Raad van elf krimpt: `verdomd zuur'

Het bestuur wordt ingekrompen. De consensus-cultuur verdwijnt. Topman Groenink van ABN Amro slikt diverse doelstellingen in.

Tien jaar na de fusie van ABN en Amro Bank gaat de bank ook bezuinigen op de uitgedijde raad van bestuur. Ook daar blijken mensen misbaar te zijn.

,,Een residu van de fusie wordt opgeruimd'', zegt een kenner van het Nederlandse bankleven. Drie bestuurders vertrekken eind van dit jaar, maar blijven bij de bank in een soort ambassadeursrol. Zij ondersteunen het ,,van harte'', maar zij vinden het zelf ,,verdomd zuur'', erkende bestuursvoorzitter R. Groenink vanochtend.

Bij de ABN-Amrofusie in 1991 werden de twee topgremia gewoon samengevoegd. Het resultaat? Een raad van elf, zoals het bestuur door een van de toenmalige leden zelf geringschattend werd aangeduid. Vorig jaar werd de raad van zeven naar tien man uitgebreid, nu komt de definitieve krimp.

Banken zijn van oudsher gek op grote raden van bestuur, die als collectief optreden. ,,Dat is de consensuscultuur'', zegt de eerder genoemde kenner. ,,Bankiers doen alles in commissies, dus is de top van de bank ook een commissie.'' Het bestuur van een bank was afgestemd op de aard van het bedrijf: log, solide uitstraling én: hoe meer bestuurders hoe meer grote klanten door een bestuurder zelf ,,bediend'' konden worden.

Groenink, die in mei vorig jaar eerste man werd, heeft gebroken met het collectieve bestuur. Hij is meer een chief executive officer naar Amerikaanse snit, die de teugels zichtbaar en strak in handen heeft.

De inkrimping van de raad van bestuur volgt op de drastische reorganisatie in het Nederlandse kantorennet. Driekwart van het personeel krijgt te horen dat zij misbaar is, een kwart (meer dan 6.000) verliest zijn baan. ,,Het raakt ons nu ook zelf'', zei Groenink vanochtend bij de presentatie van de cijfers over het eerste halfjaar: een 19 procent lagere winst voor belastingen van ruim 2 miljard euro.

Hij stak de hand in eigen boezem over de ambitieuze doelstellingen die de bank vorig jaar formuleerde. ,,We hebben ons in ons enthousiasme laten verleiden tot afgeleide doelstellingen voor waardecreatie. Dat hadden we natuurlijk niet moeten doen.''

Gevolg is dat de bank binen een jaar diverse streefcijfers al weer inslikt. De ambities voor winst per aandeel, rendement op eigen vermogen en omzetprognoses per divisie worden ingetrokken. Het streven naar waardeverdubbeling van het aandeel binnen vier jaar wordt eveneens verlaten.

De enige maatstaf die blijft bestaan is de `peer group' van twintig branchegenoten waaraan ABN Amro zijn beursprestaties spiegelt. Vanaf 2002 zal het concern ieder jaar vernieuwde doelstellingen per jaar naar buiten brengen.

Tegenover de malaise op de financiële markten, de oplopende risico's in kredietverlening en de inzakkende economische groei staat dat de rentemarge, het verschil tussen wat klanten moeten betalen en spaarders ontvangen, verbetert. In de eerste zes maanden gingen de rente-inkomsten met iets meer dan 9 procent omhoog naar ruim 4,9 miljard euro.

Tegen de achtergrond van de gedempte verwachtingen deed Groenink zijn best ABN Amro beter neer te zetten als een conservatieve financier met een stabiele inkomstenstroom. De afdeling bedrijfskredieten moet de komende drie jaar rondkomen met 20 procent minder eigen kapitaal. De minder risicovolle zaken met particulieren, van sparen tot verkoop van levensverzekeringen en beleggingsfondsen, zijn de ,,strategische kern''. Dat is waar beleggers wel geld voor willen betalen.