De ondernemerskudde piekt: hoog kopen, laag uitrazen

Rijk worden op de beurs? Laag kopen, hoog verkopen, zo simpel is het.

Wie dat tot nu toe niet is gelukt met zijn aandelenportefeuille hoeft zich niet te schamen. Sommige van de best betaalde Nederlandse ondernemers is het ook niet gelukt. Zij kochten de aandelen van hun favoriete overnamekandidaten, stuk voor stuk miljardentransacties, op of rondom de piek van de markt en moeten nu de tegenvallers uitleggen.

ASML, producent van machines voor de chip-industrie, kondigde oktober vorig jaar de overname aan van de kleinere concurrent Silicon Valley Group. Dat moest een mooie entree worden bij een nieuwe klant, Intel. Prijskaartje toen: 4 miljard gulden.

Dat was na de piek in de internet-hausse, maar nog voor de omslag op de chipmarkt. Het duurde tot mei van dit jaar voordat de nieuwe Amerikaanse regering toestemming gaf. ASML moest vervolgens als gevolg van de terugval op de chipmarkt en afwaardering van voorraden bij de nieuwe dochter over het afgelopen halfjaar een verlies van 96 miljoen euro rapporteren.

Buhrmann kocht eind 1999 voor bijna 2,5 miljard gulden de Amerikaanse verkoper van kantoorartikelen Corporate Express. Twee kleinere aankopen voor samen ongeveer een miljard gulden volgden dit jaar en in 2000. In maart sloeg de markt om. Grote Amerikaanse afnemers, van snelle groeiers in technologie-mekka Silicon Valley tot grote telefoonbedrijven, sneden in hun orders en Buhrmann moest meerdere malen een winstalarm geven.

Deze week volgde Vopak. De aankondiging van de aankoop van de chemicaliëndistributeur Ellis & Everard was november vorig jaar. De prijs bijna 1,1 miljard gulden. Het economisch doodtij kwam daar vlak achteraan. Vopak was bij de presentatie van de halfjaarcijfers zo sportief vergelijkbare cijfers te geven van de winst van Ellis & Everard in het eerste halfjaar van vorig jaar. Uitkomst: de combinatie deed het de afgelopen zes maanden slechter dan in de vergelijkbare periode van 2000.

Op hun markt zijn ASML, Buhrmann en Vopak dankzij de overnames ieder mondiaal marktleider geworden. Dat alleen al maakt de overnames niet bij voorbaat tot een miskoop. Een betere uitgangspositie blijft waardevol, ook als de afzet tijdelijk inzakt. Marktleider zijn heeft extra voordelen. Hij kan gemakkelijker prijzen ,,sturen''. En een marktleider heeft door zijn omvang schaalvoordelen, zodat investeringen in bijvoorbeeld automatiseringssystemen gespreid kunnen worden over een grotere inkomstenstroom.

De timing van de aankopen is wel belabberd uitgepakt. Ook ondernemers die miljarden spenderen aan overnames en het moeten weten – van wie de buitenwereld althans denkt dát zij het weten – zien de omslag in hun eigen markt kennelijk niet aankomen. Anders zouden zij wel hebben gewacht tot na de piek, als hun doelwit een stuk goedkoper was geweest.

Hadden wij wel gewacht, luidt de traditionele verdediging van ondernemers, dan had een ander het gedaan. Of wij hadden de overname nooit kunnen financieren. Want de pieken op de fusie- en overnamemarkt gaan hand in hand met de pieken van de aandelenmarkt. Staan de aandelen hoog, dan zijn overnames gemakkelijk betaald, met bankkrediet (Vopak), de uitgifte van nieuwe aandelen (ASML) of een combinatie (Buhrmann).

Zo lokt de ene euforie de andere uit. Elke ondernemer heeft een roze bril. Hun verwachtingen van de markt zijn prima. Twijfel bestaat niet.

Kennelijk geloofden ook ondernemers in een nieuwe economie waarin conjuncturele schommelingen tot het verleden behoorden. Van linkse politici wordt wel gezegd dat zij blijven denken dat de bomen tot in de hemel groeien. Ondernemers kunnen er ook wat van.

Bij de uitgifte van nieuwe aandelen in maart van dit jaar onderscheidde Burhrmann in zijn prospectus maar liefst negentien verschillende risico's voor beleggers. Van mislukkende overnames tot een stroom van nieuwe aandelen die de koers onder druk zou kunnen zetten.

Maar dat ene risico, dat een vermindering van het aantal witteboordenwerkers bij de klanten tot een verminderde omzetgroei bij Buhrmann kan leiden, juist dat risico stond niet in het prospectus. Dat risico vermeldde Buhrmann pas drie maanden later in stukken die bij de Amerikaanse beurscommissie zijn gedeponeerd.

De overnamekoorts onder individuele bedrijven heeft zo zijn gevolgen voor de economie. Het optimisme en de beleggingswinsten van aandeelhouders leggen de basis voor financiële speculatie, nog zonniger verwachtingen, overmatige investeringen en uiteindelijk teleurstellingen. De verwachte groei blijkt een fata morgana, de financiële markten slaan om, de fusie- en overnamecaroussel valt stil en beleggers likken hun wonden.

In kuddegedrag blijken ondernemers en hun belangrijkste financiers, banken en grote beleggers, dan niet voor elkaar onder te doen. De samenleving blijft zitten met een onopgeloste vraag. Wordt de kudde niet schromelijk overbetaald?