Kindergeluk

Eén helft hoera-voetbal volstond dus om het land, zijn volk en zijn leiders gelukkig te maken. Het kreupele gedoe in de volgende vijfenveertig minuten deed niet meer terzake. Niet voor de media, niet voor de fans op de Veluwe, niet voor Louis van Gaal. Toute la verité n'est pas bon à dire.

Nederlanders zijn een volk van kleine triomfen geworden – de glorie van Albert Heijn, V&D en Blokker. Aan een riviertje dat door de stad loopt, ontlenen we de waan van het cosmopolitisme; aan Sylvia Tóth de grandeur van een femme fatale, aan het flits-kapitaal van Oranje de verbeelding die leidt tot heroïsche zelfreflectie. In de Tachtigjarige Oorlog werd over dit alles iets langer gedaan.

Ik lees de kranten, The Day After. Alom onversneden jubel. Een normaal mens denkt dan: je bent wel raar bezig als je alleen maar leuke dingen vertelt; als je je blind staart op een zonsondergang en de uren van de dag vergeet; als je alle plensbuien herleidt tot een regenboog. Een beetje huiverig zijn voor het succes moet kunnen. Maar daar denken de meeste voetbalcommentatoren anders over. Zij wentelen zich in het geluk van kruideniers. Prima, maar zeg er dan bij dat het eens zo trotse Oranje verworden is tot een huishoudelijk product. Heel vroeger was voetbal oorlog, negentig minuten lang.

Mij hoor je niet klagen over de schicht van Van Bommel. Ik herken de kunst wel in de traptechniek van Van Nistelrooij. En ik grijns niet om de haast waarmee Kevin Hofland tot standbeeld is verheven. Alleen, het Nederlands elftal heeft in een recent verleden te ondermaats gepresteerd om nu verguld te zijn van vijfenveertig minuten droomvoetbal. Voor minder dan een héle wedstrijd droom ik niet meer mee. Kindergeluk duurt nooit lang.

Het grootste kind van die woensdagavond was Louis van Gaal. Het scheelde niet veel of hij had weer geroepen: ,,Wij zijn de besten van Europa, van de wereld en van de maan.'' De euforie van de bondscoach kwam dicht in de buurt van een religieuze ervaring. Om zijn eigen verleden geen geweld aan te doen, durfde hij het woord `wedergeboorte' net niet in de mond nemen, maar hij dacht er wel aan. Van Gaal, de somberman van Barcelona nu dan de trance-coach op White Hart Lane – de gedaantewissel was een beetje gênant.

Nog een kind van de avond: Ruud Gullit. De kersverse NOS-analist verkeerde eveneens in een juichstemming die je tegenwoordig alleen nog op Canal+ verwacht. Wanneer good old Kees Jansma op de punaisestoel zit. Gullit was mild als een monnik en zacht als boterkoek, ook voor de slaapwandelaars van de tweede helft. Begrijpelijk: de carrière van deze commentator is nog jong – allleen nostalgici en bejaarden durven zich te verbranden aan de nationale fetisj Oranje. Gullit moet nog jaren mee, een perspectief dat voor Frank de Boer en Edgar Davids opeens niet meer zo vanzelfsprekend is. En dus wenste de ex-international geen woorden vuil te maken aan het lamlendige geknoei van het Nederlands elftal in de tweede helft. Ook niet toen Mart Smeets de pijnlijke strafexpeditie van Van Gaal tegen Pierre van Hooijdonk aansneed. Slappe Ruud plaatste een vraagteken achter de vernederende wissel, maar verder ging hij niet.

Vooruit met de geit, iemand moet het vuile werk opknappen. Steller dezes waagt het Louis van Gaal te verdenken van karaktermoord. Dat de bondscoach het niet ziet zitten in Van Hooijdonk weten we allemaal. Oud zeer. Niets aan de hand: zelfs een keuzeheer heeft recht op een portie irrationele weerzin. Maar hou dat dan een beetje binnenskamers, laat je niet betrappen op de armoe van guillotine-gedrag. Een voetballer van het niveau van Pierre van Hooijdonk wordt niet meer in blessuretijd het veld opgejaagd. Dat doe je met jonkies als Hofland en Van Bommel, een enkele keer met Patrick Kluivert om hem wakker te schudden.

Ik begrijp niet wat Van Hooijdonk bezielt om dit soort publieke executies almaar weer te doorstaan. Oranjekoorts? Neem dan een tweede meisje! Behoud de begeerte voor wie het waard is! Kom op, Pierre, weeskind ben je van jezelf, nooit van Louis van Gaal. In de plaats van Hooijdonk zou ik voor eens en voor altijd roepen: `Salut et merci!' Om vervolgens met 48 doelpunten topscorer van Feyenoord, van Nederland en van de wereld te worden.

Als zelfs Frans Hoek ophoudt waar de high five van Louis van Gaal begint, tsja, dan weten we eigenlijk alles.