Het woord regeert

Regisseur Gijs de Lange benadert een toneeltekst als een muziekstuk. Woorden zijn noten, en geen woord kan worden gemist. ,,Alles draait om de expressie van de tekst.''

,,Het vers regeert'', onderbreekt hoofdrolspeler Henk van Ulsen een repetitie in de Amsterdamse Stadsschouwburg van Stervelingen, het nieuwe drama in verzen van dichter Benno Barnard. Hij stapt even uit zijn rol van oude vrouw, die terugblikt in haar verleden. Van Ulsen zei `dromen', maar dat rijmt niet op `kauwen'. Het moet zijn: `bouwen'. Pas wanneer hij het rijm mist, beseft hij zijn vergissing. Hij zegt zijn tekst opnieuw, het gaat over het vooroorlogse Rome: `En ik wilde de cello worden van mijn Mussolini, die naast mij aan de toekomst zat te bouwen. Hij gaf me blaadjes munt om op te kauwen.' Een enorme stoel domineert het toneel. Mama Sissi, zoals ze heet, troont daarop als een koningin.

Barnard schreef Stervelingen in vijfvoetige jamben, hij maakt listig gebruik van binnenrijm en vaak klinkt er een terloops gehouden eindrijm mee. De personages praten in een taal die regisseur Gijs de Lange `concreet verheven' noemt. ,,Stervelingen staat in de traditie van Racine, Corneille, Molière en Thomas Bernhard'', zegt hij. ,,Het herinnert me ook aan The Cocktail Party van T.S. Eliot. Taal is alles, het woord heerst over de handeling. Ik zoek niet naar de psychologie achter de tekst of de bedoeling van de schrijver, dat is minder belangrijk. Het draait om de expressie van de tekst.''

Het repetitielokaal van de Stadsschouwburg is als een huis clos, waar de acteurs en actrices met geduld aan de zeggingskracht van de tekst werken. Gijs de Lange regisseert alsof hij dirigeert. Hij zit niet, in tegenstelling tot veel andere regisseurs, achter een tafel om vandaar zijn aanwijzingen te geven, maar hij loopt heen en weer over de speelvloer, geeft ritme en maat aan met zijn handen, zoekt voor de spelers naar de juiste pauzes en accenten. Hij zegt: ,,Het tempo waarin een toneeltekst wordt gezegd is het belangrijkste. Tempo kan van een komedie een tragedie maken en andersom. Spreek die claus maar eens snel en met effectieve timing, dan heb je zo een salonkomedie.''

Dat is Stervelingen allesbehalve, het is een koningsdrama op gezinsniveau. Of, zoals Barnard het zelf in de tekst zegt: ,,Gezin is drama.'' Mama Sissi viert haar honderdste verjaardag. De ouderdom heeft een schaduwsluier over haar geest geworpen, soms praat ze verward en drijvend op haar herinneringen, andere keren is ze scherp en helder. Ze voert gesprekken met haar overleden man. De moeder wil op haar bejaarde leeftijd orde op zaken stellen in haar gezin, dat danig ontwricht is, als in de toneelstukken van de Zweedse schrijvers August Strindberg of Lars Norén. Haar dochter van vijftig is ervandoor met een jonge minnaar. Iris, de kleindochter van Mama Sissi, heeft een kind van een onbekende vader. Bij wijze van verrassing, of eerder als een coup de théatre, heeft Mama Sissi haar ex-schoonzoon uitgenodigd. Zijn plotse verschijning zorgt voor dramatische confrontaties tussen de vier generaties.

,,In elk gezin worden waarheden verzwegen'', legt De Lange na afloop van de repetitie uit over Stervelingen. ,,In dat opzicht zou je het stuk freudiaans kunnen noemen: die verzwegen waarheid, de diep weggeborgen emoties en zelfs schuldgevoelens vergallen het leven van deze mensen. Bij de eerste doorloop kon Benno Barnard er nauwelijks naar kijken, natuurlijk omdat het zijn geesteskind is maar ook omdat het zo verschrikkelijk dichtbij kwam. Van begin af aan wilde ik een man de rol van de allesoverheersende moeder laten spelen. Ik wilde het realisme tegengaan. Daarom is ook die stoel van Van Ulsen, eerder een troon, perspectivisch vergroot. Als hij daarin zit en wanneer de andere personages rondom hem staan als om een bed, dan worden zij nietig.''

