Paarse krimp

Opel sluit een zesde van de productielijnen in zijn fabrieken. Komende jaren zullen 400.000 auto's minder van de band lopen. De directie van Opel in Rüsselsheim hoopt zo het miljardenverlies van de afgelopen jaren tegen 2003 te hebben omgebogen. De symbolische betekenis van deze stap overstijgt het vertrek van Maurice de Hond bij zijn zieltogende Newconomy ruimschoots. De erfgenamen van de Kadet in de problemen: dat betekent dat de `chill-out' van het economische feest nu de middenklasse begint te bereiken.

Ook in Nederland, zo blijkt uit de cijfers. In het eerste kwartaal van dit jaar nam de economie met 0,2 procent af. Voor het tweede kwartaal van 2001 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een lichte groei van 0,4 procent berekend. Nederland is zodoende ternauwernood ontsnapt aan een formele recessie, zoals het klimaat wordt gedefinieerd als de economie gedurende een half jaar krimpt. Maar dat is het dan ook wel. Er moet zo ongeveer een wonder gebeuren om dit jaar de beloofde groei van 2,75 of zelfs de bijgestelde raming van 2 procent te halen. Anderhalf procent ligt meer in de lijn van de verwachting. De zeven vette jaren, met groeipercentages van 4 procent, zijn kennelijk voorbij.

Dat perspectief heeft niet alleen economische maar ook politieke implicaties. De paarse coalitie van premier Kok was in 1994 nog niet aangetreden of de zon begon te schijnen. In groepsverband hebben de twee kabinetten-Kok vervolgens nimmer economische tegenwind meegemaakt. Met andere woorden: de paarse ministers hebben slechts eenzijdige politieke ervaring, er vanuit gaande dat politiek neerkomt op het verdelen van (schaarse) middelen.

Bij de debatten over de begroting voor 2001 en, recenter, de voorjaarsnota kwam dat duidelijk aan het licht. Ruim een jaar geleden is in brede politieke kring gemeengoed geworden dat paars de maatschappelijke infrastructuur (onderwijs, zorg en veiligheid) te lang heeft verwaarloosd. Na die erkenning gingen al snel de miljarden over de toonbank. Dit voorjaar wist minister Zalm (Financiën) nog ongeveer acht miljard gulden `vrij te spelen' door meevallers op de post uitgaven (bijvoorbeeld de lager wordende rentelasten over de staatsschuld) op voorhand te boeken. Ook de minister moest door de knieën omdat de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) nog uitgingen van comfortabele percentages. Het werd niet openlijk gezegd. Maar in de debatten klonk nadrukkelijk een subtekst door: er was groei, er is groei, er blijft groei.

Bij de begroting voor 2002 zal paars uit een ander vaatje moeten tappen. Een beperkte groei van 1,5 procent betekent dat de overheid conform de nog altijd geldende Zalmnorm een paar miljard minder extra heeft te besteden. Het is de coalitie niet gegund in haar laatste jaar ontspannen uit te lopen, respectievelijk verkiezingscampagne te voeren. Op de valreep wordt het menens.

Van een economische recessie is nog geen sprake, laat staan van een crisis. Er is dus geen nood aan de man. De confrontatie met de oude conjuncturele realiteit `minder meer', biedt zelfs paradoxale perspectieven. Door de afnemende krapte op de arbeidsmarkt kunnen bijvoorbeeld beroepen in onderwijs, zorg en veiligheid weer wat aan prestige winnen.

Maar dan moeten regering en parlement wel bereid en in staat zijn hun eigen taakopvatting te kritiseren. In de gezondheidszorg is al gebleken dat de tekorten zich niet laten ondervangen door simpelweg extra geld uit te geven. Voor de klas en bij de politie is eveneens duidelijk dat de problemen een bureaucratische component hebben. In deze publieke sectoren wordt, door organisatorische zwarte gaten, niet elke gulden van de overheid besteed aan het beoogde doel. Vele dubbeltjes lekken spoorloos weg.

Als het woord

`schaarste' weer in ere moet worden hersteld, krijgt het beheer van de schatkist automatisch ook een andere dimensie; dan gaat het niet meer alleen om goede plannen op papier, maar evenzeer om de uitvoering ervan in de praktijk. Dat is geen ramp. Sterker. Dat is politiek.