Turkse zakenman steunt op familie

Turken zijn de meest ondernemende bevolkingsgroep van Nederland, aldus de verenigde Kamers van Koophandel. Met veel inzet en steun van familie beginnen ze gewoon, en zien dan wel.

Zonder een specifieke onderneming voor ogen te hebben gingen Birol en Mustafa Tapmas naar de Kamer van Koophandel in Amsterdam. Ze hadden geen diploma's die hen naar een bepaald beroep toeleidden, en wilden gewoon weten wat ze het best konden gaan doen. Dat was twee jaar geleden, en sindsdien leiden zij in Amsterdam-West het uitzendbureau Perfectos.

Die laconieke instelling bij het opzetten van een onderneming lijkt typerend voor Turken in Nederland. Ze zijn, blijkens een onderzoek dat de Vereniging voor de Kamers van Koophandel deze week uitbracht, de meest ondernemende bevolkingsgroep. Van de totale Nederlandse beroepsbevolking begon vorig jaar 6,5 promille een nieuw bedrijf, terwijl van de Turken onder hen 11,5 promille een bedrijf oprichtte. Van de 70.000 startende ondernemers in Nederland vorig jaar waren 11.000 niet in Nederland geboren. 3.350 kwamen uit Europa en 4.000 uit Marokko, Turkije, Suriname en de Antillen. Binnen deze laatste groep waren de Turken het sterkst vertegenwoordigd (1.800).

Het lijkt wel of allochtonen er in het algemeen ,,een stukje meer durf bij'' hebben dan autochtoon-Nederlandse ondernemers, zegt Ronald Stoel van de Kamer van Koophandel in Deventer. Terwijl de Nederlandse zakenman in spe zich braaf opgeeft voor de `startersadviesgesprekken' en de `ondernemersspreekuren' die de Deventer Kamer organiseert, meldt de allochtone ondernemer zich aan en ,,gaat dan in zijn eigen netwerk op zoek naar ervaring, hulp en advies'', volgens Stoel.

In de ruit van uitzendbureau Perfectos – ,,expres geen Turkse naam'' – hangen advertenties voor schoonmakers, stucadoors, verhuizers en een controller. Perfectos zoekt zijn klanten en uitzendkrachten zeker niet alleen onder Turken, zegt Birol Tapmas, al krijg je Turken wel makkelijker dan gemiddeld aan het werk.

Toen Birol en Mustafa Tapmas net met uitzendbureau Perfectos begonnen, maakten ze nog geen winst. Dankzij investeringen van familie hebben ze het gered. Ook Mehmet Yalçin, die verschillende ondernemingen heeft in Amsterdam, onderstreept het belang van familie en de bereidheid om privégeld in elkaars zaken te investeren.

Fatih Lektemur van het Starterscentrum West, een begeleidings- en adviescentrum van de Amsterdamse Kamer van Koophandel voor beginnende ondernemers, vindt Turkse ondernemers maar een lastige groep. ,,Ze komen kijken wat je voor ze kan betekenen, vaak met hele concrete vragen, zoals of je een ondernemingsplan voor ze wil schrijven, en als dat niet het geval is, zie je ze niet meer.''

Lektemur, zelf ook Turks, heeft ook de indruk dat Turken heel erg op hun eigen netwerk gericht zijn. En in dat netwerk gaan ook de succesverhalen rond van vrienden en familie die Turken tot ondernemen aanzetten. Tijdens het kaarten in het café scheppen ze zo'n beetje op over hun winst, hun auto's en andere mooie dingen – en ,,als ze zien dat er één succes heeft, beginnen ze allemaal'', zegt Birol Tapmas. Cijfers uit het rapport van de Vereniging van Kamers van Koophandel bevestigen dat. Van de 860 uitzendbureaus die vorig jaar zijn opgericht, waren er 337 van Turkse ondernemers, 283 van Nederlanders en 60 van Marokkanen.

Mehmet Yalçin heeft dezelfde ervaring in een andere branche. Hij zit al sinds 1974 met zijn zaak Genco Market in Amsterdam, en sinds 1989 in de Van Woustraat. Behalve een groente- en levensmiddelenzaak annex slagerij, heeft hij sinds drie jaar ook een bakkerij en sinds ongeveer een maand ook een schoenenzaak in de straat. ,,Toen ik hier kwam, had je verderop in de Rijnstraat nog één andere groentezaak en had je hier twee islamitische slagers, maar tegenwoordig zijn het er zóveel. Met je groente maak je aan het begin van de dag nog wel een kwartje of twee winst per kilo, maar aan het eind van de middag moet je vaak onder de inkoopsprijs gaan zitten. Dat komt omdat te veel Turken dan in dezelfde branche gaan werken en door te lage prijzen elkaars bestaan eigenlijk onmogelijk maken.''

Doordat Yalçin ook veel houdbare levensmiddelen verkoopt vreest hij niet voor zijn eigen faillisement. En hij hoopt winst te maken met de schoenenzaak, een branche die nog niet door de Turkse ondernemer is ontdekt. Maar dat kan hij na een maand nog niet echt inschatten.

Een Turkse pizzeriahouder in de Van Woustraat zegt dat veel Turken maar ergens aan beginnen omdat ze snel willen verdienen en zich niet gedegen voorbereiden. Zo schieten volgens hem nu de uitzendbureaus als paddestoelen uit de grond zoals vroeger de textielzaakjes. Zelf heeft hij de pizzeria al zes jaar, maar van al die uitzendbureautjes moet hij nog zien hoeveel het redden.

Zijn sombere voorspelling vindt weerklank in cijfers van onderzoeksbureau ITS in Nijmegen. Van de bedrijven die in 1992 werden opgericht bestond na een jaar nog 86 procent, van de bedrijven opgericht door etnische minderheden nog 73 procent en van Turkse ondernemers in het bijzonder 66 procent. In 2000, na acht jaar bestaat van die bedrijven respectievelijk nog 45 procent, 33 procent en 26 procent, zo stelde onderzoeker H. van Tillaart vast.

Van den Tillaart heeft de indruk dat Turkse ondernemers iets impulsiever in het ondernemerschap duiken. ,,Ze hebben zoiets van als ik het nu niet doe, doet iemand anders het. Ze willen er niet te lang over nadenken.''

Dit heeft tot gevolg dat Turkse ondernemers iets vaker over de kop gaan dan anderen. ,,De overlevingskansen zijn iets kleiner, maar je ziet de overlevingskansen voor allochtonen in het algemeen en dus ook voor Turken toenemen. Als je dat in verhouding ziet met het grote aantal ondernemers, denk ik dat ze niet zo verkeerd bezig zijn'', zegt Van den Tillaart.

Volgens de Turkse pizzeriahouder sluizen veel Turken het geld onmiddellijk door naar Turkije in plaats van het in de zaak te investeren. ,,Dat kan nooit goed gaan.''