Van haiku tot apocalyps

In het weekblad Donald Duck verschijnen regelmatig verhalen met het volgende stramien: Donald Duck vindt een verdwaalde hutkoffer met een oude kaart in geheimschrift waarop een schat is aangeduid, oom Dagobert besluit tot een expeditie om de schat te gaan zoeken, de neefjes Kwik, Kwek en Kwak ontcijferen met hulp van het handboek van de Jonge Woudlopers het geheimschrift, en nadat ze alle mogelijke tegenslagen hebben overwonnen en de schurken te slim af zijn geweest, vinden ze het goud of de diamanten. Uiteindelijk nemen ze de schat toch niet mee naar huis, omdat deze hen eigenlijk niet toekomt.

Ontdaan van alle franje is dit de basis van de thriller Cryptonomicon. Met één groot verschil: terwijl Disney volstaat met een pagina of tien, heeft Neal Stephenson ruim duizend pagina's nodig om zijn fascinerende geschiedenis te vertellen. Stephenson slaagt er in om drie verhaallijnen te verweven in een plot die draait om de ontcijfering van militaire codes, de versleuteling van computerprogramma's en de speurtocht naar verborgen goud. Daarbij gaat hij uiteenzettingen over de wiskundige achtergrond van cryptografie en cryptoanalyse niet uit de weg. Toch hoef je geen technofreak te zijn of een wiskundeknobbel te bezitten om van dit jongensboek voor volwassenen te genieten.

De drie verhaallijnen zijn deels historisch, deels fictief. Ze spelen zich af respectievelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog en in het heden. Vanwege allerlei nevenplots is het geheel behoorlijk gecompliceerd. De hedendaagse lijn is het eenvoudigst na te vertellen: een groepje geflipte Californiërs is van plan om in een Sultanaat met de Donald Duckse naam Kinakuta, gesitueerd bij de Filippijnen, een hypermodern telecomcentrum voor Zuidoost-Azië op te zetten. Dit moet een dataparadijs annex computerbank met niet-traceerbaar elektronisch geld worden. Het bedrijf is een parodie op de bloeiende hightech-bedrijven van de jaren negentig, met alle verwikkelingen van dien. De oprichters zijn rijk aan ideeën en kort bij kas en ze worden achtervolgd door tegenslagen.

De tweede lijn is de geschiedenis van de geallieerde codebrekers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dankzij het werk van een handvol wiskundigen slaagden de Amerikanen en Britten erin om de militaire codes van Duitsland (`Enigma' en vervolgens `Shark') en Japan (`Indigo') te breken. Het centrum van de codebrekers was gelokaliseerd in het ultrageheime en later beroemd geworden Bletchley Park, benoorden Londen. Het pionierswerk op het gebied van wiskundige berekeningen dat hier verricht werd, stelde de geallieerden in staat vrijwel alle onderschepte Duitse en Japanse militaire communicatie te ontcijferen.

U-boten

Een praktisch probleem bij dit succes was dat de Duitsers en Japanners in de waan gelaten moesten worden dat de geallieerden hun geheime codes niet kenden. Er moest dus de indruk worden gewekt dat het puur toeval was dat de Britse marine wist waar de U-boten zich bevonden of dat de Amerikaanse admiraal Nimitz de vloot van admiraal Yamamoto tot zinken bracht. Voor de verspreiding van deze desinformatie heeft Stephenson het geheime commando Detachement 2702 bedacht. Dit detachement bestaat uit een bijeengeraapt stel mariniers en cryptodeskundigen die opdracht krijgen absurde geheime missies uit te voeren.

In de derde lijn brengt Stephenson de twee andere verhalen met elkaar in verband. Tijdens de oorlog hebben Duitse U-boten kunstschatten vervoerd ten behoeve van maarschalk Herman Göring en ook goud tussen Japan en Duitsland. Bovendien hebben de Japanners tegen het einde van de oorlog op de Filippijnen een enorme goudvoorraad, gestolen uit de bezette landen, verborgen in een speciaal daarvoor uitgehakte ondergrondse opslagplaats in de jungle, Golgotha genaamd. Waar deze buit zich bevindt in een U-boot die is gezonken in de baai van Manila en in de Japanse opslagplaats weet maar een handvol betrokkenen, van wie er enkelen de oorlog overleven. De exacte ligging is vastgelegd in onbekende Japanse en Duitse geheime codes. Natuurlijk komen de jonge Californiërs van het telecomnetwerk Epiphyte dit goud op het spoor als zij hun bedrijf in Manila opstarten. Ze denken het goud te kunnen gebruiken als dekking voor hun virtuele geld en ze gaan op zoek naar de codes die de locatie van de oorlogsschatten kunnen onthullen.

Postcyberpunk

In de Verenigde Staten staat Stephenson bekend als een cultschrijver. Hij wordt wel de Quentin Tarantino van de postcyberpunk sciencefiction genoemd. Zijn ambities met Cryptonomicon gaan duidelijk verder en zijn aanpak roept ook herinneringen op aan andere boeken. Wat betreft de verwevenheid van wiskundige uiteenzettingen bouwt het voort op Douglas Hofstadters beroemde Gödel, Escher and Bach, als ideeënboek doet het denken aan de filosofische uitweidingen van Robert Pirsig in Zen and the Art of the Motorcycle Maintenance, als roman over de absurditeit van de oorlogsvoering heeft het verwantschap met Joseph Hellers Catch 22. Stephenson haalt niet het niveau van deze klassiekers, maar met zijn originaliteit beschrijft hij de geschiedenis van de codebrekers in Bletchley Park wel aanstekelijker dan de Britse schrijver Robert Harris in zijn roman Enigma van een jaar of wat geleden.

In een interview op internet heeft Neal Stephenson gezegd dat hij een serie romans over cryptografie wil schrijven, waarvan Cryptonomicon het eerste deel vormt. Het valt te hopen dat niet alle delen even omvangrijk zullen worden. Want hoewel Cryptonomicon spannend genoeg is om van begin tot eind te lezen, laat Stephenson zich bij vlagen door zijn eigen creativiteit op sleeptouw nemen. Er zitten hele stukken in die probleemloos geschrapt kunnen worden zonder het verhaal tekort te doen. Trouwens, een pil van duizend pagina's past moeilijk in een rugzak om als cultboek mee naar exotische bestemmingen te nemen.

Cryptonomicon, dat begint met een haiku, eindigt in een apocalyps: `Maar dan, als Golgotha twee uur brandt, wordt zichtbaar dat onder het ondiepe water en langs het rotsblok waarop Randy zit een blikkerende, stroperige rivier van goud over de valleibodem stroomt.'

Prachtig en oneindig veel beter dan in de Donald Duck.

Neal Stephenson: Cryptonomicon. Vertaald door Irene Ketman. Luitingh Sijthoff, 1085 blz. ƒ99,-