Open Boek: Michel van Egmond

Voor de boekenrubriek 'Open Boek' vragen we elke week een schrijver naar zijn of haar boekensmaak. Deze week Michel van Egmond (47), wiens VI-boek 'Topshow' op één staat in de bestsellerlijsten.

Illustratie Emmelien Stavast Illustratie Emmelien Stavast

Welk boek bent u nu aan het lezen?

„Ik ben net aanbeland bij het Afrikadeel van De onderwaterzwemmer van P.F. Thomése. Thomése is iemand die ik bewonder. Leg je De onderwaterzwemmer, het hilarische Het bamischandaal en zijn elegante rouwroman Schaduwkind naast elkaar en kras je de auteursnaam weg, zou je zeggen dat het om drie boeken van verschillende auteurs gaat. Ik ben al blij dat ik na een kleine 30 jaar schrijven één eigen stijl heb ontwikkeld. Thomése heeft er gewoon vijf.”

Waar leest u het liefst?

“In een stil, leeg huis. Maakt me eigenlijk niet zo heel erg uit, als er maar geen afleiding is. Geen treincoupé dus. Ik probeer altijd zo aandachtig mogelijk te lezen, met potlood in de aanslag, om zinnetjes die ik mooi vind te onderstrepen. Dat doe ik bij alle boeken die ik lees, nu ook bij De onderwaterzwemmer. Als ik vastzit tijdens het schrijven pak ik geregeld een boek uit de kast en blader ik het even door, op zoek naar die potloodstrepen. Vaak helpt me dat weer op gang te komen.”

Welke schrijver benijdt u?

“Marcel van Roosmalen en Martin Bril. Zij zijn origineel, trouw aan zichzelf. En hebben een bedrieglijke schrijfstijl. Als je hun stukjes leest denk je: dat kan ik ook. Hoe moeilijk het is bleek jaren geleden, toen er een Martin Bril-wedstrijd werd uitgeschreven: mochten mensen een column in de stijl van Bril schrijven. Het lukte niemand. Bril, Van Roosmalen: zijn weten van niets, iets te maken. Misschien wel het moeilijkste dat er is.”

Wanneer stopt u met het lezen van een boek?

“Als het werk wordt. Ik voel me niet verplicht om een bord leeg te eten als het eten niet lekker is. Vaak heeft het te maken met schrijfstijl. Als iemand als een hark schrijft, haak ik af.”

Bestaat er een essentieel onderdeel dat iedere goede roman bezit?

“Een goede schrijfstijl en een originele invalshoek. Stilistische kracht kan een matig verhaal redden. De Amerikaanse journalist Joseph Mitchell was daar goed in. Zijn verhalen gaan over objectief oninteressante mensen: circusartiesten, kindsterretjes, stamgasten van de oudste kroeg in New York. Maar Mitchell schrijft zo mooi over die mensen, dat ik zijn verhalen voor mijn plezier blijf lezen.”

Welk boek moet iedere ouder aan zijn kind voorlezen?

“De boeken van Annie M.G. Schmidt zijn waarschijnlijk het beste: die gaan al zo lang mee. Maar mijn kinderen zijn de baas bij het voorlezen. Of het nu om populair werk is als Dolfje Weerwolfje of de boeken van Simon van der Geest gaat: negen van de tien keer weet ik niet wat ik aan ze voorlees. Ik wil mijn kinderen geen boeken opdringen. Ik zorg er gewoon voor dat we zoveel mogelijk mooie boeken in huis hebben. Mogen zij de rest doen.”

Wat is volgens u de beste boekverfilming?

“Ik volg de omgekeerde weg: ik zou graag het boek lezen achter Vlinders in een duikerpak. Die film heb ik laatst gezien en is gebaseerd op een boek van Jean-Dominique Bauby. Door een beroerte kreeg hij het locked-in-syndroom. Het enige lichaamsonderdeel dat hij daarna nog kon bewegen was zijn linkeroog. Toch lukte het hem toch om zijn levensverhaal op te tekenen. Met dank aan zijn verpleegster, die hem letters uit het alfabet liet zien en de gewenste letter noteerde zodra Bauby met dat nog werkende oog knipperde.”

“Er zit een schitterende voetbalscène in die film. Op het moment dat Bauby vanuit zijn ziekenhuisbed een belangrijke Franse wedstrijd zit te kijken, stapt er een doktersassistent zijn kamer binnen om het infuus te verversen. Op weg naar de uitgang loopt hij langs de televisie en strekt zijn arm uit. Baudy schreeuwt in gedachte uit: niet de televisie uitzetten! Uiteraard gebeurt dat wél. Pijnlijke humor. Ik heb er erg om moeten lachen.”

Wat is uw favoriete literaire karakter?

“Raoul Duke, de alter ego van de Amerikaanse journalist Hunter S. Thompson. Duke is een losgeslagen journalist die op avontuurlijke wijze aan zijn verhalen komt. Duke komt nadrukkelijk naar voren in die verhalen. Het is een vorm van participating journalism die eigenlijk haaks staat op mijn manier van werken. Ik blijf juist overal buiten. Dat is bij Topshow soms wat onnatuurlijk. Ik heb bij veel conflicten in het boek, tussen Rene van der Gijp en Johan Derksen bijvoorbeeld, vaak een rol van betekenis gespeeld. Ik was altijd een beetje de spons tussen alle ego’tjes. De buffer tussen explosieve karakters. Toch heb ik mijzelf uit het verhaal gelaten. Laat mij maar gewoon observeren.”

Wie is uw favoriete schrijver?

