Misverstand in bergland van Papoea

De Beweging Vrij Papoea liet gisteren twee Belgische globetrotters vrij die ze ruim twee maanden had gegijzeld.

Militaire machthebbers in Jakarta beschouwden de twee Belgen die op 7 juni in het bergland van Papoea door rebellen werden ontvoerd als `heulers met de separatisten', die geen medelijden verdienden. Een nadere kennismaking, de avond na hun vrijlating, leert anders. Johan van den Eynde (47), niet-praktiserend dierenarts uit Gent, en Philippe Simon (49), verkoper van tweedehands boeken en gelegenheidsfilmer uit Brussel, noemen zichzelf `vitalistische reizigers'. Lopen langs ongebaande wegen is voor hen een levensvervulling.

Johan, achter een glas in Jayapura: ,,Het enige dat we wilden was te voet door het bergland van Papoea trekken en in het voorbijgaan beelden draaien van de natuur en van de mensen die er wonen.'' Philippe, die net als Johan de halve wereld heeft bereisd: ,,Wij voelen ons niet betrokken bij wat de Papoea's hun vrijheidsstrijd noemen. Een dergelijk engagement is ons vreemd, want dat belast de lichtheid van het reizen.'' Deze passanten bij uitstek liepen echter vast in een web van misverstanden en intriges.

Op 4 juni trekken zij, uitgerust met rugzakken, twee handycams en batterijen met zonnepaneel, vanuit Beoga de Ilagavallei binnen, een ruim dal benoorden het met eeuwige sneeuw bedekte Carstenszmassief. Enkele kilometers voor de districtshoofdplaats Ilaga worden zij staande gehouden door een groepje mannen. De leider, gekleed in een witte pull-over, vraagt naar hun papieren. Johan: ,,Ik heb zelden een Papoea ontmoet die me zoveel schrik aanjoeg. Hij was geen gewone dorpeling en had duidelijk in de grote stad geleefd. Instinctief wilde ik niets met hem te maken hebben. Ik zei: `Wij laten onze papieren alleen zien aan de politie'.''

Een kilometer verder worden ze ingehaald door een Papoea met een enorm mes in zijn hand. Johan: ,,Hij posteerde zich voor ons op het pad en zei dreigend: `Blijf staan, verzet je niet, we moeten praten'. Ik liep door, hij week achteruit, maar bleef ons de weg versperren. Er kwamen nog meer mannen aanlopen, met kapmessen, en daar was die witte trui ook weer. Toen moet ik zoiets gezegd hebben als: `Weet je wel met wie je te maken hebt? Mijn vader heeft veel invloed in Indonesië'. Flauwekul, maar het hielp; we liepen verder ongehinderd door naar Ilaga.'' Daar melden ze zich bij de plaatselijke politiepost en ze besluiten het incident van die ochtend te vergeten.

De volgende dag trekt het tweetal verder. In het gehucht Paluga brengen ze de nacht door bij het dorpshoofd. 's Ochtends vroeg worden ze gewekt door lawaai voor het huis. Buiten staan twaalf Papoea's met vervaarlijk beschilderde gezichten, kapmessen en pijl en boog. Hun leider hij heeft een geweer geeft een bevel. De groep dringt het huis binnen, pakt de handycams en een fotocamera en maakt zich uit de voeten.

Philippe wil hen achterna gaan, maar de leider houdt het geweer tegen zijn hoofd en zegt: ,,Een beweging en je bent dood.'' [Vervolg PAPOEA'S: pagina 4]

PAPOEA'S

'Geen stap verder'

[Vervolg van pagina 1] Ze grissen hun bagage bijeen, gaan ijlings op weg, maar worden boven aan een helling tegengehouden door een groep gewapende Papoea's, onder leiding van de witte pull-over. Hij zegt: `Geen stap verder, of wil je dood? Ik neem jullie in gijzeling.' Ze worden teruggebracht naar Paluga en in bewaring gegeven aan de man met het geweer. Hij heet Peni Murip en is de plaatselijke commandant van de Beweging Vrij Papoea (OPM). Gedurende de tien weken die de Belgen gedwongen doorbrengen in drie verschillende kampementen rond Paluga, houdt commandant Peni vol dat hij de witte pull-over niet kent, maar hem voor een belangrijk man houdt en daarom gehoorzaamt.

