Taart van lila

Ze is een geboren taartenbakster, die van kinds af aan geleerd heeft taart te bakken met wat voorhanden is. Dat kweekt inventiviteit en vertrouwen in eigen kunnen. Ditmaal had ze helgele pruimpjes (die ze te zuur vond om zo te eten) in hun geheel op het deeg gelegd met daaronder wat appel en tussen de pruimen in reepjes gesneden gedroogde vijgen om de taart op te sieren. Zoet en zuur waren goed in balans waarbij de appel voor enige smeuïgheid zorgde en de gedroogde vijgen door het bakken lichtkrokant waren geworden. Heel verrukkelijk! Haar combinatie heb ik nageaapt, al had ik geen appel en weekte de vijgen in witte wijn. In beide gevallen levert het taart op om voor thuis te blijven.

Bereiding: Snijd de gedroogde vijgen in smalle reepjes en week ze 12-24 uur in 2 dl droge witte wijn; laat ze voor gebruik goed uitlekken en bewaar het weekvocht. Doe bloem, suiker, zout en roomboter samen in een kom en snijd er met een deegkruimer (goede keukenwinkel) of met twee messen de boter doorheen tot een fijnkruimig mengsel is verkregen. Sprenkel er lepelsgewijs witte wijn over terwijl het kruim met een vork wordt omgewoeld totdat het zich bijeen laat voegen tot een bal. Laat de deegbal, in plasticfolie gewikkeld, 12-24 uur rusten in de ijskast. Laat het deeg op kamertemperatuur komen alvorens het uit te rollen tussen twee met bloem bestoven vellen plasticfolie tot een niet al te dunne deeglap. Vet de taartvorm dun in met boter, stuif er een waasje bloem over en bekleed de vorm met het deeg. Leg de pruimen (niet ontpitten) in concentrische cirkels en met tussenruimte op het deeg. Leg de reepjes vijg tussen de pruimen.

Bak de taart 35 minuten in een voorverwarmde oven (210° C), of tot het deeg goudbruin is. Terwijl de taart bakt, wordt van het achtergehouden weekvocht (circa 1 dl) met marmello gelei gemaakt (zie gebruiksaanwijzing). Lepel de nog stroperige gelei zodra de taart uit de oven komt over de in reepjes gesneden vijgen en plekjes die wat glans behoeven.