“De Amerikaanse journalist Gay Talese. Hem bewonder ik om de elegantie van zijn zinnen. En omdat hij net als ik graag observeert. Hij beschrijft zijn onderwerpen vaak aan de hand van kleine gebeurtenissen en van mensen die door andere, traditionele journalisten zouden zijn genegeerd. Beroemd is zijn portret van Frank Sinatra, waarvoor hij alleen de mensen om de zanger heen sprak. Iets vergelijkbaars bij hij in zijn verhaal over een grote bokswedstrijd in Madison Square Garden in New York. Daarin licht Talese de man uit die decennia lang de wedstrijdbel rinkelt. Die originele invalshoek mondt uit in een geweldig boksverhaal. Wat opvallend is. Want er komt geen stoot in het stuk voor.

“Ook het motto van Talese is geweldig: the fine art of hanging around. Daar geloof ik erg in. Net als Talese wil ik in alle rust mijn subject kunnen volgen, een beetje rondhangen, uren met iemand doorbrengen.En dan het liefst met een sporter die een worsteling heeft moeten doorstaan, die pieken en dalen heeft gekend. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in verliezers. Martin Bril zei ooit: succes is een saai verhaal. Het is uiteindelijk veel interessanter als er ergens iets mis gaat, dan wanneer alles lukt.”

Herleest u boeken?

“Heel vaak, zowel voor mijn plezier als ter inspiratie. Ik ben ermee begonnen na het lezen van Scott Fitzgeralds The Great Gatsby, die ik ongeveer vijftien jaar geleden naast een zwembad in Italië las. Toen ik het uithad, baalde ik daar zo van dat ik direct opnieuw ben begonnen. Het boek heeft iets heel elegants. Geen enkel woord staat op verkeerde plek, iedere zin doet ertoe. Het boek is ontdaan van iedere balast. Als ik met schrijven in de knoop zit, sla ik geregeld even The Great Gatsby open. Fitzgerald geeft me inspiratie.”

Zit er een systeem in uw boekenkasten?

„Sport staat links en de rest staat rechts. En de boeken waar ik me voor schaam staan helemaal onderin.”

Wat is het ergste dat u ooit met een boek hebt gedaan?

„In 25 jaar Europa Cup, een voor mij belangrijk boek uit mijn jeugd van Ed van Opzeeland, heb ik als jong jongetje alle vermeldingen van de Italiaanse voetbalclub ‘Internazionale’ doorgestreept en vervangen door een handgeschreven ‘Inter Milan’. Heel irritant en betweterig. En nog fout ook, zo bleek. Het moet gewoon ‘Internazionale’ of ‘Inter’ zijn.”

“Een ander boek uit mijn jeugd, De Wondere Wereld van het Topvoetbal van Hans Molenaar, heeft me nog een mooi verhaal opgeleverd. In een fotobijschrift bij Garrincha, een van de beste voetballers die Brazilië ooit heeft voortgebracht, stond dat hij een van zijn vele kinderen in Zweden woonde. Dat detail is me altijd bijgebleven. Jaren later vond ik in de boekenkast van oud-Feyenoord spits Ove Kindvall een boek over alternatieve voetbalplekken. Met de vermelding van het plein waar de Zweedse zoon van Garrincha worsten verkocht. Ik ben er direct heen gevlogen, om vier dagen met hem op te trekken. Het verhaal over die dagen stond enige jaren geleden in de Kerstspecial van Voetbal International. Het vindt zijn oorsprong in dat gekke boek van Van Opzeeland.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

„Thomas Dekker heeft in Jinek gezegd mij als zijn ideale biograaf te zien. Wie weet. Zijn levensverhaal zou best eens een interessant boek kunnen opleveren. Hij is, net als Wim Kieft, iemand die de belofte niet helemaal heeft kunnen inlossen. En van de boeken die ik tot nu toe heb geschreven, beschouw ik Kieft als de enige écht geslaagde. Daar heb ik het maximale uitgehaald: het verhaal klopte, Kieft had mijn oprechte interesse en het klikte heel erg tussen ons.”

“Ik weet overigens vrij weinig over de wielerwereld. En dat kan in mijn voordeel werken. Topshow was moeilijk om te schrijven. Wat anderen zien als krankzinnig gedrag, ben ik normaal gaan vinden. Als ik me in een andere wereld ga begeven, is de verbazing plots weer fris.”

Welke schrijver is ten onrechte in de vergetelheid geraakt?

„Meer mensen zouden wat mij betreft Cherry Duyns mogen lezen. Die heeft hele mooie dingen geschreven. Verhalen over gastarbeiders die elkaar op zondag op perrons ontmoeten. Mooie kleine beschouwingen.”

Welk boek hebt u tot uw eigen schande nog niet gelezen?

De eeuw van mijn vader van Geert Mak. Ben nu bezig in Reizen zonder John, en dat bevalt me uitstekend. Wil meer van hem lezen.”

Wat is het eerste boek dat u als kind las? Dat u zich kunt herinneren tenminste..

“Ik heb op 10-jarige leeftijd eens in een middag Oorlogswinter van Jan Terlouw uitgelezen. Dat was magisch. De eerste sensatie van hoe krachtig een boek kan zijn.”

Wat is het eerstvolgende boek dat u gaat lezen?

Babbit van Lewis Sinclair. Ik heb het laatst van mijn vader gekregen, maar ik weet er helemaal niets van. Mijn moeder heeft het gepresteerd om mijn op cruciale momenten belangrijke boeken gegeven. Spel om de Bal van Desmond Morris 25 jaar Europa Cup bijvoorbeeld, een boek dat ik nog steeds koester, kreeg ik van haar. Wie weet lukt mij vader hetzelfde. Ik laat me graag verrassen.”