Angstig bezit

Een hond zwerft niet meer hongerig rond zoals familie wolf. Hij laat zijn voedsel thuis bezorgen. Nu de huishond zijn eten bij de dierenwinkel laat halen door het baasje dreigt een misverstand. Een gezonde hond heeft altijd honger. Erfenis van vroeger.

Baasje vindt het zielig dat zijn trouwe beste vriend altijd maar trek heeft in wat lekkers. Kijk hem geduldig zitten kwijlen naast de eettafel tot hij wat extra's krijgt. Als het baasje bezwijkt voor de hongerige hondenogen is hij voor altijd verloren. Zo'n hond blijft bedelen tot hij een vette worst op pootjes is. Ik gaf mijn hond niets meer dan op de verpakking stond.

Vroeger woonde ik in een oude portiekwoning. Elke dag gooide ik mijn uitgelezen krant in de bus bij de bejaarde buurvrouw van beneden. Bij mij knikkerde ze dan ongevraagd haar Privé's en Story's in de gang. Dienst en wederdienst. Ze was dol op mijn hond. Hij was dol op haar koekjes. ,,Ach, kijk de lieverd nou eens braaf zitten wachten, hij weet dat hij altijd een koekje van me krijgt. En weet je Fred, ik vind het wel veilig zo'n grote hond op het portiek. Zie je hoe trouw hij naar me kijkt? Hij is mijn vriend.''

Mijn hond lustte wel pap van haar koekjes. Hij had altijd honger. Ik hield hem gezond door zijn eeuwige eetlust in toom te houden. Mijn bejaarde buurvrouw wist dat niet. Ze zou het niet geloven.

Ik kreeg van haar een plastic tas vol schnitzels, meer dan dertig schnitzels, voor de hond! Ze was met het buurthuis naar Brabant geweest. Een bustocht met diner. Bijna niemand lustte zijn schnitzel. Ze had die schnitzels van de bordjes gehaald en ze allemaal meegenomen voor mijn hond.

Rijkdom!

Mijn hond met z'n karige dieet keek met schitterende ogen naar die zak. Ik wist niet goed wat ik ermee aanmoest. Ik zette de hele plastic zak met schnitzels voor zijn neus neer. Zie maar wat je ermee doet, dacht ik, eens in het jaar moet het feest kunnen zijn. Mijn hond geloofde zijn ogen niet. Hij begon haastig te schrokken. Zijn instinct hield rekening met kapers op de kust. Maar hij kon al die dingen niet op, het was genoeg voer voor een bus vol bejaarden.

Hij stopte met vreten, keek rond, dacht een beetje na, nam toen een schnitzel in zijn bek en liep de keuken uit naar de woonkamer, legde hem even op het tapijt en sjouwde de kamer rond op zoek naar een geschikte plek om zijn rijkdom te verstoppen. Hij wilde er eentje onder de kussens op de bank duwen, maar dat wilde ik niet. Dan maar achter de bank. De volgende verdween in een grote plantenbak, onder de kast was ook nog een plekje. Met zijn neus schoof hij de schnitzel eronder. Intussen hield hij mij scherp in de gaten. Maar ik keek niet. Ik las in een boek. Als hij zou doorkrijgen dat ik hem volgde met mijn ogen zou hij alles opnieuw moeten verstoppen.

Er was een probleem. Er waren niet genoeg plekken in huis om schnitzels te verstoppen. Er was bij de bouw van de portiekwoning geen rekening mee gehouden. Hij liep getergd heen en weer met een schnitzel in zijn bek. Ik loste zijn probleem wreed op door alle overige schnitzels in de afvalbak te gooien.

Het liefste zou hij zijn buit begraven. Ook zo'n erfenis van vroeger. Wat een hond wilde bewaren begroef hij, want verrot vlees is op zijn minst zo lekker als vers en veel gezonder voor een hond.

Zoals in Istanbul.

Onze plek op de camping in Istanbul was gemarkeerd door vier bomen, het was een mooie grote vierkante plek. Er waren ook katten. Katten houden zich nooit aan regels. En zeker niet aan de regels van honden.

Mijn hond kreeg daar een plastic tas vol vlees van de gulle slager, bij elkaar zo'n kilo of drie afsnijdsel. Houd dat maar eens goed in de hitte. En de volgende dag zouden we verder reizen. Dat wist mijn hond niet.

Ik zette de hele tas bij de auto neer en zei dat hij z'n gang kon gaan. Mijn hond ging direct aan de slag. Hij ging zijn vlees begraven. Bij die vier bomen. Onder de auto zaten zes katten toe te kijken. En terwijl hij bezig was met begraven bij de ene boom, groef een moedige kat het zenuwachtig op bij de andere. Rende hij verontwaardigd naar de andere boom om die kat weg te jagen, dan jatte een andere kat het weg bij de boom waar hij net bezig was geweest. En intussen sleepten andere katten die nog onder de auto zaten hele stukken weg uit de tas. Het werd een chaotische middag. Ik hoorde hem grommen bij zijn tas. Die nacht deed mijn hond geen oog dicht. Hij liep in en uit de tent. Hij leek opgelucht toen we de volgende ochtend vertrokken. Zodra ik de autodeur opendeed, sprong hij in de auto. Hij wilde er niet meer uit.

Ik begreep het wel. Aan schaarste was hij gewend, maar deze rijkdom in de open lucht werkte op zijn zenuwen. Toen we onze plek voor de laatste keer inspecteerden was er geen snippertje vlees meer te vinden. Mijn hond lag vermoeid in de auto te slapen. Hij was het rondtrekken zat. Waarom wekenlang zwerven als je thuis een dierenwinkel had om de hoek van de straat?