Held

's Avonds in de hotelkamer — nauwelijks in bed — maken Christine en dochtertje Lizzy elkaar attent op een kakkerlak. Het beest rent langs de plint. Ik moet eruit. Met een geheven vliegenmepper er achteraan. Christine staat op het bed en houdt een laken als bescherming voor zich, Lizzy verschuilt zich achter haar haas, `Krullie'. De vijand vlucht onder de deur door, de gang op. Klaar!

De dames nemen daar geen genoegen mee. Hij kan terugkeren als hij de kust veilig waant. Ik moet ook de gang op. De bruine, kleffe kever spurt voor mij uit langs de muur. Vlak voordat hij de trap naar beneden wil nemen en ik in mijn onderbroek in de lobby zal belanden, tref ik hem met mijn vliegenmepper. Hij kantelt en blijft met zijn poten omhoog op de eerste trede liggen. Ik keer terug. Maar Lizzy en Christine zijn niet zeker van mijn overwinning. Ze willen een bewijs. Lizzy wil het lijk zien. Ik neem haar mee naar de trede van de trap, waar niets is veranderd aan het stilleven. Ze huivert en is tevreden. Als we veilig en wel na dit tropisch avontuur in bed liggen, mijmert Lizzy nog na: `Dat je dat durft!'