Aanpak werklozen heeft gering effect

De elf miljard gulden die jaarlijks wordt uitgegeven aan bestrijding van de werkloosheid heeft een gering effect. De `Melkert-banen', waarbij werk wordt gecreëerd met uitkeringsgeld, ,,bieden weinig stimulering tot doorstroming naar regulier werk''.

Dit staat in het vorige maand voltooide rapport `Aan de slag', dat een groep topambtenaren heeft gemaakt in opdracht van minister Vermeend (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Het rapport, dat gisteren bekend werd via het NOS Journaal, beveelt aan het arbeidsmarktbeleid op belangrijke punten te veranderen, onder meer door de `Melkert-banen' af te schaffen.

De ambtelijke werkgroep, voorgezeten door secretaris-generaal R. Gerritse van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, rekent voor dat de uitgaven voor bestrijding van de werkloosheid door het kabinet sinds 1994 zijn verdubbeld. De PvdA-bewindslieden Melkert (1994-1998), K. de Vries (1998-2000) en Vermeend (2000-heden) waren hiervoor verantwoordelijk. Dit jaar spendeert het kabinet naast de elf miljard gulden aan arbeidsmarktbeleid ook nog twee miljard gulden aan fiscale tegemoetkomingen voor de bestrijding van de werkloosheid.

Ondanks de verdubbeling van de uitgaven sinds 1994 (de start van `paars') is de werkloosheid onder de daarvoor gestelde doelgroep langdurig werklozen met slechts dertien procent gedaald, zo stelt de ambtelijke werkgroep vast. Het totaal van de werkloosheid is in dezelfde periode echter wel spectaculair gedaald; van zeven procent van de beroepsbevolking in 1990 tot drieëneenhalf procent nu.

Tegelijk groeit het aantal onvervulbare vacatures. In maart van dit jaar waren 216.000 banen beschikbaar waar geen werknemers voor gevonden konden worden. Daarom moet het arbeidsmarktbeleid rigoureus veranderen. ,,Een brede heroriëntatie (-) is wenselijk'', vinden de topambtenaren.

Het rapport bepleit in de eerste plaats ,,de afhankelijkheid van uitkeringen'' bij de bestrijding van de werkloosheid te verminderen. Bestaande maatregelen (werkervaringsplaatsen, tijdelijke banen, scholing, het toestaan van vrijwilligerswerk) beperken de kansen op normaal werk, terwijl ze juist beogen die te vergroten. Daarbij speelt een rol dat mensen een grote kans hebben dat ze in netto inkomen achteruit gaan als ze normaal werk krijgen. Door een opeenstapeling van inkomensafhankelijke regelingen komt het blijkens sommige berekeningen voor, dat werklozen er netto pas op vooruitgaan bij een salaris van 140 procent van het minimumloon.

Vervolg

WERKLOOSHEID: pagina 3

WERKLOOSHEID

'Melkert-banen moeten weg

'Vervolg van pagina 1

Ook de Melkert-banen hebben nauwelijks een gunstig effect. In een bijlage wordt vastgesteld dat deze banen, waarvan het effect overigens al vaak is betwijfeld, zestig à zeventig procent van de deelnemers aan blijvend werk ,,lijken'' te helpen. Maar de kans dat deze groep aan het werk blijft nadat de subsidiëring met uitkeringsgeld ophoudt ,,lijkt daarentegen klein of zelfs afwezig te zijn'', aldus het rapport.

De werkgroep stelt voor het ,,grootste deel'' van de Melkert-banen om te zetten ,,in reguliere arbeidsplaatsen in de publieke sector''. Het gaat dan om die banen die ,,onmisbaar zijn voor het instandhouden van maatschappelijk nuttige dienstverlening''. Het restant Melkert-banen kan het beste worden opgeheven. Het zo vrijkomende budget mogen gemeenten besteden aan maatregelen naar eigen keuze om de werkloosheid te bestrijden.

In het rapport wordt ook het ,,netto-effect'' van andere maatregelen om de werkloosheid te verminderen laag aangeslagen. Zo is ,,de kans zeer gering'' dat langdurig werklozen aan de slag raken dankzij de overheidsfinanciering van ,,trajectbemiddeling (inclusief beroepskeuzetests en sollicitatietrainingen) en scholing''.

Zogenoemde `loonkostensubsidies' - waarbij fiscaal voordeel wordt gegeven aan werkgevers die langdurig werklozen in dienst nemen -* hebben blijkens het rapport ,,een klein positief netto-effect op de werkgelegenheid en op de kans van werklozen dat mensen aan het werk gaan''. Het gaat dan ,,om niet meer dan tien procent'' van alle gevallen. Daarbij wordt aangemerkt dat deze toepassing aanzienlijk goedkoper is dan het, minder effectieve, gesubsidieerde werk.

In het rapport wordt ook vastgesteld dat werklozen die niet voldoen aan hun sollicitatieplicht vaak geen sancties krijgen opgelegd: ,,Controle blijft niet zelden achterwege en is vaak niet tijdig''.