, ,,de politie is hier om de mensen te helpen, maar als ze niet willen, moeten ze het zelf maar weten.''

Bureau Manenberg beschikt over 75 politiemannen en -vrouwen. Met twee van hen, sergeant Lucky Lakay en inspecteur Didi Mentor, maakt Jansen een `strijdplan' voor de nachtdienst. Jansen: ,,We doen wat we kunnen, en soms is dat niet veel. Als de bendes op elkaar schieten blijven wij er buiten. Het laatste wat ik wil zijn dode agenten.''

Gearresteerden voert men gewoonlijk af naar gevangenissen in de omgeving, waarna hun zaken worden afgehandeld bij het Hooggerechtshof aan de Keeromstraat, hartje Kaapstad. Hier, om de hoek bij het parlement, probeert de Zuid-Afrikaanse justitie het rechtssysteem in het gareel te krijgen. En dat is geen sinecure. Rechters zien zich niet alleen geconfronteerd met een bijna onontwarbare kluwen van intriges, de rechtsgang wordt extra bemoeilijkt door vele bedreigingen en moordaanslagen. Verscheidene getuigen – meestal spijtoptanten uit het criminele circuit – moesten hun openheid de afgelopen tijd met de dood bekopen. Ook magistraten lopen spitsroeden. Vorig jaar werd onderzoeksrechter Piet Theron vermoord, naar de politie vermoedt in opdracht van gearresteerde gangsters. Menige advocaat of rechter past er nu voor bij de stinkende zaken van de Kaapse Vlakte betrokken te raken. Getuigen worden in de rechtszaal niet met naam en toenaam genoemd, media mogen geen melding van hun identiteit maken, zelfs geen initialen – getuige A, B, enz. is de gebruikelijke aanduiding.

De grote bendeleiders zijn tot nu toe de dans ontsprongen door gebrek aan bewijzen en angst voor wraak bij de rechterlijke macht. Niet de gangsters staan momenteel terecht, maar de moslimorganisatie Pagad (People against gangsterism and drugs). Die deed de afgelopen jaren van zich spreken met gewelddadige aanslagen op vermeende misdadigers. De meest notoire actie had in 1996 plaats toen gangster Rashaad Staggie – samen met tweelingbroer Rashied leider van de Hard Livings – bij een door Pagad geïnstigeerd volksgericht werd gelyncht. Pagad wordt verder verantwoordelijk gehouden voor een hele reeks terroristische aanslagen. De politie arresteerde vorig jaar drie leiders van Pagad: Abdussalaam Ebrahim, Salie Abader en Moegsien Mohamed. Sindsdien is het aantal bomaanslagen scherp gedaald, voor de autoriteiten het bewijs dat men de daders in de juiste hoek heeft gezocht.

De fanatieke aanhangers van de moslimgroep willen daar echter niets van weten. Bij de ingang van de rechtbank staan elke procesdag tientallen Pagad-leden te demonstreren. ,,Hoeveel mensen zijn door de gangsters wel niet vermoord'', vraagt een vrouw met hoofddoekje. ,,Dàt zou de inzet van het proces moeten zijn, niet wat onze mannen hebben gedaan.'' Met gangster Staggie heeft ze geen medelijden: ,,Het was zijn tijd, Allah besloot hem uit te schakelen.''

De vrouwen schuifelen naar binnen om het proces bij te wonen. In het beklaagdenbankje zitten de Pagad-leiders, gekleed in witte tunieken en moslimfezzen. Ze dragen groot formaat korans onder hun arm. Vandaag treedt een getuige à charge op, aangeduid als meneer C., een veroordeeld lid van de Hard Livings-bende. Hij zit een lange celstraf uit. Rechter John Foxcroft drukt alle aanwezigen in de zaal nogmaals op het hart de ware naam van de getuige niet te noemen, ,,anders is het de laatste maal dat we hem levend zien''.

