Russische klank in balans

Het Moskou Symfonie Orkest verving gisteravond in de Serie Zomerconcerten van het Amsterdamse Concertgebouw het Nationaal Symfonie Orkest van Litouwen, dat afzegde wegens financiële problemen. Zo was er na alle jeugdorkesten de laatste week weer eens een echt orkest te horen. Niettemin zijn de vaak verrassend goed spelende jeugdorkesten uiteraard zeer nuttig voor het opdoen van ervaring door getalenteerde jonge musici en daarmee zelfs essentieel voor de toekomst van het symfonische concertleven.

Maar een echt orkest, met ervaren musici en goed op elkaar ingespeelde musici en een eigen klankcultuur, dat is iets van een andere orde. Het Moskou Symfonie Orkest had voor dit onverwachte en zeer succesvolle optreden een deel van het instrumentarium geleend: de bassen en de harp bij het Haagse Koninklijk Conservatorium, de celesta bij het Koninklijk Concertgebouworkest.

De Russen speelden een geheel Russisch programma onder leiding van de zeer overtuigende Arthur Arnold, een tot zijn twee vorige optredens in het Concertgebouw veertien dagen geleden geheel onbekende Nederlandse dirigent. Arnold is cellist – hij speelt dezer dagen mee met het Nederlands Philharmonisch Orkest – en als dirigent is hij onder andere een leerling van Hans Vonk en Jean Fournet. Hij dirigeert verder in Polen, Zuid-Korea en Canada.

Arthur Arnold straalt rust uit en vanzelfsprekend gezag, hij dirigeert het grote repertoire in grote stijl en in kalme tempi die de typisch Russische klank van het orkest in het Moderato dankzij een uitstekende balans lieten opbloeien. Zo klonk het begin van Rachmaninovs Tweede pianoconcert langzaam golvend en zwaar donkergrijs deinend met de snellere passages als witte spetterende schuimkopjes. De bijzondere klankcultuur van de Moskouse musici bleek ook in het Adagio sostenuto, waar fluit en klarinet elkaar afwisselen en overlappen in eindeloze weemoed.

Irina Plotnikova, succesvol op verschillende pianoconcoursen, was een voortreffelijke soliste, integer en ingetogen. Het beroemde stuk kan tegen meer visuele en hoorbare extravertie, maar Plotnikova's sobere, intense behoedzaamheid, de droevige ondertoon en de subtiel sprankelende passages maakten deze vertolking juist extra bijzonder.

Na uitstekende uitvoeringen van Ljadovs Het betoverde meer (feëriek en Debussyaans) en de suite uit Strawinsky's De vuurvogel (vanavond ook op het programma bij het Koninklijk Concertgebouworkest), waren er voor het enthousiaste publiek nog drie toegiften: de wals uit Maskerade van Chatsjatoerian, de salon-zigeunermuziek Romance van Sveridov en de pas-de-deux uit De notenkraker van Tsjaikovski. Volgend jaar keert het Moskou Symfonie Orkest terug in de Zomerconcerten, uiteraard onder leiding van Arthur Arnold.

Concert: Moskou Symfonie Orkest o.l.v. Arthur Arnold m.m.v. Irina Plotnikova. Gehoord: 15/8 Concertgebouw Amsterdam.