Ford ontslaat 11 procent van zijn personeel

Ford, de op één na grootste autoproducent ter wereld, gaat vier- tot vijfduizend werknemers ontslaan in de Verenigde Staten. Dat is 11 procent van het Amerikaanse personeelsbestand van Ford.

Ford is bezig met een kostenbesparing om de dalende verkopen te compenseren, vooral veroorzaakt door de omvangrijke terugroepactie van Ford-auto's met Firestone-banden.

Zo verkocht Ford in juli 14 procent minder personenauto's dan in dezelfde maand een jaar geleden, waardoor het marktaandeel van Ford in de VS met 1,9 procentpunt is gedaald tot 21,2 procent. In totaal zijn er 13 miljoen banden van Firestone teruggeroepen na ongelukken van Ford-auto's met die banden. Firestone, dochter van het Japanse Bridgestone, en Ford geven elkaar de schuld van de terugroepactie.

Volgens analisten moet Ford op zijn kaspositie letten na de recente overnames van Jaguar en de personenauto-divisie van Volvo. Ook kocht Ford dit jaar een belang van 18 procent in autoverhuurder Hertz, waarmee het volledig eigenaar is geworden van Hertz. Bovendien heeft het concern twee overnames achter de rug van bedrijven die niets met de automobielindustrie te maken hebben, zoals Beanstalk, een bedrijf dat licenties verkoopt van bedrijfsnamen om die te gebruiken op producten voor in de winkel.

Om de reorganisatie te betalen, neemt Ford een eenmalige last van 700 miljoen dollar in het vierde kwartaal. Het bedrijf hoopt driekwart van de reductie te kunnen behalen middels vervroegde pensioneringen. Behalve die 700 miljoen dollar neemt Ford ook nog een eenmalige last van 200 miljoen dollar voor de afschrijving op investeringen in e-commerce. Voor het hele jaar zal de winst per aandeel ongeveer uitkomen op 70 cent in plaats van de 1,20 dollar waar analisten op rekenden.

Ford heeft de afgelopen maand de top gewijzigd. Zo kreeg president-commissaris William Clay Ford junior, een achterkleinzoon van oprichter Henry Ford, meer zeggenschap over de dagelijkse gang van zaken. Hij moet de leiding delen met topman Jac Nassar.