Mythe

Stervelingen is het tweede grote stuk dat Barnard schreef voor Het Toneel Speelt. Eerder was van hem te zien Jefta of de Semitische liefdes. Dankzij de herdichting van All for Love uit 1678 door John Dryden is zijn liefde voor toneel ontstaan. Hij raakte gefascineerd door de dialoog, door acteurs die zijn teksten zeggen en anders dan in poëzie of proza biedt toneel de mogelijkheid tot een `mythische, vreemde mengeling van vulgariteit en verhevenheid, die stof waaruit dromen en drama's worden gemaakt', zoals hij in 1996 in een verdediging van het toneel voor deze krant schreef.

Het is die `mythe' die Gijs de Lange in zijn enscenering beklemtoont: ,,Ik ga niet uit van een strak concept, dat is alleen maar een rationeel houvast en blijkt altijd een schijnzekerheid te zijn. Door de uiterste concentratie op de tekst ontstaat grote theatrale spanning. Neem een regel van Iris. Zij bezoekt haar grootmoeder en heeft een boeket bloemen meegenomen. Ze zegt: `Mijn feestboeket ligt zich een ongeluk te bloeien in de gootsteen; ik kon geen mesje vinden voor de stengels.' Je gaat van het verhevene, het `feestboeket', naar een lager register, de `gootsteen' en dat `mesje voor de stengels'. Zo pendelt de tekst heen en weer. In mijn regie probeer ik met de spelers de juiste cadans te bereiken.''

Tijdens de repetitie valt op hoe vaak De Lange tegen de acteurs zegt: ,,Houd het maar licht en transparant, vertrouw op de tekst, het komt goed.'' Hij zegt: ,,Benno Barnard heeft me eens verteld dat hij schrijft als in trance, dat het plot niet zozeer de essentie is maar de muzikaliteit van de taal. Als wij de voorstelling optimaal spelen, dan ervaart de toeschouwer dezelfde vloeiende bewegingen van de woorden die de schrijver onderging. Een voorstelling ontstaat organisch en vindt vanzelf zijn bedding. Dat is mijn manier van werken. Ik vertrouw op het vormbesef van de acteurs. Van Stervelingen moet je geen Ibsen willen maken, je moet de tekst niet volsmeren met emoties. De vraag is telkens: Hoe zwaar laat je het vers klinken? Wanneer je er spierballentoneel van maakt, als je denkt: `Báff, daar is mijn effect, daar is mijn punt', dan gaat het mis. Ik wil als toeschouwer niet zo bejegend worden. Ik wil dat de toeschouwer zelf de betekenis van een zin of een zinswending ontdekt.

,,Bij veel toneel tegenwoordig heb ik het idee een aflevering van het Duitse dramaturgenblad Theater Heute te lezen. Ik ben een acteur die is gaan regisseren. Ik houd van acteurs, ik heb affiniteit met hen. Ik vertegenwoordig een traditionele regisseurshouding. Al die loodzware concepten, die bedoelingen en interpretaties. In mijn jaren als acteur bij Toneelgroep Globe onder leiding van Gerardjan Rijnders heb ik geleerd dat vorm de essentie van toneel is. In dat opzicht is toneel hetzelfde als muziek. Ik luister veel naar muziek en dan volg ik de muziek in de partituur. Een beslissende ervaring voor mij was een repetitie voor een opera voor het Holland Festival. Ed Spanjaard dirigeerde de zangers en de pianist. Opeens zei hij: `Ik wil dat je die drie d's in de bas steviger neerzet, anders heb ik vormverlies.' Ik herkende dat voor mijn vak. Het was de spijker op zijn kop. Als het taalbouwsel niet hecht en stevig door de spelers wordt geconstrueerd, glijdt de voorstelling weg, verliest ze haar contour. Elk woord is een muzieknootje. Dat maakt mijn stijl van repeteren open en transparant, en zo moet de uitvoering worden.''

