Veerse Meer wordt weer zout

`Het Veerse Gat', zo heette het liedje waarin Jaap Fischer lang geleden de afsluiting van de Zeeuwse zeearm bezong. De haven van Veere lag voor joker, zong Fischer, en voortaan zou de stad het van recreatie moeten hebben. En zo ging het.

Het Veerse Meer is door de bouw van de Zandkreekdam in het oosten (1960) en de Veersegatdam in het westen (1961) een brak water geworden waar veel wordt gezeild en gesurft. Na de afsluiting, als onderdeel van de Deltawerken, bleek echter de kwaliteit van het water te dalen. Weinig planten en dieren bleken bestand tegen de variatie ten behoeve van de afwatering in zomer en winter.

Verder leidde de lozing van polderwater met grote hoeveelheden meststoffen tot algenbloei, waardoor er in diepe delen van het meer vrijwel geen zuurstof meer is en het leven daar is verdwenen. Ook leidt dat tot stankoverlast. Dat het Veerse Meer niet groot is, maakt het er ook niet beter op.

Over drie jaar moeten al deze problemen zijn verholpen. Dan zal de bouw voltooid moeten zijn van een verbinding, een zogenoemd doorlaatmiddel, tussen het Veerse Meer en de zoute Oosterschelde. De ministeries van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij hebben samen 45,3 miljoen gulden toegezegd. In oktober wordt de bouw van de verbinding in de Zandkreekdam aanbesteed. Komend voorjaar moeten de werkzaamheden beginnen, zo heeft Rijkswaterstaat bekendgemaakt.

Het doorlaatmiddel bestaat uit twee naast elkaar gelegen kokers onder water van 82 meter lang, 5,5 meter breed en 3 meter hoog. Met behulp van een beweegbare schuif kan het water zowel van de Oosterschelde het Veerse Meer instromen als andersom. Een vergelijkbaar doorlaatmiddel werd in 1979 gebouwd in de noordelijker gelegen Brouwersdam. Als gevolg hiervan is het water van het erachter gelegen Grevelingenmeer van hogere kwaliteit dan het water in het Veerse Meer, ook al omdat het Grevelingenmeer veel groter is.

Door het water in het Veerse Meer regelmatig te verversen, zal de kwaliteit van het water sterk verbeteren, verwacht projectleider Jaap Geleijnse van Rijkswaterstaat Zeeland. ,,Het was een zes en het wordt een negen'', aldus Geleijnse.

Het natuurlijk milieu zal er baat bij hebben, alsmede de visserij die volgens Geleijnse mag rekenen op meer platvislarven en glasaaltjes, en wellicht ook oesters en mosselen.

Ook de recreatie krijgt een impuls, omdat het waterpeil voortaan het gehele jaar door hetzelfde zal zijn, waardoor grotere oppervlakten beschikbaar komen voor zeilers en surfers.