`Couppogingen in de Kaukasus'

Het rommelt in de noordelijke Kaukasus, in de buurregio's van Tsjetsjenië. De Russische procureur-generaal meldde gisteren dat de Russische veiligheidsdienst twee staatsgrepen heeft voorkomen in autonome regio's in de noordelijke Kaukasus.

Volgens Vladimir Oestinov, net terug in Moskou na een bezoek aan Tsjetsjenië, hadden de staatsgrepen moeten plaatsvinden in Karatsjajevo-Tsjerkessië en in Kabardino-Balkarië, deelrepublieken van Rusland in de noordelijke Kaukasus, ten westen van Tsjetsjenië. In beide regio's – al enkele jaren onrustig – leven talrijke etnische minderheden naast elkaar.

Oestinov gaf geen details over de verhinderde staatsgrepen, de verdachten, of arrestaties. Hij zei echter wel dat de aanstichters mede betrokken zijn geweest bij de aanslagen op flatgebouwen in Rusland in 1999, waarbij ongeveer driehonderd doden vielen. Tot nu toe hebben de Russen die aanslagen toegeschreven aan Tsjetsjeense terroristen (de aanslagen fungeerden als legitimering van de Russische invasie in Tsjetsjenië), hetgeen zou suggereren dat de vermeende couppogingen ook op het conto van Tsjetsjenen of hun bondgenoten in de betrokken deelrepublieken moeten worden geschreven. Oestinov zei dat de verdachten die nog worden gezocht ook betrokken zijn geweest bij de bomaanslag van augustus vorig jaar in een ondergrondse passage in Moskou, waarbij dertien mensen om het leven kwamen.

Oestinov zei verder dat tot nu toe elf ,,actieve leden van de bandietengroep'' in Karatsjajevo-Tsjerkessië zijn gearresteerd en dat andere verdachten – nog voortvluchtig – met name bekend zijn. Het doel van de groep zou zijn geweest in de deelrepubliek een fundamentalistisch islamitisch bewind te vestigen, onafhankelijk van Moskou.