Godgegeven moment

Bij de gangway van de ferry die haar van IJmuiden naar Newcastle zou brengen werd ze even bevangen door een lichte paniek. Stel je voor dat ze via een scanner de urn met as in haar rugzak zouden ontdekken. Ze lachte schril. Geen zeeman zou haar aangeven als hij zou horen dat ze als dochter van een voormalige officier van de koopvaardij de as van haar vader over zee zou willen uitstrooien. Vrienden hadden haar verteld dat het illegaal was. Dat daar georganiseerde reizen voor zijn. Maar ze moest er niet aan denken dit laatste moment met haar vader te delen met vreemden.

De omstandigheden waren niet ideaal. Windkracht acht, uitlopend naar negen, zware regen, in november op de onberekenbare Noordzee. Het kon nauwelijks slechter. Ze ging aan de bar zitten en kreeg het angstbeeld van as die in haar gezicht en haren door de wind werd teruggeblazen. Maar het moest vanavond omstreeks middernacht gebeuren. Om tien uur 's avonds waggelde ze op het slingerende schip naar dek om een luchtje te scheppen. Buiten was het plotseling windstil, het was gestopt met regenen. Zelfs had ze het gevoel alsof ze zich in het oog van een cycloon bevond, waar het ook windstil is. Ze geloofde niet in God, maar dit was een godgegeven moment. Ze wist: het moet nu gebeuren. Het was alsof een onzichtbare hand naar haar rugtas greep. Met licht bevende hand strooide ze de as uit over zee. Het trok in het fletse maanlicht als een lint een prachtig zilvergrijs spoor over de nog steeds wilde golven. Ze vocht tegen haar tranen, maar ervoer het als een magisch moment, haar vader terug te geven aan de wereldzeeën die hij zijn hele leven als stuurman en kapitein had bevaren. Ze ging terug naar de bar en bestelde een fles rode wijn. Het was rustig binnen, want opnieuw ging de zee te keer en teisterden slagregens de ramen. Noodweer. Dat zou het blijven tot Newcastle.