Menselijke wrakken in het land van melk en honing

De familie van de joods-Amerikaanse schrijfster Naomi Eve (1967) is afkomstig uit alle windstreken. Haar roman The Family Orchard, vertaald als Wat de stilte vertelt, biedt de kleurrijke verhalen van haar voorouders, die vanuit Engeland en Rusland naar Palestina trokken en van daaruit weer naar Amerika. De familielegenden, die op zichzelf verhalen vormen en doen denken aan de verhalen van Isaac Bashevis Singer, geven een mozaïek van het joodse leven in Palestina aan het begin van de twintigste eeuw.

Naomi Eve heeft van Wat de stilte vertelt een kunstig vlechtwerk van feit en legende gemaakt. Haar familiegeschiedenis vormt een raamvertelling van individuele legendes, sommige geestig, andere romantisch of een tikje scabreus. Zo schrijft Eve over haar stammoeder: `Mijn betovergrootmoeder, Esther Sophie Goldner Schine, kleindochter van de opperrabbijn van het Britse Rijk, vond de regeling dat haar echtgenoot via haar voordeur binnenkwam en haar minnaar via haar achterdeur, een perfecte regeling voor een joodse vrouw. Het idee van gescheiden faciliteiten paste goed in het kader van de kashrut zoals dat al zolang bestond. Melk hier, vlees daar, en zolang er een gepaste afstand tussen de verschillende zaken bleef bewaard, bleef alles rustig koosjer.' Ook humoristisch is het verhaal hoe haar overgrootvader het leven in een Russisch provinciestadje ontwricht, door de plaatselijke studenten elk één keer bij hem thuis uit te nodigen om de maaltijd te gebruiken in het gezelschap van zijn twee mooie dochters.

Naarmate Eve de tegenwoordige tijd dichter nadert, worden haar verhalen persoonlijker en minder anekdotisch, zoals de worsteling van haar grootouders met de geboorte van een ernstig gehandicapt kind.

Het Palestina van Naomi Eve is het Israel van vóór de onafhankelijkheid, het beloofde land waar de boomgaarden dansend worden geïrrigeerd. Eve's familie is al generaties lang in Palestina en hun aanwezigheid daar is volkomen vanzelfsprekend, zo vanzelfsprekend zelfs dat Eve's vader wegens zijn vrouw naar Amerika verhuist.

Het contrast met Exodus van Yoram Kaniuk kan bijna niet groter zijn. Het is nauwelijks te bevatten dat beide boeken over hetzelfde land gaan en elkaar overlappen in de periode juist voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Israël in 1948. Kaniuk en Eve brengen een haast diametraal tegenovergestelde boodschap. Terwijl Kaniuk, die zelf in de Onafhankelijkheidsoorlog heeft gevochten, een onderwerp uitwerkt dat zelfs zestig jaar na dato nog een zware politieke lading heeft, koos Eve voor een persoonlijke, intieme benadering van het dagelijkse leven van haar familie, waarbij de politieke situatie in Palestina hoogstens een rol op de achtergrond speelt.

Exodus is geen roman, maar een uitdrukkelijk op feiten gebaseerd verhaal. De door Kaniuk gekozen vorm kan misschien nog het beste als `schriftelijke documentaire' worden omschreven. In Kaniuks woorden: `De fictieve stukken in dit boek zijn zuiver historische waarheid. Over de details zal ik niet moeilijk doen.' Dicht op de huid van zijn hoofdpersoon, Jossi Harel, doet Kaniuk het waargebeurde relaas van een aantal illegale immigratiereizen in de periode waarin het Britse mandaat over Palestina afloopt.

De ongepolijste stijl van Exodus maakt dat de zware omstandigheden waaronder de immigranten Palestina proberen te bereiken, je als lezer recht in je maag treffen. Het boek heeft op meer mensen een diepe indruk gemaakt, want de veelgelauwerde Kaniuk die een indrukwekkend oeuvre op zijn naam heeft staan, mocht voor Exodus vorig jaar de Prix Mediterranée Étranger in ontvangst nemen. Kaniuk reserveert voor zichzelf als schrijver slechts de bescheiden rol de beelden en menselijke verhalen zo indringend mogelijk over het voetlicht te brengen, zonder dramatisch te worden.

