AMERIKAANSE TONIJN WORDT OOK OPGEVIST AAN EUROPESE ZIJDE

Atlantische tonijnen (Thunnus thynnus), door onderzoekers in het westelijk deel van de Atlantische Oceaan van elektronische chips voorzien, werden in de jaren daarop in viswateren aan de Europese zijde opgevist, tot in de Middellandse Zee aan toe. Dat is verrassend, want tot nog toe gingen visserijbiologen ervan uit dat de Atlantische tonijn in twee vrijwel onafhankelijke populaties leefde, een in het westelijke en een in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan (Science, 17 aug.).

Vanaf 1996 merkten de Amerikaanse onderzoekers van het Tuna Research and Conservation Center van Stanford University 279 lokaal gevangen West-Atlantische tonijnen met geïmplanteerde chips. Vervolgens zetten zij de dieren overboord in de Golf van Mexico en voor de kust van Maine ter hoogte van Cape Cod. Van deze gemerkte vissen werden er in de loop der jaren 49 teruggevangen (18 procent), bijna een derde daarvan in de Middellandse Zee of het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Dat betekent dat er wel degelijk een significante uitwisseling plaatsvindt tussen beide populaties, een politiek pikante uitkomst.

Atlantische tonijnen zijn uitstekende zwemmers die lange afstanden kunnen afleggen, de Atlantische Oceaan in de breedte `doen' ze in veertig dagen. Volwassen exemplaren kunnen langer dan drie meter worden en wegen dan al gauw meer dan 600 kilo. Ze leveren mooi rood en smakelijk vlees en er wordt dan ook veel op gevist. Een beetje te veel zelfs, want sinds 1982 wordt het bestand in de Atlantische Oceaan als overbevist beschouwd.

De International Commission for the Conservation of the Atlantic Tuna (ICCAT) die toeziet op de tonijnvisserij hanteert gescheiden beheersgebieden met de meridiaan op 45 graden westerlengte als grens. Deze regeling gaat ervan uit dat er twee nagenoeg onafhankelijke en geografisch gescheiden tonijnbestanden zijn met een eigen broedgebied, respectievelijk in de Golf van Mexico en in het oosten van de Middellandse Zee. Individuen van beide populaties worden op verschillende leeftijden geslachtsrijp.

Begin jaren tachtig kondigde de ICCAT drastische vangstbeperkingen af voor het westelijke deel van de Atlantische Oceaan. Het verwachte herstel bleef echter lange tijd uit en de populatie stabiliseerde zich pas in de jaren negentig op slechts 20 procent van het niveau van midden jaren zeventig.

In het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan gaat de overbevissing echter nog tot op de dag van vandaag door. Naar nu blijkt kunnen eenzijdige maatregelen alleen het herstel van de tonijnpopulatie niet bevorderen.