De warmte van de schuilkelder

De Nederlandse volleybalsters proberen zich dit weekeinde in Den Bosch te kwalificeren voor het WK in Duitsland in 2002. Maar de onlangs teruggekeerde aanvoerder Erna Brinkman (29) sluit haar internationale carrière volgende maand na de EK in Bulgarije reeds af. ,,We zijn B-sporters geworden.''

Alsof hij zich via een omweg trachtte te verlossen van een erfenis uit het verleden klaagde de Italiaanse trainer Angelo Frigoni vorige week op een persconferentie het gesloten, volgzame karakter van de Nederlandse volleybalsters aan. Met een losersmentaliteit zou het nationale team zich dit weekeinde in Den Bosch niet kwalificeren voor het wereldkampioenschap in Duitsland, schamperde Frigoni. Erna Brinkman voelde zich niet aangesproken, maar de 29-jarige aanvoerder toonde wel begrip voor de felle kritiek van de nieuwe bondscoach. ,,Ik heb er de afgelopen dagen veel over nagedacht'', zegt Brinkman in het spelershotel. ,,Frigoni wenst meer initiatief van de speelsters en daar moet ik hem gelijk in geven.

,,Ik was aanvankelijk behoorlijk pissig, zeker omdat ik een leuk figuur moest maken op televisie om het weer recht te breien. Na overleg met de groep heb ik met Frigoni een redelijk gesprek gevoerd. Ik probeer nu wat minder emotioneel te reageren. Dat lukt niet altijd. Na de laatste oefenwedstrijd tegen Italië riep Frigoni wel vijf keer: `Jullie zijn bang om te verliezen!'. Dan raakt hij bij mij de verkeerde snaar, ik ontplofte weer eens. Maar ook op die manier tracht hij te benadrukken dat we niet te afhankelijk van een trainer moeten zijn. Wij moeten dat laatste punt maken, niet hij. Ook daaruit blijkt dat we B-sporters zijn geworden. Het team is nog steeds bezig om de uitschakeling voor de Spelen van Sydney te verwerken.''

Zij het in stilte, want over het verleden wordt nauwelijks meer gesproken in het Nederlandse vrouwenteam. Toch brengt de aanwezigheid in hetzelfde hotel van de huidige mannencoach Bert Goedkoop de traumatische ervaringen uit 1999 weer heel dichtbij. Vier jaar nadat hij als coach van de vrouwen de Europese titel veroverde, moest Goedkoop aftreden na beschuldigingen over een vermeende relatie met spelverdeelster Riëtte Fledderus. Daarnaast zou zijn schrikbewind in het testen van de vetpercentages bij sommige speelsters hebben geleid tot verschijnselen van anorexia. Maar de noodkreten kwamen van buiten af, van AMVJ-coach Agnes Brunninkhuis en haar toenmalige VVC-collega Appie Krijnsen.

Waarom zwegen de speelsters, ook de anders zo extraverte Brinkman? ,,In die fase hadden we juist wel een trainer nodig, die voor ons de route naar succes uitstippelde'', meent zij. ,,Toen was ik bereid onder een tafel door te kruipen om het EK te winnen. Ik heb veel van Bert geleerd, ik was ook graag met hem verder gegaan. Maar Bert had geen leven meer door alle conflicten. Ik weet nog steeds niet of Goedkoop en Fledderus een relatie met elkaar hadden en het interesseerde me ook niet zoveel. Ik heb Riëtte gevraagd naar haar verhouding met Bert, daar heb ik geen antwoord op gekregen. Ik vond Fledderus een goede spelverdeelster en Goedkoop een goede trainer, dat telde voor mij.

,,We slapen nu op één kamer, maar over die periode praten we niet meer. Ik had destijds een relatie met de fysiotherapeut van het team, dat was ook niet eenvoudig. Maar de technische staf en de speelsters wilden niet tussen ons kiezen, ze hebben besloten ons allebei bij de groep te houden. Ik zal het niemand aanraden, ik vind het ook niet goed. Het was toch een ongemakkelijke situatie als hij eerst mij en dan de andere meiden moest behandelen. Ik voelde me daardoor ook niet de aangewezen persoon om de vermeende relatie tussen Goedkoop en Fledderus aan de orde te stellen. Toch vond ik de kritiek van Krijnsen en Brunninkhuis op Goedkoop unfair. Misschien was die wel ingegeven door jaloezie.''

