Democratie gebaat bij koppigheid

`Een overtuiging is een gevaarlijker vijand van de waarheid dan de leugen', aldus een uitspraak van de filosoof Nietzsche. De overtuiging dat wetenschappelijke dialectiek de mens tot redelijkheid brengt, is evenzeer aan cognitieve dissonantie onderhevig als religie. Sterker, in sommige kringen scheppen mensen zoveel vertrouwen in de effectiviteit van wetenschappelijke methoden, dat het veel weg heeft van een `geloof'. De logica als een soort deus ex machina, die in potentie alles kan verklaren en ieder probleem hoe complex ook kan oplossen. Daarbij wordt nogal eens over het hoofd gezien dat de formele logica uitgaat van wederzijds exclusieve categorieën, namelijk `waar' en `onwaar'. Dergelijke oordelen kunnen net zo goed intolerantie in de hand werken als godsdienstige halsstarrigheid. Want het is in de geest een kleine stap om `waar` en `onwaar' te vertalen in `goed en `slecht'.

Al het menselijk handelen wordt vroeg of laat slachtoffer van menselijke tekortkomingen, zoals die welke Philipse noemt (NRC Handelsblad, 11 augustus). Dat zien we zowel in religie als in de wetenschap en wijsbegeerte. Jezus heeft schitterende woorden gewisseld met de schriftgeleerden en de farizeeërs, om hen uit de mentale gevangenissen van hun orthodoxie te bevrijden. Socrates heeft hetzelfde geprobeerd met de burgers van Athene. Beiden stuitten echter op gevestigde belangen.

De politieke rationaliteit en de klinische logica van de wetenschap staan op gespannen voet met elkaar. Dat blijkt wel uit het feit dat er in de menselijke geschiedenis al heel wat goede argumenten en toetsbare feiten op het altaar van de macht zijn geslachtofferd. Philipse beschouwt het publieke debat en de meningsvorming daarbinnen als een oprechte inspanning tot waarheidsvinding. Het publieke debat is echter een verschijningsvorm van het politieke handelen.

Cognitieve dissonantie hoeft dan ook niet per definitie een onbewust psychologisch mechanisme te zijn ter bescherming van een wereldbeeld. Het zou heel goed kunnen, dat het ook, al dan niet bewust, een verlengstuk is van het politieke wezen, dat de mens ook is. Wereldbeelden, ideologieën en religies zijn niet alleen mentale constructies, maar ook belangencoalities.

Mede daarom hebben sommige mensen volstrekt geen belang bij het verlaten van hun betrokken stellingen en vluchten zij in stereotyperingen of in meningen, die als reactionair betiteld kunnen worden.

Dat is niet per se negatief. Integendeel, het ware te wensen dat een zekere koppigheid wordt onderwezen. Koppigheid die erop gericht is om het bewustzijn van de politieke dimensie van het publieke debat aan te wakkeren en alles wat in die arena gezegd wordt met de hoogst mogelijke scepsis te bezien.

Want als het puntje bij het paaltje komt, zijn het juist de meest koppige mensen die de strijd met politieke leugens durven aan te gaan.

Drs. P.P. de Waal is bestuurskundige.