Vervolg op pagina Z2

Kaapse Vlakte

Vervolg van pagina Z1

C. is een onooglijk mannetje, van onder tot boven zit hij onder de tatoeages. Hij spreekt zacht, in zangerig Afrikaans, en geeft toe in en buiten de gevangenis al jaren bij drugshandel en andere criminele activiteiten te zijn betrokken. Ook heeft hij verscheidene moorden gepleegd. C. zegt dat de Staggie-broers jarenlang vanuit een huis in de wijk Salt River drugs verkochten. Elke dag voor 100.000 rand (ruim 30.000 gulden). ,,Iedereen kocht bij ons, zakenmensen, blanke jongeren, moslims.'' Volgens C. leidden activisten van Pagad in augustus 1996 de aanval tegen het Staggie-bolwerk die leidde tot de gewelddadige dood van Rashaad.

De zaak-Staggie is voor de staat een proefzaak. In juridische kringen wordt namelijk getwijfeld aan de nobele idealen van Pagad. Het vermoeden bestaat dat de organisatie haar moslimstatus als dekmantel gebruikt voor de werkelijke reden van haar bestaan: handel in drugs. De strijd tussen Pagad en de bendes zou er een kunnen zijn over territorium en hegemonie in de drugshandel.

Als de dag in de rechtszaal om is en getuige C. zijn voetboeien weer omkrijgt, barsten de Pagad-verdachten uit in een luid eerbetoon aan Allah. Ze ballen hun vuisten en richten de blik omhoog naar de publieke tribune waar familie en aanhangers zitten die enthousiast bijspringen met spreekkoren. Dan verdwijnen de fezzen naar beneden om door de boeveningang te worden afgevoerd, onder zwaar militair escorte terug naar de Pollsmoor-gevangenis.

Horizon

Horizon Jeugdcentrum is de eufemistische naam van een jeugdgevangenis nabij het township Delft. Hier zitten jongens vast variërend in leeftijd van 12 tot 18 jaar. Na de lunch verzamelen de jonge delinquenten zich op het middenterrein om met hun bewakers een potje cricket te spelen. De bal slaat hard tegen de metalen deuren van de kantine, het klinkt alsof er wordt geschoten, maar dat zijn de jongens wel gewend, ze groeiden allemaal op in een sfeer van geweld en misdaad. Stuk voor stuk hebben ze al een aanzienlijk strafblad – de bendes beginnen met het rekruteren van hun leden op jonge leeftijd.

Een van de jongens komt nieuwsgierig aangelopen.

,,Hoe heet jy?''

,,Gerswin.''

,,Wat het jy gedoen, waarom is jy hier?''

,,Ek het iemand vermoor.''

,,Met wat?''

,,Met 'n mes.''

,,Waarom?''

,,Ek weet nie meneer.''

Gerswin is vijftien, maar erg klein voor zijn leeftijd. Een guitig gezicht met diepliggende ogen die een verlangen naar een beter leven uitstralen. ,,Ek wil skilder word'', zegt Gerswin. Hij volgt een cursus in de gevangenis, zijn kleren en muts zitten onder de verfspatten. Zijn maatje Leroy, ook 15, heeft `slechts' autodiefstal op zijn geweten. Leroy laat zijn schouder zien, waar de letters HL in zijn getatoeëerd. Dat staat voor Hard Livings, de bende van de Staggies. ,,Ek wil niet meer hier wees nie'', zegt Leroy mismoedig.

Het Zuid-Afrikaanse rechtssysteem was er altijd op gericht misdadigers, hoe jong ook, zo gauw mogelijk te veroordelen en op te sluiten. Reclassering was een onbekend fenomeen. Bestaande detentiecentra, zoals de grote Pollsmoor-gevangenis, dienen sinds jaar en dag als `opleidingscentra' voor een verdere carrière in de misdaad. Het bendeleven, inclusief de onderlinge oorlogen, gaat binnen de gevangenismuren gewoon door.

De bouw van Horizon, een privé-instelling, in 2000, is de eerste poging van het ministerie van `Correctionele Diensten' (het gevangeniswezen) om de vicieuze cirkel te doorbreken. In het internaat verblijven 160 jongens, onder een regime dat sterk verschilt van dat van de reguliere penitentiaire inrichtingen. Horizon ziet er uit als een kostschool, zij het dat hoge hekken met prikkeldraad en bewakers ontsnappingen moeten voorkomen.