Brinkman, een dag later: ,,Je hebt veel bij me naar boven gehaald. Ik heb met enkele speelsters nog eens over de periode-Goedkoop gesproken om mijn eigen beeld te verifiëren. Niemand heeft daar fysieke of mentale klachten aan overgehouden. Sandra Wiegers geeft nu zelf toe dat ze in die tijd niet goed genoeg was voor het nationale team. Nu zou ze een trainer als Goedkoop wel aankunnen. De sterken blijven over, blijkbaar konden sommige speelsters zijn regime niet aan. Dat zegt vooral iets over henzelf. Ik heb ook honger geleden. Ik vroeg me ook wel eens af hoe ver Goedkoop wilde gaan met zijn testen. Maar hij wilde iedereen bewuster met voeding om laten gaan.''

Heeft Brinkman zich nooit afgevraagd of het rigide beleid van Goedkoop moreel verwerpelijk was? ,,Ik weet dat ik heel hard ben'', verklaart ze na een lange denkpauze. ,,Ik heb niet snel medelijden met mensen, ik kies er niet voor ze altijd maar te beschermen. Als iemand niet geschikt is voor de top, valt hij af, klaar. Claudia van Thiel heeft het volgen van een streng dieet overdreven, maar ze was geen klein meisje meer. De een is weker dan de ander. Ik ben nog altijd overtuigd van de goede bedoelingen van Goedkoop. Sommige speelsters waren ook te dik, we aten dingen zonder te weten hoeveel calorieën ze bevatten. Nu staan we niet meer elke dag op de weegschaal. Maar de speelsters eten veel bewuster dan vroeger, zonder dat daar de nadruk op wordt gelegd.''

Indirect schetst Brinkman slechts één kant van haar karakter. ,,Ik ben een mannelijke speelster'', weet ze na twaalf jaar profvolleybal. ,,Ik zeg meteen wat ik denk en ik waarschuw nieuwe teamgenoten altijd dat ze het niet persoonlijk moeten opvatten.'' Hoe bleu was Brinkman nog toen ze als ,,verlegen meisje van zeventien jaar, dat nog geen dag zonder haar moeder kon'' naar de Duitse Bundesliga vertrok. In de ziel van Erna Brinkman debatteren het aanhankelijke meisje en de keiharde sportvrouw nog dagelijks met elkaar om de juiste balans in het leven te vinden. Ze presenteren zich afwisselend met een verleidelijke glimlach en een koele, gereserveerde blik.

Zakelijk spreekt Brinkman over haar moeizame verstandshouding met de stichting Top Volleybal Nederland (TVN). Twee jaar heeft de lange Friezin het nationale team gemeden, maar vanuit Italië constateerde ze minzaam dat de zelfbenoemde `Meester' Pierre Matthieu van Nederland een steriele ploeg had gemaakt, die de Spelen in Sydney wel moest mislopen. En altijd was er wel iets mis met de contracten van TVN. ,,Ik heb ook lang moeten nadenken of ik nog wel terug wilde in het nationale team'', erkent Brinkman. ,,De faciliteiten zijn niet optimaal. Maar dat is nooit anders geweest. Ik sta nu zelfs rood op mijn Nederlandse bankrekening, maar TVN heeft beloofd dat ik mijn salaris krijg voor het toernooi in Den Bosch begint. Op een gegeven moment knap je daar op af. Tegelijkertijd realiseer ik me ook dat het vrouwenteam eerst maar eens moet presteren voor we eisen kunnen stellen.''

Na het Europese kampioenschap, volgende maand in Bulgarije, stopt Brinkman weer bij het Nederlandse team. Met een professioneler beleid was ze wellicht te behouden geweest voor het olympische traject tot de Spelen van Athene in 2004. ,,Misschien wel'', zegt Brinkman aarzelend. ,,Ik moest mijn contract met TVN zonder voorwaarden accepteren. Maar ik heb inmiddels een nieuw leven opgebouwd in Italië. TVN kan niet van mij verwachten dat ik de hele zomer in Nederland doorbreng zonder daar iets voor terug te krijgen. Een normale werknemer gaat in staking als hij zijn salaris niet op tijd krijgt, een volleybalster heeft dat maar te accepteren. Ik was te laks om me daar tegen te verzetten, omdat het uiteindelijk wel weer goed kwam. Maar daar komt bij dat ik genoeg begin te krijgen van dit nomadenbestaan.''