Loyaal

De Lange regisseerde eerder Kwartetten van componist Elmer Schönberger. Ook dat was een eerste uitvoering, net zoals Stervelingen een wereldpremière is. Hij huldigt het standpunt dat je bij eerste opvoeringen van een nieuwe tekst zo getrouw en loyaal mogelijk moet zijn. Niets schrappen, niet op voorhand al willen gaan verbeteren: ,,Er heerst een vreemd idee onder regisseurs om in lange scènes te willen kappen. Het is helemaal niet gezegd dat een scène daar beter van wordt. Misschien moet je zo'n scène plaatsen tussen twee korte, dan krijg je wel het juiste ritme. De verhoudingen in tijdsduur tussen de scènes is van groot belang. In Stervelingen is helemaal niets geschrapt. We spelen de voorstelling exact zoals de tekst daar staat. Ik heb die getrouwheid geleerd van Gerardjan Rijnders, toen hij premières deed als Het chemisch huwelijk van Gerrit Komrij en Hofscènes door Karst Woudstra. Na die eerste voorstelling mogen andere regisseurs ermee aan de haal gaan, ik doe dat niet.''

De transformatie van tekst naar voorstelling is, zoals vaak tijdens een repetitie, wonderbaarlijk. Het versdrama krijgt vaart, ritme en humor. Barnard schuwt het grote woord niet, pathos is hem evenmin vreemd. Er zijn tal van literaire, maatschappelijke en muzikale verwijzingen. Paul van Ostaijen, Nicolaas Beets, Thomas Bernhard, Max Bruch, Brahms komen voorbij. Hitler en Mussolini worden aangehaald. De kleindochter is toneelspeelster, zij staat in De minnaar van Harold Pinter.

Tegen haar grootmoeder zegt ze hierover: `Daarin pleegt een echtpaar overspel, maar met elkaar. We spelen dat we spelen dat we ons plotseling niet meer vervelen wanneer we doen alsof. Begrijpt u wel?' Van Ulsen als grootmoeder trekt met haar mond. Nee, dat begrijpt Mama Sissi niet. Actrice Marguerite de Brauw krijgt nauwkeurige aanwijzingen voor de klemtonen, maar tegelijk moet het niet te nadrukkelijk. Het binnenrijm mag niet gaan gonzen. Gijs de Lange zegt dat hij het liefst een `afwezig' regisseur is: ,,Ik wil verdwijnen in de regie. Wanneer Linda van Dyck op een gegeven moment een woedende klap geeft op de stoel van de grootmoeder, is dat haar vondst. Zij wilde de emoties van haar personage op die manier uiten. Ik ben er een voorstander van dat veel van de regie uit de acteurs komt. Ik luister, kijk toe. Acteren is een ambacht. Het mag vooral niet lui en log worden. Veel acteurs hebben last van brandende ambities en zenuwen. Daar is niets artistieks aan. Ambitie maakt hen vaak doodongelukkig. Iemand die prachtig Mozart kan zingen moet niet opeens Wagner willen doen. Tijdens het repeteren doe ik wat mijn hand vindt. Het is een intuïtieve werkwijze, waarin ik uitga van de tekst en hoe de acteurs daarmee omgaan. Dat past goed bij een stuk als Stervelingen.''

De almachtige Moeder Sissi beschouwt zichzelf als een koningin. Haar landhuis is vervallen, herinneringen spoken door haar hoofd. Zoals Van Ulsen haar speelt, herinnert ze aan een van die monomane personages uit het toneelwerk van Thomas Bernhard. Ze zijn hard, bitchy, genadeloos jegens anderen en tegelijk stromen ze over van zelfmedelijden. Barnards taal bezit op sommige momenten diezelfde hardheid. Dat zorgt voor drama. Ze krijgt voor haar verjaardag feestboeketten bij de vleet, tegen de gevers zegt ze: ,,Dank je voor de bloemen. Echt lief van je. Ze geurden zo intens de wijkverpleegster zei: `Ik zet ze weg, op de piano in de woonkamer, of u raakt nog bedwelmd!' Het brave mens. Stel je 's voor: vermoord door een boeket!''

Hier bereiken de regisseur en de acteurs precies wat een versdrama moet zijn: een voorstelling die gedragen wordt door de poëzie, maar die stevig wortelt in het aardse.

`Stervelingen' van Benno Barnard door Het Toneel Speelt, regie Gijs de Lange. Première: 23/8 Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 3/11. Inl.: 020-5237767 of www.hettoneelspeelt.nl.