Sanering Opel zal duizenden banen kosten

Het zwaar verlieslijdende autoconcern Opel in het Duitse Rüsselsheim zal 15 procent van zijn productiecapaciteit afstoten en daarmee duizenden banen schrappen om in 2003 weer winstgevend te worden.

Het saneringsplan kost Opel 1 miljard euro en moet de komende twee jaar ten minste 2 miljard euro aan kostenbesparingen opleveren. Dat maakte Carl-Peter Forster, sinds april topman van Opel, gisteren op een persconferentie in Rüsselsheim bekend.

Opel, dochter van het Amerikaanse General Motors, het grootste autoconcern ter wereld, leed vorig jaar bijna 900 miljoen mark verlies. Voor dit jaar wordt gerekend op 500 miljoen mark verlies. Opel heeft een overcapaciteit van 350.000 auto's. Definitieve maatregelen volgen pas eind volgende maand. De vakbonden verzetten zich tegen de sluiting van een van de acht assemblagefabrieken van Opel.

Gespeculeerd wordt over de fabriek in Antwerpen, waar 6.000 werknemers 300.000 Opel Astra's per jaar bouwen. In plaats van 2,2 miljoen zal Opel voortaan nog maar zo'n 1,8 miljoen auto's per jaar maken. Sluiting van de fabriek in Antwerpen zou de geplande capaciteitsvermindering in één klap verwezenlijken. Maar het is ook mogelijk dat Opel besluit om in al zijn vestigingen te saneren. Opel heeft buiten Duitsland en België fabrieken in Spanje, Portugal en Polen. Ook het Zweedse Saab, eveneens een dochter van GM, zou in het saneringsplan worden betrokken.

Eind vorig jaar besloten GM en Opel de fabriek in het Britse Luton te sluiten, waar 3.000 mensen werken. In Duitsland werkt bij Opel nog 40.000 man. Tot voor kort waren dat er 3.500 méér.

Behalve vermindering van de productiecapaciteit wil Opel ook het aantal dealers in Duitsland halveren. Bovendien wordt overwogen de lonen van de werknemers te verlagen door te schrappen in de incidentele looncomponent.