Gevelgeheimen

Elke dag verdwijnt er iets moois. Elke dag wordt wel ergens in Nederland een waardevol interieur ontmanteld en vervangen door systeemplafonnetjes en Gamma-spullen. Dit is de belangrijkste bestaansreden voor Leven in toen, de Manifestatie Historisch Interieur 2001 die onder meer bestaat uit een boek met een Top 100 van historische interieurs in Nederland uit de periode 1600-1940.

De manifestatie is bedacht door Fons Asselbergs, de directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, en Robert de Haas, de oud-directeur van de Rijksdienst Beeldende Kunst. Ze liepen samen over een gracht en zagen prachtige lambriseringen en andere waardevolle houten interieuronderdelen in een vuilcontainer verdwijnen. Ze werden overvallen door het gevoel dat er iets moest gebeuren aan die sloop van Nederlandse interieurs. Uiteindelijk heeft dit onbehagen nu, vele jaren later, geleid tot Leven in toen.

,,Er zijn heel weinig interieurs behouden gebleven'', zegt Eloy Koldeweij die betrokken was bij de selectie van de Top 100 van historische interieurs uit een totaal van vijfhonderd. ,,Interieurs zijn toch nog steeds een beetje een ondergeschoven kindje in de kunstgeschiedenis. Architectuurhistorici zijn vooral gericht op de buitenkant van gebouwen en stijlgeschiedenis. En voor kunsthistorici zijn interieurs toegepaste kunst en dus ook een beetje bijzaak. Dit is een van de redenen waarom gebruikers vaak niet inzien dat een interieur van waarde is.''

In de Top 100 staat onder andere het interieur van het Mastboomhuis in Oud-Gastel uit 1875. Koldeweij: ,,De laatste bewoner, die een paar jaar geleden overleed, had er zijn levenswerk van gemaakt om het interieur precies zo te laten als het oorspronkelijk was. Het staat vol dingen die je niet graag voor je verjaardag cadeau zou krijgen. Zoals een wandbeeldje van een kuitenkletsende Tiroolse jodelaar dat boven een hertenkop is neergezet. Zulke dingen verdwijnen al gauw in de vuilnisbak, maar tezamen maken ze het Mastboomhuis tot een volstrekt uniek ensemble. Het huis wordt nu een museum. Hoe moeilijk het nog steeds is om de waarde van een dergelijk interieur in te zien, blijkt uit het feit dat het veel moeite kostte om een bestuur voor het museum bijeen te brengen.''

Het interieur van het Mastboomhuis is een van de verrassingen in het boek Leven in toen. De Top 100 van interieurs moest chronologisch en geografisch over Nederland zijn gespreid, vonden de samenstellers. Natuurlijk konden ze niet heen om beroemde interieurs als die van Paleis Het Loo, Berlage's jachtslot St. Hubertus, het Schröder-Schräderhuis van Rietveld en de onlangs gerestaureerde villa Sonneveld van Brinkman en Van der Vlugt in Rotterdam. Maar het aantal onbekende interieurs van woningen die nog geen plaats in de architectuurgeschiedenis hebben gekregen is aanzienlijk. Zoals de verbluffende, geheel grijs-marmeren hal van Endymion, een vroeg landhuis met een hal in Bloemendaal uit 1910 van Wijdeveld, een architect die later bekend werd met zijn Amsterdamse-Schoolgebouwen. Of Oosterpark 77-78 in Amsterdam uit 1928 waar achter een anonieme doorsneegevel van omstreeks 1900 een gaaf interieur in de stijl van de Amsterdamse School schuilgaat.

,,Bij twee periodes was het moeilijk om te voldoen aan het streven naar chronolgische spreiding van de Top 100: de negentiende eeuw en de zeventiende eeuw'', zegt Koldeweij. ,,Voor de achttiende eeuw is de waardering altijd groot geweest, maar de negentiende eeuw gaat nog steeds gebukt onder de reputatie dat dit de eeuw van de wansmaak zou zijn. Ook uit de zeventiende eeuw zijn heel weinig gave interieurs bewaard gebleven. Maar enkele van de zeventiende-eeuwse interieurs die we hebben opgenomen in het boek nopen wel tot een herziening van het gebruikelijke beeld van de Gouden Eeuw. Dit beeld wordt nog steeds bepaald door de schilderijen van Pieter de Hooch en Emmanuel de Witte met hun sobere interieurs vol simpele, donkere betimmeringen met spaarzame classicistische ornamenten. Maar Slangenburg in Doetinchem is werkelijk van onder tot boven beschilderd met figuren en ornamenten. Zelfs de keukenkastjes zitten vol schilderingen. Hetzelfde geldt voor `het beroemde huis' in Broek in Waterland, waar een paar jaar geleden bij een verbouwing allerlei schilderingen tevoorschijn kwamen. De conclusie is dat de rijkdom van de zeventiende eeuw niet beperkt bleef tot de buitenkant. Achter de prachtige gevels gingen veelal schitterende en bonte interieurs schuil.''

Leven in toen, de manifestatie Historisch Interieur bestaat uit vier onderdelen: een website (www.interieurmanifestatie.nl); de documentaireserie `Weg van de snelweg – Leven in toen', waarvan de eerste aflevering op zaterdag 25 augustus wordt uitgezonden; het symposium `Het historisch interieur: herkenning, gebruik, behoud' op 10-12 september; en het boek `Leven in toen. Vier eeuwen Nederlandse interieur in beeld' (304 pag., uitg. Waanders, ƒ85,-) dat 28 augustus verschijnt. Een groot deel van de interieurs in dit boek zal tijdens de Open Monumentendagen op 8 en 9 september worden opengesteld. Informatie: Stichting Manifestatie Historisch Interieur 2001, tel. 020 3054520; email interieurmanifestatie@icn.nl