Internetdemocratie

Waarom doet politiek Den Haag zo moeilijk over de afnemende participatie van de burger? Dit is toch het internettijdperk? De remedie voor het participatieprobleem ligt voor de hand: ICT, de moderne informatie- en communicatietechnologie. Digitale debatten, regie over de eigen persoonsgegevens in een `digitale kluis', elektronische loketten die rond de klok beschikbaar zijn. Kortom, ,,de burger als spin in het web'', zoals de titel luidt van een recente essaybundel in het kader van het Infodrome-project. Dit is door het kabinet opgezet om de maatschappelijke kanten van ICT te inventariseren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid voorspelde zelfs al het einde van de staat zoals wij die kennen.

Een echte hype, zoals die rond de `nieuwe economie' heeft geheerst, hebben de staatkundige verhoudingen nog niet gekend. Daarvoor liggen deze verhoudingen kennelijk te vast. Toch biedt ICT baanbrekende mogelijkheden om het publieke besluitvormingsproces dichter bij de burger te brengen. Dat varieert van toegankelijkheid van regelgeving en vonnissen voor een ieder tot registratie van het stemgedrag van individuele volksvertegenwoordigers om te zien of ze zich aan hun verkiezingsbeloften houden of continue opiniepeilingen en inspraakkanalen om de stem van de burger te vernemen.

Minister Van Boxtel, die de digitale democratie in zijn portefeuille heeft, loopt zich enthousiast warm op zogenoemde digitale trapveldjes: ,,Echt prachtige plekken.'' Maar ook daar wordt de droom van cyberspace als ultieme vrijplaats snel ingehaald door meer aardse beslommeringen. Dat begint al bij de entree tot de internetdemocratie. Participatie vraagt om identificatie van de deelnemers. De overheid is maar al te graag bereid daaraan mee te werken in de vorm van een elektronische handtekening, al dan niet in combinatie met een elektronische identiteitskaart. Het potentieel van deze toepassingen voor controle op de burger overtreft verre de belofte van emancipatie van diezelfde burger.

Interactieve besluitvorming tussen burger en bestuur wordt in de Infodromebundel trouwens met enige reden getypeerd als een mooie manier voor ambtenaren om zaakjes voor te koken. Want zíj voeren de regie en onderhouden de contacten bij elektronische inspraak. Dit soort processen vraagt namelijk meer voorbereiding en begeleiding dan normaal, zoals de Raad voor het openbaar bestuur in december 1998 waarschuwde.

`Digitale groepsvorming' mag, zoals het kabinet in zijn reactie op dit rapport opmerkte, een mooi alternatief zijn voor ,,het bijwonen van tijdrovende vergaderingen'', echt leven doet deze gedachte nog niet. Het is trouwens vaak makkelijker als spin in het web te raken dan eruit te komen. Internet biedt ongekende informatiebronnen maar wakkert, in de woorden van een volksvertegenwoordiger onlangs op de opiniepagina van deze krant, de `detailzucht' aan die ons parlementaire systeem toch al teistert. Een blik in de Kamerstukken, die door de goede zorgen van Van Boxtel cum suis thans direct aan te klikken zijn via de portal `overheid.nl', bevestigt de diagnose. Het parlementaire gepingel op de vierkante centimeter is geschikt om de belangstellendste digitale burger af te schrikken.

Intussen zijn de Kamerstukken tegenwoordig dan toch maar op internet binnen handbereik van iedere burger en zijn de harde conclusies van de commissie-Alders over de ramp in Volendam daar direct te lezen. Het volgende agendapunt is een `gebruikerswet' voor een algemene ontsluiting van overheidsinformatie. Deze verdient hogere prioriteit dan hij krijgt. Van Boxtel spreekt al bevlogen van ,,e-government'' en betitelt dit als ,,de grootste verandering sinds Thorbecke'', maar de dagelijkse realiteit is er toch meer een van die trapveldjes: aardig, maar hoe nu verder?

Overheidsinstanties hebben de neiging internetsites te gebruiken als een veredelde brochure. Waar het om gaat is de basisinformatie áchter de website. Daar schort nog van alles aan. Het verschaffen van bruikbare feiten is in een netwerkmaatschappij, net zoals gewoon op aarde, een eerste voor waarde voor de representatieve democratie.