Mijn vader

Mijn vader, geboren in 1903, hield van onverwachte gebeurtenissen. Een ijscoboer die door de straat kwam, een brandje, een jehovagetuige aan de deur, of de zussen van mijn moeder die opeens koffie kwamen drinken. Als de dag maar anders verliep dan de vorige dag. Maar als Schil kwam, dan was hij helemaal opgetogen, want hij wist wat dat betekende. Schil die eigenlijk Dingeman heette, kwam meestal 's avonds. Hij werkte in de polder bij een boer, en waarom hij Schil werd genoemd wist niemand. Het was een verlegen jongen met zwart steil haar.

Toen we op een avond allemaal om de tafel zaten, hoorden we zachtjes `volluk' achter ons huis roepen, ,,Ik geloof dat ik Dingeman hoor'', zei mijn moeder. ,,Met zijn donderende piepstem'', zei mijn vader. Hij liep naar de tuin en zag Schil met een emmertje in zijn hand. ,,Ik kom biest brengen'', zei hij. Dat was een onverwachte lekkernij. Mijn moeder haalde een pan uit de kelder en zette de biest op het vuur. Schil vertelde ons dat dit de eerste melk was als de koe een kalfje had gekregen. Het was dik en zag eruit als romige pap. ,,Dit zal nooit bij de zuivelfabriek komen'', zei Schil zachtjes. ,,Goed roeren, dan zie je het bloed niet, en tegen de kook aanhouden'', zei mijn vader tegen mijn moeder, en gaf Schil een knipoog. ,,Dat weet ik wel'', antwoordde ze, ,,ik moet het wellen.''

We durfden het niet te eten. We vonden het eng. Toen de dampende borden op tafel stonden en ze er suiker in deden en mijn vader de eerste hap nam, deed hij zijn ogen dicht, zo lekker vond hij het.