Politiek Servië op haar kop na moord

De moord op een voormalig lid van de Servische geheime dienst heeft de Servische politiek volledig op haar kop gezet en heeft een bom gelegd onder DOS, de regerende coalitie.

Op 3 augustus werd Momir Gavrilovic, ex-kolonel van de Servische geheime dienst RDB, voor zijn huis in Belgrado doodgeschoten, enkele uren slechts nadat hij het kantoor van de Joegoslavische president Vojislav Koštunica had bezocht om daar – zoals een week later een ongenoemde medewerker van Koštunica tegen het dagblad Blic onthulde – details te geven over de samenwerking tussen hoge regeringsambtenaren en de georganiseerde misdaad.

Het verhaal sloeg in als een bom, en sindsdien wordt het politieke toneel in Servië – en de discussie tussen de achttien partijen waaruit de regerende coalitie DOS bestaat – volledig gedomineerd door `de kwestie-Gavrilovic'. Het regent beschuldigingen, klachten, insinuaties, verdachtmakingen en dreigementen tussen politici over en weer, er wordt geschermd met de opzegging van politieke samenwerking en met rechtszaken en het lijkt er dag in, dag uit op dat niemand de kans voorbij laat gaan om anderen verdacht te maken.

De moord heeft vele vragen opgeworpen. Wat was het verband – if any – tussen Gavrilovic' bezoek aan Koštunica's kantoor en de moord, later diezelfde dag? Heeft Gavrilovic – die volgens zijn weduwe Koštunica's kantoor drie keer heeft bezocht en één keer met de president sprak – concreet, schriftelijk bewijsmateriaal over de mafiose activiteiten van hoge ambtenaren overhandigd? Waarom ging hij naar Koštunica, en niet naar de politie of het openbaar ministerie? Zijn er echt banden tussen de mafia en de regering? Heeft Gavrilovic namen genoemd, en zo ja, welke? Heeft Koštunica's bureau actie ondernomen, en daarmee geprobeerd ,,illegale parallelle machtsinstanties'' te scheppen, buiten de geëigende instanties om? Heeft Koštunica, die niets te zeggen heeft over de Servische geheime dienst, hem weer een baan aangeboden bij de dienst, zoals zijn weduwe zegt? En wilde Gavrilovic die nieuwe baan niet omdat de RDB-top niet te vertrouwen is? Heeft Koštunica met Gavrilovic gesproken over die RDB-top? Welke rol speelt Aleksandar Tijanic, media-adviseur van Koštunica en hoogstwaarschijnlijk de informant van Blic, een man die nog minister van Informatie (hoofdtaak: desinformatie) onder Miloševic is geweest voordat hij met hem brak?

De kwestie is inmiddels een eigen leven gaan leiden: dat van een tijdbom onder DOS, de 18-partijencoalitie die dreigt uiteen te vallen. Maar de zaak is inmiddels ook een factor in de permanente machtsstrijd tussen Koštunica en de Servische premier Zoran Djindjic. Koštunica, die voor de zaak zijn vakantie onderbrak, gaat er simpelweg van uit dat Gavrilovic zich zorgen maakte over de criminalisering van de samenleving, en die zorgen wilde delen. Hij verwijt de politie (die onder de competentie van Djindjic valt) haar taak niet goed te doen en hij wijst de suggestie van de hand, dat er een verband is tussen Gavrilovic' bezoek aan zijn bureau en de moord. Mocht dat verband worden aangetoond, dan heeft – aldus Koštunica – ,,de sociale en institutionele crisis onvermoede proporties aangenomen''.

Djindjic van zijn kant beschuldigt de president: de informatie dat Gavrilovic heeft gesproken over banden tussen regeringsfunctionarissen en de georganiseerde misdaad komt hoe dan ook uit het kantoor van Koštunica, en dat terwijl Koštunica's partij, de DSS (Democratische Partij van Servië) deel uitmaakt van de door Djindjic geleide regering. Dat, aldus de premier, is een ,,enorm schandaal'', dat, als het niet wordt opgehelderd, Servië ,,langzaam doet verzinken in de atmosfeer van het Wilde Westen, waar geen recht of orde van welke aard dan ook bestaat''. Djindjic' Democratische Partij identificeerde Koštunica's media-adviseur Tijanic als de man die Blic informeerde over de inhoud van Gavrilovic' gesprek op 3 augustus en die daar tegenover Blic aan toevoegde dat Gavrilovic geschreven bewijsmateriaal had overhandigd – bewijsmateriaal dat overigens nooit ergens is opgedoken.

De cohesie binnen de regerende DOS is inmiddels geheel verloren gegaan. Djindjic zei woensdag dat ,,duidelijk moet worden vastgesteld of er indicaties of bewijzen zijn dat iemand in de regering met criminelen samenwerkt, en zo ja: wie, waar en wanneer.'' Komt die opheldering er niet, binnen enkele dagen, dan wordt de samenwerking binnen de DOS onmogelijk, aldus de premier. Parlementsvoorzitter Dragoljub Micunovic stelde vast dat de crisis in de DOS ,,diep gaat'' en dat ,,het wantrouwen'' binnen DOS hoog is opgelopen, mede door ,,de ambities van de leiders'' (waarmee hij doelde op Koštunica en Djindjic) en ,,de ambities van de partijen, die mensen hebben toegelaten uit het vroegere regime'', een verwijzing naar Tijanic. Deze op zijn beurt vroeg zich – suggestief en insinuerend – hardop af ,,welk centrum van politieke macht eigenlijk doodvonnissen velt en ze uitvoert, en hoeveel mensen nog op de dodenlijst staan''.

De oppositie – de aanhang van Slobodan Miloševic – ziet vanaf de zijlijn met het grootste genoegen hoe de rel escaleert, en doet van tijd tot tijd een eigen duit in het zakje. Zo wist Vojislav Šešelj, leider van de Servische Radicale Partij, oud-coalitiepartner van Miloševic, deze week heel zeker dat ,,Djindjic' mensen Gavrilovic hebben vermoord'' omdat zij door Gavrilovic in Koštunica's kantoor als mafioos waren geïdentificeerd. En aangezien – zei Šešelj – Djindjic de burelen van de president laat afluisteren wist hij dat. En passant stelde Šešelj dat Djindjic van de maffia een villa cadeau had gekregen.

De kwestie zal het vertrouwen van de Serviërs in hun leiding bepaald niet verhogen. En dat vertrouwen slonk toch al. Volgens een recente opiniepeiling is de helft van de Serviërs ontevreden over de regering en is het aantal Serviërs dat wèl tevreden is, gedaald tot vijftien procent. Koštunica blijft de populairste politicus. Djindjic staat op de achtste plaats.