Doodsbang bij de pindakaas

Deze zomer praat Marjoleine de Vos met dichters over een van hun gedichten.

Rob Schouten: ,,Ik hou wel van zo nu en dan een kreetje in een gedicht.'

Infauste dienstprognose heet de achtste en meest recente bundel van Rob Schouten (1953), waarvoor hem de Herman Gorterprijs 2001 is toegekend. De titel is een militaire uitdrukking. Wie een dergelijke prognose krijgt wordt op grond van zijn mentale gesteldheid ongeschikt geacht voor een baan in het leger. De gedichten van Rob Schouten gaan nogal eens over een personage dat matig geschikt lijkt voor het leven. Maar gewapend met humor en taal komt men een heel eind.

De titel `Pompoen' biedt weinig aanknopingspunt voor wat er komen gaat.

,,Die heb ik dan ook pas achteraf bedacht, hij kwam uit de slotregel. Ik vind het een heel raar woord, pompoen, pompom, een klankwoord bijna, een kinderwoord, een sprookjeswoord. Ik associeer het ook met Assepoester en vooral met Halloween, zo'n tot een gezicht gesneden pompoen met een kaarsje erin. Die zijn eng, vind ik. Je kunt geesten ook alleen maar verdrijven door zelf eng te doen.'

In de eerste regel laat u het werkwoord weg.

,,Daar heb ik niet eens bij stilgestaan, het stond er gewoon meteen zo. Misschien vanwege het metrum, het zijn toch een beetje vijfvoeters ik heb moeite met antimetrie. Zo zie ik ook wel een rudimentair sonnet in dit gedicht, het heeft veertien regels, maar het is verder heel anders van opbouw.

,,De eerste regel kwam ook voort uit de klank, `geest' en `meest' en `muis', zonder dat ik me daar nu erg mee bezig heb gehouden. Het is wel een beeld voor de geest, die routineuze vleermuis, ik heb ook wel gelezen dat vleermuizen in de nacht volkomen op de automatische piloot de weg vinden.'

Waarom dat spreektalige `ja' aan het eind van de regel?

,,Nu ik het gedicht zo herlees, zie ik het als een bevestiging. Het heeft iets praterigs, mensen die onzeker zijn doen het vaak, bijna om zichzelf moed te geven. Ik hou de laatste jaren wel van zo nu en dan een kreetje in een gedicht, dat ontkracht het zwaarwichtige karakter.'

Waarom een `stilgezogen' huis? Is er een instantie die het huis stil maakt?

,,Stilgezogen, leeggezogen ik weet bijna zeker dat dat `gezogen' komt door die vleermuis die vampierassociaties oproept. Overdag is er zoveel geluid, 's nachts is het ineens zo stil. Iemand of iets, een of andere macht, heeft dat gedaan. Dat geeft het gedicht, zeker samen met die vleermuis, iets onheilspellends.'

Is iedereen die dan nog wakker is neerslachtig?

,,Ik heb dat vooral opgeschreven omdat ik het zo mooi vond, dat `wakker is neerslachtig is'. Het is ook een constructie die lijkt op Bloems `Denkend aan de dood kan ik niet slapen,/ En niet slapend denk ik aan de dood', maar dat verwoord ik hier dan op een andere manier. Het woord `wakker' heeft ook iets opgewekts, `neerslachtig' juist niet.

,,Als je `als' leest als `wanneer', dan slaat het op iedereen. Maar je kunt het ook als een voorwaardelijk element zien: als degene die wakker is ook nog eens neerslachtig is. Wakker op dat uur en neerslachtig, die dingen moet je niet samen hebben. Je kunt beter denken: `morgen ben ik jarig'- hoewel, daar kun je ook heel neerslachtig van worden.'

Maar hier is men neerslachtig omdat het tijd is voor buitenaardse krachten.

,,Juist omdat je neerslachtig bent, ben je vatbaar voor het soort gedachten dat hier beschreven wordt. Als dichter weet ik hier meer dan het slachtoffer zelf. Dat is iets wat in deze bundel wel vaker voorkomt: de dokter die naar de patiënt kijkt die hij zelf is.

,,Het is tijd, opeens, alsof er een absolute macht is die zegt `het is tijd', de dood komt langs. Iets bepaalt dat het zo is, als je er zelf ook het minste over te zeggen zou hebben, zou je zulke gedachten wegwerken.'

De denker lijkt hier het slachtoffer van zijn eigen gedachten.

