De schok

Dat de Colombiaan Andrés Escobar met een eigen doelpunt op het wereldkampioenschap voetbal zijn doodvonnis tekende, is een mythe.

Het is waar dat de verdediger op 22 juni 1994 in de met 2-1 verloren wedstrijd tegen de Verenigde Staten zijn eigen doelman passeerde. En het klopt ook dat hij negen dagen daarna in de Colombiaanse stad Medellín op geweldadige wijze om het leven kwam. Maar het schokkende verband tussen het doelpunt en de dood bestaat niet. Escobar ging op de avond van zijn dood met een vriend naar bar-restaurant El Indio. Om iets te eten en te drinken. Net als de broers Pedro en Juan Gallon, die de voetballer direct herkenden. Ze konden het niet nalaten hem te plagen met zijn autogol. Escobar bleef kalm. Hij vervolgde zijn stapavond. Uren later kwam hij toevallig de broers en hun vrienden weer tegen op het parkeerterrein van El Indio. Escobar was inmiddels geïrriteerd en had geen zin meer in gezeur over het WK. Hij schold de broers uit. Het geschreeuw van Escobar wekte de woede van Humberto Muñoz Castro, de lijfwacht van de al meerdere malen met de dood bedreigde broers die in zijn auto lag te rusten. Muñoz Castro stormde uit zijn wagen en deed in zijn ogen slechts zijn werk. Hij schoot zonder aanziens des persoons de belager van de broers neer. Muñoz Castro kreeg een gevangenisstraf van 43 jaar voor een onbedoelde, maar wereldberoemde moord.

Dit is de derde aflevering van een serie over schokkende sportmomenten.