Brussel stopt met kartelonderzoek muziekindustrie

De Europese Commissie staakt het onderzoek naar prijsafspraken van cd's tussen vijf grote muziekuitgevers en de detailhandel. Brussel laat nadere stappen over aan de nationale mededingingsautoriteiten van de lidstaten, zo heeft de commissie gisteren bekendgemaakt.

Het onderzoek van de commissie wees uit dat in Duitsland drie van de vijf muziekconcerns minimumprijzen hanteerden in gezamelijke reclamecampagnes met winkelbedrijven. Daaraan heeft het trio inmiddels een eind gemaakt. Welke muziekfabrikanten dit waren, maakte Brussel gisterem niet bekend.

In Italië was de commissie op een geval van kunstmatig hoge prijzen gestuit van een van de grote vijf. De omvang van deze zaak was evenwel beperkt.

De commissie had in januari bekendgemaakt de praktijken van Bertelsmann Music, Sony Music, EMI, Warner Music en Universal Music nauwkeurig te bekijken, na een vergelijkbaar onderzoek door de Amerikaanse autoriteiten in de Verenigde Staten, waar de prijzen van cd's doorgaans veel lager zijn dan in Europa.

De afzonderlijke landen kunnen de zaak verder onder de loep nemen. De commissie onderstreepte dat zij de cd-fabrikanten goed in de gaten blijft houden. Ze heropent de zaak zodra meer boven water komt over mogelijke prijsafspraken. Bedrijven die zich aan prijsafspraken schuldig maken kunnen hoge boetes verwachten. De muziekindustrie beschuldigde op haar beurt de commissie van overdrijving. De industrie staat veel in de schijnwerpers en een onderzoek door Brussel trekt dan veel aandacht, meent de industrie.

De grote platenmaatschappijen lieten vorig jaar hun eis vallen dat de detailhandel een minimumprijs voor cd's in haar advertenties moest zetten.

In de VS beschuldigde de kartelautoriteit de industrie vorig jaar van minimumprijzen voor de detailhandel die de consument sinds 1997 480 miljoen dollar had gekost. De industrie trof toen een schikking met de Federal Trade Commission.