Westerse diplomatie stuit op mores van de Talibaan

In de contacten met de Afghaanse Talibaan gelden andere regels dan elders in de wereld, zo moeten Duitse, Amerikaanse en Australische diplomaten dezer dagen tot hun ergernis ervaren in Kabul.

Tevergeefs hebben diplomaten drie dagen lang getracht om toegang te krijgen tot vier Duitse, twee Amerikaanse en twee Australische medewerkers van de christelijke hulporganisatie Shelter Now International. Die worden al bijna twee weken vastgehouden op verdenking van het propageren van het christelijke geloof, een onvergeeflijk vergrijp in de ogen van de fundamentalistische Talibaan. Ook zestien Afghaanse Shelter-medewerkers werden gearresteerd.

Minzaam adviseerde een Talibaan-woordvoerder gisteren zelfs dat de diplomaten maar beter weer naar de Pakistaanse hoofdstad Islamabad konden terugkeren. Van daaruit konden ze de zaak immers net zo goed volgen. ,,De Talibaan zijn volstrekt koppig en niet bereid ons zelfs elementaire te verschaffen tot de arrestanten'', klaagde een Duitse diplomaat.

De Talibaan kunnen inmiddels bogen op een lange historie van conflicten met Westerse hulpverleners. Hoewel het door oorlog, droogte, armoede en wanbestuur geteisterde land dringend behoefte heeft aan steun, blijven de Talibaan zich buitengewoon argwanend opstellen tegenover de internationale hulpverleners. Als het er op aankomt, vinden de Talibaan als rechtgeaarde fundamentalisten de geestelijke zindelijkheid van hun volk belangrijker dan zijn materiële welzijn. En vooral de Westerse hulpverleners, afkomstig uit een huns inziens verdorven samenleving, vormen in dat opzicht een constant risico, menen ze.

Hun ergste vermoedens werden bewaarheid, toen ze begin deze maand ontdekten dat de medewerkers van Shelter Now International beschikten over grote hoeveelheden bijbels, tapes en video's, die bovendien in de lokale talen Dari en Pashto waren uitgegeven.

Woordvoerders van Shelter Now International in Duitsland houden bij hoog en bij laag vol dat dit materiaal voor persoonlijk gebruik van de medewerkers was. Die claim verliest echter aan geloofwaardigheid doordat de organisatie ruim tien jaar geleden in Pakistan ook al eens in moeilijkheden raakte, toen werd vastgesteld dat Shelter-medewerkers Afghaanse vluchtelingen tot het christendom poogden te bekeren. In de hulpverlenerswereld in de Pakistaanse grensstad Peshawar werd de organisatie daarom ook al met de nodige scepsis behandeld. De meeste hulpverleners waren van mening dat dit niet alleen ongewenst was maar, in dit door en door islamitische deel van de wereld, ook gevaarlijk voor het imago van de hulpverleners in het algemeen.

De Talibaan nemen overigens, net als de meeste Afghanen, een wat tweeslachtige houding aan tegenover het christendom. In hun ogen is het namelijk nog ernstiger om helemaal geen geloof te hebben. Dat was hun ernstigste grief tegen de communisten, door hen steevast aangeduid als ,,ongelovige honden''. Veel Westerlingen die Afghanistan bezochten deden er de afgelopen jaren dan ook beter aan zich als christenen te presenteren dan als ongelovigen. Voor dat eerste bestond nog altijd meer begrip dan voor het laatste.

De afloop van de huidige zaak in Kabul is ongewis. De Talibaan stellen zich nu onverzoenlijk op en zeggen de Shelter-medewerkers te willen berechten. Ondanks hun fundamentalisme kan dat echter snel verkeren. Consistentie is niet de grootste kwaliteit van de Talibaan. De ene dag kan de ene Talibaan-leider iets beweren, meteen daarna kan een ander zonder een spier te vertrekken het tegenovergestelde beweren. Zo ging het vorige week eerst ook in de zaak van Shelter Now International. Dit gebrek aan consistentie past eveneens in de Afghaanse traditie. Bij gebrek aan een krachtig centraal gezag, roept elke lokale machthebber vaak maar wat hem uitkomt.

Wel van doorslaggevend belang kan echter de mening zijn van de als een kluizenaar levende opperste leider van de Talibaan in Kandahar, Mullah Mohammed Omar. Ook die wil echter nog wel eens plotseling van mening veranderen. Als hij zich echter in een zaak vastbijt, zoals bij voorbeeld de bescherming voor de van terrorisme verdachte Saoedische miljardair Bin Laden, dan is hij daar – ongeacht zware economische sancties van het Westen – niet meer van af te brengen. Het gaat dan ook om zijn persoonlijke prestige en dat van de Talibaan. De gevangen Shelter-medewerkers kunnen alleen maar bidden dat Omar hen niet als een prestige-kwestie gaat beschouwen.