Directeur Llewelyn Jordaan legt uit dat zijn belangrijkste missie het doorbreken van de gangstercultuur is. ,,We maken aan de jongens die hier komen meteen duidelijk dat gangs hier niet bestaan en dat ze naar niemand hoeven te luisteren, behalve naar ons. Ze zijn helemaal vergroeid met het gangsterisme en gewend aan de commandostructuur. Sommige jongens uit Pollsmoor houden het hier niet uit. Ze hebben een positie opgebouwd binnen hun bende en hier zijn ze ineens niemand meer. In dat geval kunnen we niets anders doen dan hen terugsturen naar de reguliere gevangenis.''

We verlaten Horizon om verder te reizen door de ,,jungle van beton'', zoals Jordaan de Vlakte noemt. ,,We nemen de helweg, de N2'', zegt Yusuf, ,,'s nachts kun je hier niet rijden. Mensen gooien blokken beton op de rijbaan om auto's tot stoppen te dwingen en te beroven.''

De N2 leidt van Delft naar Heideveld, waar het Westkaapse Antimisdaad Forum is gevestigd. Gaynor Wasser (45) is voorzitster van de vrijwilligersorganisatie die voornamelijk uit vrouwen bestaat. Voor mannen staat openbare stellingname tegen vermeend onrecht vrijwel gelijk met het afroepen van hun doodvonnis. Wasser is ook al zo vaak met geweld bedreigd, maar ze is niet bang. ,,Ik zeg waar het op staat'', zegt ze in haar kantoor. ,,Iedereen weet wat de feiten zijn, alleen zijn er weinigen die ze durven te noemen. Ik wel. Mensen zijn gevangenen in hun huizen, ouders zijn bang voor hun eigen kinderen. Er moet een einde aan komen. Het gaat om 5 procent van de mensen die de andere 95 procent terroriseert.'' Gangsters of Pagad maakt voor haar geen verschil: ,,Een pot nat, allemaal misdadigers''.

Wasser schildert haar eigen `loopbaan'. ,,In de tijd van de apartheid zaten we allemaal in het verzet. De Cape Flats werden veelvuldig belaagd door de politie op zoek naar activisten. Hele veldslagen hadden hier plaats. Het leidde onder de bevolking tot een sfeer van solidariteit, maar legde zoals we later ontdekten ook de basis voor een cultuur van geweld. Mensen weten hier niet beter dan dat er altijd geweld bestaat in de samenleving. En kanalen om met woede om te gaan zijn er niet. Veel bewoners van de vlakte zitten met diepe frustraties, ik ook, en je kunt ze nergens kwijt. Ik wil de criminaliteit niet goedpraten, maar het is voor mannen meestal hun enige uitlaatklep.''

Wasser en haar forum streven ernaar met werkgelegenheidsprojecten en sportactiviteiten de neerwaartse spiraal te stoppen. ,,Ik moet bekennen dat we in vijf jaar tijd nog weinig zijn opgeschoten. Mensen vragen me soms waarom ik toch optimistisch blijf, maar daar kan ik ook niets aan doen. Het is een kwestie van lange adem. Wat de apartheid in veertig jaar heeft aangericht kunnen wij niet in een paar jaar omgedaan maken.''

Heideveld, Manenberg, Hanover Park, Bonteheuwel – dit is de Kaapse Vlakte. Het is een stadsjungle waar niemand voor heeft gekozen. De miljoenen mensen die er in hun simpele flats, huisjes of hutten wonen zijn ertoe veroordeeld, ze hebben nergens anders om naar toe te gaan. Zij die het zich kunnen permitteren om te vertrekken naar betere buurten, zoals Yusuf, doen dat meteen. En zij die achterblijven moeten zich maar zien te redden.

We rijden over binnenwegen terug naar de veilige beschutting van Kaapstad. Op de hoek van Duinefontein in Manenberg staat men in de rij om verse snoek (zeebaars) te kopen voor 10 rand. Het leven gaat ondanks alles gewoon door. Yusuf trekt, zittend achter het stuur van zijn busje, een filosofisch gezicht en zegt dan droogjes: ,,Weet je, als het erop aankomt zijn de gangsters allemaal kleine jongens. Stoute jongens, die misschien wel anders zouden willen, maar niet meer kunnen.''