,,Ja, dat is het raadsel van het bewustzijn: denk je zelf je gedachten of gaan ze hun gang? Die ufo's en die graancirkels komen voort uit de behoefte om duidelijk te maken dat het hersenspinsels zijn, ufo's landen nooit echt en die graancirkels blijken altijd weer door malle boeren gemaakt te zijn. Dit soort woorden is ook een poging om het lichter te maken, een ufo vind ik een beetje een belachelijk ding.'

De `klemmende redenen om er niet te zijn' uit de zesde regel kun je lezen als horend bij `zaait'.

,,Zo wil ik het ook wel gelezen hebben, die doodsgedachten maken juist dat je wilt dat je er niet was. Je zou willen slapen, dat is ook een vorm van er niet zijn, maar dat durf je ook niet. Dat is een kinderangst, dit volwassen gedicht gaat daar op terug.'

Het woord `guillotine' in de achtste regel lijkt daar bijna niet thuis te horen.

,,Het is een opklimmende reeks. Wat kan er nou de bedoeling van zijn om mensen wakker te laten liggen in doodsangst? Dan maar de guillotine. Dat is het moment waarop dit getob ophoudt. Ook in het gedicht, die witregel snijdt het af. Curieus, ik weet dat het grotendeels onbewust gaat, maar als je ernaar kijkt, lijkt er een consistente gedachte in te zitten.'

En dan is alles weer voorbij, maar niet echt.

,,Dat de regel daar eindigt is niet toevallig. Het is nooit helemaal voorbij. Er staat ook `weer', iets dat elke keer weer voorbij is, is nooit écht voorbij.'

En het is ook niet echt te mooi voor woorden.

,,Nee laten we niet overdrijven met de euforie. Hier moet wel een soort ontnuchtering in doorklinken.'

U zet gewoon tussen komma's.

,,Het is gewoon, zoals het nu eenmaal is, en het is gewoon, zoals je het woord `gewoon' zegt. Die twee betekenissen worden veroorzaakt door die komma's. Dit `gewoon' is net zoiets als dat `ja' in de eerste regel. Gewoon is ook zo'n gewoon woord, het drukt zichzelf uit.'

Waarom `moet' het?

,,In het hele gedicht zit wel iets imperatiefs. Dit gedicht is in beide strofen een bevestiging van krachten waar wij geen greep op hebben. Ik zat daar te ontbijten en ik was me ervan bewust dat er een overgang was, dat ik daar angstloos zat, ik kon me die angst niet eens meer echt voorstellen. Waarom zou je niet doodsbang kunnen zijn bij de pindakaas? Toch is het zo.'

Daar ligt de voorlopige bestemming?

,,Dat is een vriendelijke manier om te zeggen dat de uiteindelijke bestemming de dood is. Maar overdag ben je daar niet mee bezig. Vandaar dat: `hoor maar thuis', dat kun je eigenlijk niet zeggen, zoiets verdraagt geen imperatief.'

Wat is de betekenis van het enjambement `van het/ lichaam'?

,,Ik wilde per se dat lichaam in z'n eentje op de volgende regel hebben. Ik dacht: `lichaam', `licht aan', `licht uit'. Dat is klank, maar het betekent ook: de ene keer ben je bang, de andere keer denk je het zal mijn tijd wel duren. Dit is een nadrukkelijke manier om te zeggen dat het geen nacht meer is.'

Heeft de uitdrukking: `de kop is eraf' meegespeeld bij `de kop zit er nog op'?

,,Nee, die woorden zijn gegenereerd door die guillotine. `Kijk eens aan, we hebben het overleefd'. Ik heb afgeleerd te veel te rijmen, maar tegen het eind van een gedicht wil ik dat vaak wel graag, hier ook, `kop' en `op'. Het gedicht is zeker niet lyrisch, hooguit vind je hier en daar wat klankverwantschap, maar hier is het wat meer klankmatig: even iets mooier maken, even een zwiepstootje.'

Die pompoen in de slotregel is toch wel verbazingwekkend.

,,Ja die pompoen ging bij mij zelf ook wel met enige verbazing gepaard. Een raar beeld voor het hoofd, ook met de associatie van de dood, van die maskers die in oktober worden buiten gehangen. Het is een beetje nachtmerrie-achtig, die pompoen. Daardoor springt het terug naar het begin van het gedicht, met die vleermuis. Het woord pompoen heeft iets gezelligs, maar het beeld heeft iets raars. Dat heb ik wel gewild.'