Jossi Harel voerde als jongeman het bevel over een aantal van de schepen - voor het grootste deel drijvend schroot, volgepakt met duizenden mensen - die de overlevenden van de concentratiekampen door de Britse blokkades naar Palestina brachten. Een van die schepen was de `President Warfield', een oude Amerikaanse veerboot waarvan de naam in Exodus was veranderd. De passagiers van de Exodus bereikten Palestina niet, maar werden tegengehouden door een zwaarbewapende vloot van de Britse Marine (zes kruisers en twee mijnenvegers).

Uiteindelijk werden de vluchtelingen onder buitengewoon slechte omstandigheden teruggevoerd naar het gebied in Duitsland dat onder Brits bewind stond en waar de vluchtelingen zonder al te veel problemen konden worden ontscheept om vervolgens te worden ondergebracht in twee concentratiekampen nabij Lübeck (Pöppendorf en Am Stau).

Kaniuk vertelt over de indrukwekkende slimheid waarmee de Hagana en de Mossad Le'alia Bet (`De organisatie voor illegale immigratie') het als David tegen Goliath opnamen tegen de Britten en een aantal succesvolle transporten wisten af te ronden. De kern van het verhaal wordt echter gevormd door het `menselijk wrakhout', de immigranten die vaak eerst een concentratiekamp hadden overleefd en vervolgens door Europa hadden gezworven en onder erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen hadden gewoond.

Kaniuk legt een scherpe tegenstelling bloot tussen de berooide immigranten en zij die al in Palestina woonden. Treffender dan de slang-omschrijving die in Erets Jisraël werd gehanteerd voor de overlevenden van de kampen kan het eigenlijk niet: saboniem ofwel `zeepjes'. `Met de komst van de Exodus uit Europa onststond een uniek historisch kruispunt waarop het Hebreeuwse Erets Jisraël met zijn eigen mentaliteit en het joodse leed elkaar ontmoetten [...] Er waren heel wat arrogante sabra's die de immigranten, die ze zelf hadden opgehaald, vragen stelden zoals: Hoe komt het eigenlijk dat jij nog leeft? Was je soms een collaborateur? Was je een Kapo?'

Behalve een illustratie van de ongemakkelijkheid waarmee de joden zelf de vluchtelingen opvingen, is Exodus ook het beschamende verslag van de schijnheiligheid en onwil onder de geallieerde landen. Gedurende de oorlog weigerden de geallieerden om de kampen te bombarderen en `werden de bewijzen voor de jodenvervolging door de censuur [in Amerika] vernietigd en beschouwd als hulp aan de vijand.' Na de oorlog weigerden de meeste landen de joodse ontheemden de kans op een behoorlijk bestaan door hun onwil om ze als vluchteling op te nemen: `De joden stonden niet op de wereldagenda.'

Het aangrijpendst zijn de verhalen of de flarden van verhalen van de overlevenden die Harel ontmoet op de schepen en voor wie hij een diep medeleven en respect voelt. `Hij hield van deze menselijke wrakken met hun angstige ogen, hun cynische lach en hun wanhopige nachtmerries.'

Kaniuk weet het diepe respect dat hij voor deze mensen voelt en de verontwaardiging over hun behandeling moeiteloos over te brengen op de lezer. Die blijft achter met de beelden op het netvlies van overvolle vluchtelingenkampen, van mensen die als poststukken van hot naar haar worden versleept, op wankele volgepakte bootjes, en vraagt zich af waar zij dit toch eerder heeft gezien.

Naomi Eve: Wat de stilte vertelt. Uit het Engels vertaald door Paul Syrier. De Boekerij, 283 blz. ƒ39,50.

Yoram Kaniuk: Exodus.

Uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach en Corrie Zeidler.

Meulenhoff, 254 blz. ƒ39,90.