Het volleybal bracht Brinkman immers in aanraking met uiteenlopende culturen. Drie jaar geleden speelde ze met haar teamgenote Ingrid Visser in de Braziliaanse competitie. ,,Het verschil in ambiance met Nederland is enorm. Ik voelde me als volleybalster een filmster, een heldin die nauwelijks ongestoord over straat kon lopen. De sporthal zat vol met tienduizend supporters, die ons clubshirt droegen en je naam scandeerden. De koude rillingen liepen over mijn rug. We werden landskampioen en ik genoot van alle aandacht.''

Die beleving stond in schril contrast met haar verblijf in Japan, waar Brinkman een jaar eerder nederig moest buigen voor haar coach. ,,Ik ben blij dat ik niet pas in Japan ben gaan spelen na het avontuur in Brazilië, anders had ik mijn aderen doorgesneden'', zegt ze lachend. ,,De competitie beviel me wel, maar als mens kon ik niet aarden in Japan. Ik vond het niet eens een probleem dat ik moest buigen voor mijn coach. Mannen hebben een dominante positie in de Japanse samenleving. Als ik voor hen moest buigen, had ik daar mijn eigen gedachten bij. Als ik een toneelstuk moet opvoeren, doe ik dat. Het voornaamste probleem was dat ik in Japan in een kamertje van twee bij twee meter zeven maanden lang moest leven als een kostschoolmeisje.''

Na al die omzwervingen heeft Brinkman haar rust gevonden in Italië, waar ze tegenwoordig voor Tortereto speelt. ,,Italië is qua sportcultuur het Brazilië van Europa. Aanvankelijk wilde ik daar niet naar toe, omdat ik ervan overtuigd was dat het karakter van de Italianen me niet zou liggen. Dat machogedrag van die opvliegende mensen. Ik ben zelf al zo opgewonden, laat staan dat ze zich zo tegen mij gaan gedragen. Maar nu voel ik me daar thuis. Ik zou niet meer in Nederland willen wonen, reeds als kind had ik geen affiniteit met de Hollandse mentaliteit. Het leven is me hier te kil, te afstandelijk. Mijn moeder woont in Sneek, mijn broer in Leeuwarden. Dat is twintig minuten met de trein. Toch zien ze elkaar maar eens in de twee weken, dat zou in Italië ondenkbaar zijn.

,,De Italianen hangen erg aan hun familie. In Nederland ben je een tutje als je op je achttiende nog bij je ouders woont. Een Italiaanse familie blijft voor elkaar zorgen, in Nederland word je snel gedwongen op eigen benen te staan. Ik woon met mijn Italiaanse vriend voorlopig bij zijn familie in huis, die warmte krijg je in Nederland niet mee. Ik zie nu hoe het anders kan. Ook ik had een typisch Nederlandse band met mijn ouders. `Gaat het goed? Ja hoor, oké, tot ziens'. Met de kerst kwam ik niet eens meer naar huis. Over gevoelens werd niet gesproken. Je moet in Nederland ook altijd zo stoer zijn. Ik ging het al bijna normaal vinden dat ik mijn ouders vanwege het volleybal een jaar niet had gezien. Vreselijk toch? In dat opzicht ben ik in Italië helemaal ontdooid.''

Desondanks twijfelt Brinkman over de stap naar een nieuwe wereld, zonder volleybal. ,,Ik laat me leiden door het lot. Ik ging vroeger jankend naar school, omdat ik daar voor mijn gevoel niks te zoeken had. Toen besefte ik al dat ik me in deze wereld onmogelijk elke dag gelukkig kan voelen. Ik heb het volleybal als een schuilkelder ervaren. In die sport ben ik iemand, daar wordt voor me geapplaudisseerd. Al mijn vrienden komen ook uit het volleybal, die sport geeft ons blijkbaar een bepaalde verwantschap. Als ik buiten die wereld stap, voel ik me gauw ontheemd. Net alsof ik onbewust bang ben dat ik het gewone leven niet aan zou kunnen.''