Postcode

In de hal van het medische bureau waar ik me moest melden, was een lange, schrale man van een jaar of zestig in gesprek met de baliemedewerkster. Ik stelde me achter hem op in de overtuiging dat ik snel geholpen zou worden, maar dat viel tegen. De medewerkster probeerde een formulier in te vullen aan de hand van gegevens die de man haar moest verstrekken. Het begin verliep vlot, maar daarna stokte de informatiestroom.

,,Weet u ook de afkorting niet meer?'' vroeg de vrouw.

,,Het was BWZG of ZWGM, zoiets...'', mompelde de man.

,,U weet in ieder geval zeker dat u particulier verzekerd bent?''

,,Natuurlijk'', zei de man, bijna geschrokken, alsof er aan zijn verstandelijke vermogens werd getwijfeld.

,,Ik vraag het maar'', zei de vrouw. ,,Wilt u thuis nog even naar de naam van de maatschappij kijken en ons bellen?''

De man knikte. En voort ging het intakegesprek. Zijn geboortedatum, zijn geboorteplaats, zijn woonplaats, zijn adres, zijn postcode, zijn...

,,Wacht even'', zei de medewerkster, ,,dit klopt niet. De postcode in Amsterdam begint nooit met een twee.''

,,Ach...'', zei de man en hij greep naar zijn voorhoofd. ,,Dat had ik moeten weten.'' Hij keek onzeker om zich heen, als een kandidaat in een tv-quiz die zijn ondergang ziet naderen. ,,Ik gaf u de postcode van mijn vorige adres.''

,,En wat is het nu?''

De man keek de vrouw ontsteld aan. ,,Al slaat u me dood, ik weet het even niet'', zei hij schor.

,,Gaat u dan alvast naar de wachtruimte. Ik hoor het wel als het u te binnenschiet.''

Hij droop ontredderd af. Ik meldde me en spuide mijn gegevens bijna fluitend eindelijk het beste jongetje van de klas. In de wachtkamer zaten vier mannen te zwijgen alsof ze iets op hun geweten hadden. Ik ging naast de man van de postcode zitten. Hij zat afwezig door een Nieuwe Revu van drie weken geleden te bladeren. Opeens gooide hij het blad terug op de tafel en zei tegen me: ,,Ik weet het verdomme nog steeds niet. En ik woon al drie jaar op dit adres! Heb jij dat nooit?''

,,Soms met voornamen en gezichten'', troostte ik.

Hij boog zich conspiratief naar me toe. ,,Zou jij niet even bij de balie in de telefoongids willen kijken bij mijn naam? Ik heet Alink. In de Ruitstraat.''

Ik begreep hem - geen erger verlies dan gezichtsverlies en willigde het verzoek zonder aarzelen in. De medewerkster was even weg en ik zocht de bewuste postcode op in de telefoongids achter de balie. Ik had me de cijfers juist ingeprent toen ze terugkwam.

,,Wat doet u hier, wilt u die gids goed terugleggen?'' snauwde ze.

Ik knikte schuldbewust en meldde me bij de man in de wachtkamer.

,,En?'' vroeg hij begerig.

Ik was in gedachten nog bij de kwaadheid van de medewerkster.

,,En?'' vroeg hij weer.

Vreemd. Ik probeerde ergens in mijn hersens een schakelaar om te draaien, maar het wilde maar niet lukken. ,,Ik ben bang dat ik het niet meer weet'', zei ik.

We keken elkaar even aan. Samen in de val, gezellig.