De rode libanon is terug

Wie in de Libanese Beka'a-vallei aardappelen had gepoot, heeft daar nu spijt van: 's werelds beste hasj, de rode libanon, mag er weer worden geteeld, na een Syrisch veto dat tien jaar heeft gegolden.

Nog dit jaar in een koffieshop bij u in de buurt: rode libanon, misschien wel de beste hasj ter wereld, terug van weggeweest. Tien jaar lang moesten liefhebbers in Europa het zonder doen, en worstelden de straatarme boertjes in de Beka'a-vallei, waar de rode libanon vandaan komt, noodgedwongen met aardappelen, tomaten en watermeloenen. Maar nu wiegen er op hun akkers weer miljoenen cannabisplanten in de bloedhete zomerwind. Tenzij de Libanese regering snel ingrijpt, zal begin september naar schatting 6.000 hectare hasj worden geoogst. Maken de dealers vervolgens hun plannen waar om via Rotterdam een Europees distributienetwerk op te zetten, dan zal volgend jaar naar verwachting minstens 60.000 hectare, vrijwel de gehele Beka'a-vallei, worden gebruikt voor de teelt van hasjiesj, het Arabische woord voor gras dat ook voor de soft drug wordt gebruikt.

Tien jaar geleden, na het einde van de burgeroorlog, vernietigden Syrische en Libanese troepen onder grote internationale druk alle hasj- en opiumplantages in de Beka'a-vallei. In de decennia daarvoor was de Beka'a uitgegroeid tot dé drugsschuur van Europa en het Midden-Oosten. Maar toen was de oorlog voorbij en gingen Syrië en andere Arabische landen in Madrid praten over vrede met Israël. Het regime in Damascus, dat in Libanon de dienst uitmaakt, besloot tot een grote schoonmaakoperatie, goed voor de pr.

Afgelopen jaar, na de Israëlische terugtrekking uit Zuid-Libanon en het vastlopen van de vredesbesprekingen tussen Syrië en Israël, gingen de teugels opeens los. Boeren mochten van Syrië, de werkelijke baas in Libanon, weer in alle openheid hun velden bewerken, en de oogst doorverkopen. Het was het signaal voor de inmiddels volstrekt verpauperde bevolking dit jaar om massaal over te schakelen op het verbouwen van hasj.

In Beiroet wordt de Syrische koerswijziging uitgelegd als een poging van Damascus om de hasjteelt te gebruiken als `troefkaart' in onderhandelingen met de Verenigde Staten en Europa; in dit scenario zou Damascus bestrijding van de drugsteelt uiteindelijk `ruilen' voor gunstige economische verdragen met Europa, en Amerikaanse druk op Israel om de bezette Golanhoogte terug te geven.

Daarbij komt dat de Libanese economie in een diepe crisis verkeert, en snakt naar de miljoenen hasj-dollars (opiumteelt is minder populair omdat het riskanter is en leidt tot enorme verslavingsproblemen in de dorpen). Om deze reden, en om broodheer Syrië te gerieven, is ook de christelijke president van Libanon, Lahoud, tegen vernietiging van de oogst. Zijn officiële standpunt is dat Westerse landen eerst over de brug moeten komen met de compensatieregelingen en economische alternatieven voor de boeren, die zij volgens Lahoud hadden beloofd. Westerse diplomaten in Beiroet zeggen dat er inderdaad projecten zijn opgezet voor de Beka'a, maar dat het merendeel daarvan is vastgelopen in de bureaucratie en corruptie van de Libanese autoriteiten.

Ook de fundamentalisch-islamitische guerrillabeweging Hezbollah, die is opgericht in de Beka'a, vindt dat er eerst een schadeloosstelling, uit te keren door het Westen, moet komen voor de oogst wordt vernietigd. De enige die zonder meer voor vernietiging van de cannabis pleit, is premier Rafiq Hariri, omdat ,,buitenlandse investeerders en donoren geen geld steken in een narcostaat''. Maar aangezien Syrië de hasjteelt ongemoeid wil laten, lijkt Lahoud deze machtsstrijd te gaan winnen.

,,Ja, ik heb wel spijt'', zegt de 66-jarige boer Ali Abu Arab uit het dorpje Budaaia ten oosten van Baalbek. ,,Ik hoorde het te laat, en toen had ik al aardappelen gepoot.'' Het zal hem naar schatting 3.000 dollar schelen, ongeveer het bedrag dat nodig is om de winter door te komen. ,,Sinds de hasj werd verboden, is ons leven naar de knoppen'', blikt hij terug op de laatste tien jaar. ,,We kunnen onze kinderen niet meer naar school sturen, we kunnen geen vlees meer eten, onze huizen niet meer repareren.'' Alternatieve gewassen vergen meer water en meer investeringen en zijn kwetsbaarder voor ziektes. Daarbij komt dat Syrië zijn landbouwproducten in Libanon dumpt, waardoor veel boeren de afgelopen jaren zelfs hun zaaigoed niet terugverdienden. In de steenkoude winter moest Abu Arab afgelopen jaar voor het eerst naar het warmere Beiroet aan de kust verhuizen, omdat hij niet genoeg geld heeft voor verwarming. Met de hele familie zaten ze in een éénkamerflat, en ze moesten zich aanbieden op de markt voor ongeschoolde arbeid.

,,Het was een ramp'', zegt ook Mohsen uit Baalbek, de grootste stad in de Beka'a. ,,Tien jaar lang hebben we niks verdiend. Buiten het hasjseizoen leefden we vroeger van afpersing en roofovervallen. Willen ze dan dat wij die beroepen weer oppakken?'' Mohsen, gestoken in een slonzig trainingspak, is leider van de Dja'far-familie, een van de meest prominente drugshandelaren in de Beka'a. ,,Mijn opa was drugshandelaar, mijn vader, en nu ben ik het'', zegt hij. De boertjes van wie hij de hasj afneemt, werken al generaties met de Dja'fars samen. Hij bewoont een lommerrijke maar bescheiden villa net buiten de stad. Op de oprit staat een oude auto, binnen liggen granaatwerpers, machinegeweren en raketten. De politie? Dja'far maakt een wergwerpgebaar. ,,Die stelt hier niets voor. Je hebt hier Hezbollah, en je hebt het Syrische leger. Hezbollah schieten we desnoods van ons erf, en de Syriërs hebben niet langer bezwaar tegen de drugsteelt.''

Een deel van de oogst van vorig jaar is al verscheept, vertelt Hassan Ashraf, drugshandelaar in het centrum van Baalbek tevreden. Een klein deel ging naar Egypte, zegt hij, de rest naar Europa, dat wil zeggen Rotterdam. ,,Wij zijn dol op Nederland'', zegt Mohsen, ,,in de oorlog waren hier altijd Nederlanders, hele gulle mensen. Ze woonden hier om de kwaliteit van de oogst, de bewerking en de verpakking te controleren. Als alles goed was, ging er een stempel en een zegel om het pakket heen. Dan begeleidden ze de hasj naar de haven, en vandaaruit naar een schip op zee. Daar werd het dan overgedragen aan een collega, die de zending weer begeleidde tot in Rotterdam.'' Inmiddels heeft Hassan alweer heel wat telefoontjes uit Nederland gekregen, zegt hij, er zouden zelfs alweer Nederlandse dealers rondlopen in Baalbek. ,,Maar die houden zich heel stil'', aldus Mohsen, ,,meer kan ik er echt niet over vertellen.''

Op verzoek van de betrokkenen zijn enkele namen gewijzigd