Hier heeft gewoond

Een progressief en pienter stel, die dochters van Jacobs uit Sappemeer, en grossierend in primeurs. Althans drie van de vijf. Frederique wist als eerste Nederlandse vrouw een mo-akte wiskunde te behalen, Charlotte werd de eerste vrouwelijke apotheker in ons land en Aletta spande de kroon als eerste vrouwelijke student, eerste vrouwelijke doctor en eerste vrouwelijke huisarts.

Aletta had als enige meisje de lessen op een jongens-hbs gevolgd en ging in 1871, op zeventienjarige leeftijd, in Groningen medicijnen studeren. Dat was destijds een novum. Minister Thorbecke moest een speciale beschikking tekenen om haar toegang tot de `hogeschool' te verschaffen.

Van de gezusters Jacobs is alleen Aletta een bekende Nederlander geworden wegens haar verdiensten voor de gelijkberechtiging van de vrouw. De eerste feministische golf, rond de vorige eeuwwisseling, werd in het bijzonder door haar aangewakkerd. De `koningin-moeder' van het feminisme is ze daarom wel genoemd.

Na vijf jaar Groningen zette ze haar studie voort in Amsterdam, waar om verschillende redenen haar voorkeur naar uitging. Daar haalde ze in 1878 haar artsdiploma, maar ze promoveerde weer in Groningen, waar ze ongeveer een jaar later de graad van medicinae doctor behaalde. Kort daarop begon ze een huisartsenpraktijk in Amsterdam op de Herengracht bij het Koningsplein.

Door middel van gratis spreekuren en cursussen hygiëne en zuigelingenzorg probeerde ze verbetering te brengen in de erbarmelijke levensomstandigheden van arbeidersvrouwen. In haar volgende praktijkruimte aan de rand van de Jordaan opende ze bovendien een – ook weer gratis – adviesbureau voor geboorteregeling: een primeur op wereldschaal. Enkele jaren daarna begon ze te ijveren voor vrouwenkiesrecht.

Een verzoek om op de Amsterdamse kiezerslijst te worden geplaatst, werd geweigerd. In 1894 was ze mede-oprichtster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en in 1904 van een mondiale bond die hetzelfde doel nastreefde. Vanaf 1899 zette ze zich tevens in voor vredeswerk.

Inmiddels, in 1892, was ze getrouwd met de links-liberaal Carel Gerritsen, toen lid van de Amsterdamse gemeenteraad en later Kamerlid. Zij betrokken het in de aanhef genoemde huis in de Tesselschadestraat. Hierover vertelt Aletta in een autobiografisch geschrift onder de titel Herinneringen:

,,Wij zouden samen gaan wonen, een wettig huwelijk aangaan, maar voor het overige vrij en onafhankelijk van elkander leven. Daartoe zou ik mijn eigen naam blijven voeren, mijn praktijk vervullen als tevoren en in het bezit blijven van mijn eigen vermogen en verdiensten. In onze gemeenschappelijke woning zouden onze appartementen gescheiden zijn. Alleen eetkamer en salon zouden gemeenschappelijk bezit worden.''

Na lang zoeken werd het gewenste pand gevonden in de Tesselschadestraat. Daar hebben ze samen, maar toch apart gewoond tot Gerritsens dood in 1905. En Aletta daarna in haar eentje tot 1911.

Groot was de verslagenheid, speciaal onder vrouwen, toen ze op 10 augustus 1929 zelf overleed. ,,Door het heengaan van Dr. Jacobs'', schreef C.S. Groot in het Maandblad van de Nederlandsche Vereeniging van Staatsburgeressen, ,,zijn wij vrouwen, wij menschen, is de geheele wereld armer geworden en nog geen nieuw bezit dekt dit verlies. Wij verliezen in haar een hart, dat voor ons allen klopte, dat aller nooden droeg, een hart dat niets liever wilde dan helpen, troosten, schragen.''