Geweld op school is in Kenia gewoon

Het Keniase onderwijs verkeert in een crisis. Leerlingen zoeken steeds vaker hun toevlucht tot geweld. Ze steken scholen in brand of vallen leraren aan. `Leraren luisteren niet naar jongeren.'

Om drie uur 's nachts werd Stephen Kiriyanjui in zijn slaaplokaal gewekt door kabaal en de geur van brandend hout. Vlammen sloegen uit het bestuursgebouw van zijn middelbare school. Gewapend met stokken renden juichende leerlingen uitzinnig rond. ,,De schoolstaking was begonnen'', lacht Stephen triomfantelijk.

Deed hij uit vrije wil mee? De 19-jarige Stephen kijkt ongelovig. ,,Hoe bedoel je? Je hebt geen keus. Als je niet meedoet, slaan je medeleerlingen je in elkaar.'' Zijn ogen glinsteren. ,,En laat ik eerlijk zijn. Toen de vlammen de limousine van het schoolhoofd verslonden, bekroop me een gevoel van overwinning. Eindelijk gerechtigheid.''

Het relaas van Stephen vormt geen uitzondering. De afgelopen maanden sloten bijna honderd Keniase middelbare scholen hun deuren en werden de leerlingen naar huis gestuurd. De regering zag zich genoodzaakt en niet voor de eerste keer om een commissie te benoemen die het chronische geweld op scholen gaat onderzoeken.

De razernij van Keniase leerlingen vernietigt meer dan gebouwen en auto's alleen. In maart dit jaar goten leerlingen van een middelbare school in Kyanguli, een dorp op zeventig kilometer van de hoofdstad, paraffine rond een slaaplokaal, vergrendelden de deuren en staken het gebouw in brand. Enkele uren later lagen de verkoolde resten van 68 leerlingen onder het gebogen metaal van de ingestorte dakspanning. De aanleiding? Enkele leerlingen waren van school gestuurd omdat ze hadden gespiekt. Kennelijk ontbreekt het de scholieren aan een uitlaatklep om hun frustraties te uiten. ,,Alleen door geweld krijgen we aandacht'', zegt Stephen.

Een jaar eerder waren 22 meisjes onder gelijke omstandigheden verbrand in het slaapvertrek van hun kostschool in Bombolulu, aan de kust. Scholieren in Kilifi begonnen enkele maanden later een veldslag met leerlingen van een andere school, met vele gewonden als resultaat. Elders in het land zijn leraren of klasseoudsten aangevallen of gedood. Het dieptepunt was al begin jaren negentig bereikt. In een noordelijk stadje overvielen jongens van een middelbare kostschool de slaapzalen van de meisjes om hen te dwingen aan een staking mee te doen. De meisjes weigerden en werden massaal verkracht, waarna hun slaapverblijf werd vergrendeld. Dat ging vervolgens, mét de meisjes, in vlammen op.

Er is iets verschrikkelijk mis met het Keniase onderwijssysteem. Leraren en leerlingen voelen zich ellendig. De algehele misère in Kenia door een al jaren stagnerende economie en het eindeloze geruzie van een corrupte en opportunistische politieke elite lijkt op een wel erg gruwelijke wijze zijn weerslag te hebben op de jeugd. Weinig gezagdragers wagen zich aan een analyse van deze ,,angstaanjagende ontwikkeling'', zoals een columnist het onlangs noemde. ,,Ik begrijp er niets van'', zucht John Magali, ondersecretaris-generaal van de Keniase vakbond voor leraren. ,,Maar één ding weet ik zeker: de situatie is hopeloos.''

De symptomen van de crisis worden overal besproken, in commissies, de media en het parlement. Slechte voeding op de kostscholen, overbelaste leraren en leerlingen, een incompetent schoolbestuur, overmatig gebruik van bhangi (marihuana), homoseksualiteit, ja zelfs duivelsverering worden als reden genoemd. Maar niemand lijkt echt de vinger te kunnen leggen op de zere plek.

Kenia is een conservatief land. De 76-jarige president Daniel arap Moi, zelf ooit als leraar begonnen, regeert op autoritaire wijze. Weliswaar ingeperkt door de democratiseringsgolf begin jaren negentig houdt hij er de mening op na dat als hij gesproken heeft, iedereen verder dient te zwijgen. Zoals menig stamhoofd vroeger regeerde. Ministers gaan eerbiedig voor hem op de knieën en overal waar hij zich begeeft wordt hij verwelkomd door juichende menigtes. Zijn optreden staat in sterk contrast met dat van meer verlichte Afrikaanse staatshoofden als Yoweri Museveni van Oeganda, Meles Zenawi van Ethiopië en Abdoulaye Wade van Senegal, die zich als mannen van het volk presenteren.

Dat sterke gevoel voor autoriteit, een mengeling van angst en respect voor gezag, zit verweven in vrijwel iedere menselijke interactie. Voor je vader, ook al is hij een alcoholist, voor een parlementslid, ook al is hij corrupt, voor een priester, ook al verkracht hij kleine meisjes al deze gezagdragers worden als vanzelfsprekend respectvol bejegend.

,,Toen ik nog een jochie was'', vertelt een leraar met weemoed in zijn ogen, ,,toen vreesde je de onderwijzer. Kwam hij bij je thuis, dan kroop je uit angst onder je bed. Gebrek aan respect voor de leraar, daar ligt het aan!'' Hoe denkt hij dat respect weer terug te winnen? ,,De regering verbood eerder dit jaar het afranselen van leerlingen. Daarom durven ze zich nu te uiten. Dat moet worden verboden, lijfstraffen moeten worden heringevoerd.''

June Koinange is psycholoog en geeft professionele hulp aan kinderen. Zij graaft dieper. ,,De jeugd van tegenwoordig heeft warmte en zorg nodig. Wanneer ik met jongeren praat, naar hun grieven en problemen luister, dan blijken ze daarna opeens veel beter te kunnen functioneren. Maar leraren zijn er niet op getraind om ze te begeleiden, zij luisteren niet naar jongeren. Het probleem ligt bij de leraren. Zij wakkeren frustraties en agressie bij de leerlingen aan.''

Een ouderwets generatieprobleem dus. Met een kloof die veel dieper is dan in het Westen, toen de jeugd in de jaren zestig in opstand kwam. Want Afrika, vooral in de steden, verandert abrupt, onvoorspelbaar en in hoog tempo. Het continent wordt moderner maar tegelijkertijd ook armer, de dromen waar de vorige generatie zich aan vastklampte, zijn allang vervlogen. Of zoals Stephen Kiriyanjui het zegt, terwijl hij een joint opsteekt: ,,Met groot enthousiasme begon ik aan de middelbare school. En nu? Nu zie ik dat al mijn leeftijdsgenoten werkloos zijn. Waarom zou ik mezelf dan netjes gedragen? Het levert toch niets op.''

Met een dramatisch gebaar werpt June Koinange haar armen ten hemel. ,,Waarom willen de gezaghebbers niet begrijpen dat Afrika verandert?'', roept ze uit. ,,Op de oude manier kinderen opvoeden werkt niet meer. Waarom houden we vast aan de mythe van de Afrikaanse tradities, terwijl onze kinderen buitenlandse films zien en het internet opgaan? Wij werken aan politieke democratisering, kunnen we dan van onze kinderen verwachten dat ze even passief als vroeger zijn? Afrika is veranderd. Zolang we dat niet beseffen, hebben we een groot probleem.''