Op 18 juni krijgen de gijzelaars bezoek van Titus Murip, de hoogste commandant van de OPM in de Ilagavallei. Titus laat hen brieven schrijven, waarin zij aandacht vragen voor de strijd voor een `vrij West-Papoea' en stuurt die, samen met een brief aan president Wahid, naar de bisschop van Jayapura. Titus wil contact met de katholieke kerk en het evangelische kerkgenootschap Kingmi, waartoe hij zelf behoort. Beide kerken stellen bemiddelaars aan: de Franciscaan Theo van den Broek en dominee Benny Giay.

Intussen krijgt de Belgische ambassade in Jakarta bezoek van ene Damianus Wanimbo, afkomstig uit de Ilagavallei en lid van de zogenoemde `Alliantie van Papoeastudenten' (AMP), een club die grossiert in radicale bevrijdingsretoriek. Hij heeft een foto bij zich van hemzelf met Titus Murip en stelt voor om, tegen betaling van `reiskosten', een einde te maken aan de gijzeling. De ambassade wint inlichtingen in en verneemt dat Wanimbo connecties heeft met de Papoea-mafia in Jakarta, die onder leiding staat van Yorris Th. Raweyai. Deze gangsterkoning knapte onder Soeharto's Nieuwe Orde vuile klusjes op voor het regime. De ambassade besluit niet met Wanimbo in zee te gaan, maar met de kerkelijke bemiddelaars, zoals Titus Murip heeft gevraagd.

Als Van den Broek en Giay voor overleg naar Jakarta komen, ontmoeten ze ook Wanimbo en zijn tweede man, die blijkt te beschikken over een van de gestolen camera's. Kennelijk bestaat er een lijn tussen de AMP en de ontvoerders. Het lijkt erop dat de mysterieuze witte pull-over, die de gijzelaars aan Peni toevertrouwde, de contactman is van de AMP. Eind juli besluit de ambtelijke en militaire top in Jakarta het voorstel van de bemiddelaars om de Belgische ambassadeur de gijzelaars te laten ophalen in de vallei om `veiligheidsredenen' af te wijzen. Vervolgens krijgen de twee geestelijken bij de gijzelnemers geen voet meer aan de grond. Wanimbo laat hen telefonisch weten dat alleen hij de Belgen kan loskrijgen. Van den Broek en Giay schakelen hem in en uiteindelijk weet dit drietal de gijzeling vreedzaam te beëindigen. Zij halen de Belgen op 16 augustus met een missievliegtuig op.

De politiechef van Papoea, generaal Made Mangku Pastika, heeft de kerkelijke bemiddelaars alle ruimte gegeven en garandeerde, in geval van vrijlating, de veiligheid van de OPM-ontvoerders. Hij heeft de inschakeling van Wanimbo oogluikend toegestaan, maar noemde de AMP binnenskamers ,,een stelletje criminelen.''

Gisteren, in de VIP-room van Sentani, het vliegveld van Jayapura, zei de generaal in een op fluistertoon gevoerd gesprek met Van den Broek dat niet Wanimbo, maar de twee geestelijken Johan en Philippe dienden over te dragen aan de autoriteiten. Toen Wanimbo dit niet nam, kreeg hij – voor de meeste omstanders onmerkbaar – te horen dat hij diende mee te spelen of na afloop zou worden gearresteerd. Wanimbo, woedend: ,,Het was mij al snel duidelijk dat de ontvoering op een misverstand berustte. De Belgen wekten de indruk dat zij voor de Indonesische regering werkten. Zij wensten zich alleen bekend te maken aan de politie en de OPM dacht dat zij inlichtingen verzamelden over de beweging. Daarom hebben wij de camera's in beslag genomen. Toen we hun opnames zagen, bleek dit een misverstand en heb ik de ambassade aangeboden hen op te halen. Uiteindelijk heb ik hen bevrijd.''