`Marktkoopman word je niet, dat bén je'

Mensen inpakken met welsprekendheid. Dat is de kunst van de standwerker. John Meijering bleef op de lagere school drie keer zitten, hij heeft geen enkel diploma. Maar als marktkoopman slaagde hij met glans. ,,Een standwerker moet stront als bloemenmest kunnen verkopen.''

Spelenderwijs brutaal kunnen zijn. Voor een standwerker is dat een eerste vereiste, zegt John Meijering (51). De marktkoopman stond als kind al nooit met zijn mond vol tanden. Zijn leraar op de lagere school vroeg hem eens hoeveel zeven keer drie is. `Tweeëntwintig, meester'. Toen de leraar hem vervolgens de les las, sprak Sjonnie als een echte Pietje Bell: `Als u het zelf zo goed weet, waarom vraagt u het mij dan?'

Als kind vond hij het al heerlijk om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Hij droomde van het theater en kende op zijn vijftiende tienduizend moppen uit zijn hoofd. ,,Wat Youp van 't Hek kan, kan ik ook. Als het moet klets ik twee uur over deze aansteker, en dan koop je hem ook nog.'' Mensen inpakken met welsprekendheid, het is de kunst van de straatventer. ,,Een vrouw van zeventig moet je lijmen. Ik noem ze `lieverd' of `schat'. Dat hebben ze thuis misschien al in geen dertig jaar gehoord.''

Handelsgevoel kreeg de zoon van een veehandelaar van huis uit mee. ,,Ik heb zelfs geen zwemdiploma. Maar wat maakt het uit. Je kunt handelsschool doen, een rits cursussen volgen, marktkoopman word je niet, dat bèn je.''

Op de lagere school bleef hij drie keer zitten. Op zijn twaalfde, in de vijfde klas, vond hij het welletjes. Als keukenhulp begon hij aan boord van een koopvaardijschip. ,,Mijn leraar zei altijd, van jou komt niks terecht. Nou, die sukkelaar gaat nog steeds op de fiets en ik rij al jaren in een Mercedes.''

Na vijf jaar varen trad hij bij Lou de Palingboer in dienst. De legendarische visverkoper, die landelijke bekendheid verwierf als sekteleider, leerde hem de fijne kneepjes van het vak. Na een jaar kistjes sjouwen begon Meijering op zijn negentiende voor zichzelf. ,,Lou ging om drie uur 's middags altijd plassen. In werkelijkheid ging hij naar de kroeg. Dan stond ik aal te verkopen. Na een tijdje dacht ik: wat hun kennen, kan ik ook. Op de markt word je snel wijs.''

Hij ging van start met stofzuigermondstukken die hij op de Huishoudbeurs had ontdekt. Acht gulden inkoop, 35 gulden verkoopprijs en heel geschikt om honden- en kattenharen uit tapijt te verwijderen. ,,Je kon toen goud verdienen op de markt. Mensen waren nog niet zo bijdehand en namen snel iets van je aan.''

Potjes beschimmelde zinkzalf, bedorven makrelen, dadels met maaien – een standwerker moet stront als bloemenmest kunnen verkopen, stelt Meijering. Met smaak vertelt hij anekdotes uit de tijd dat de Keuringsdienst van Waren nog niet op de markt controleerde. Het kon hem destijds niet schelen of mensen misschien ziek werden van zijn handelswaar. Als een klant met maden in zijn snor van zijn bedorven dadels stond te snoepen, moest hij alleen maar lachen. Als hij een moeilijk vrachtje had, vroeg hij de marktmeester gewoon om een donkere stek. En als hij `los' was, ging hij er nog voor de lunch als een haas vandoor. ,,Nooit heb ik klachten gehad. Ik heb denk ik mijn gezicht mee. Ik kan alles tegen mensen zeggen, ze moeten altijd om me lachen.''

Achttien jaar lang stond hij met vlekkenzeep op de markt. Tubes Didisep, twee kwartjes inkoop, een tientje verkoop. Op goede dagen verkocht hij er driehonderd van. Om klanten te overtuigen smeerde hij zijn witte overhemd in met inkt. Wateroplosbare inkt, maar dat hoefde niemand te weten, zegt Meijering. Ook verkocht hij jarenlang schoensmeer, samen met zijn toenmalige compagnon Jos van den Berg. ,,Zo'n koppel was op de markt nog nooit geweest. Wij waren Johnny & Rijk en de Mounties tegelijk. Altijd dollen. Soms stonden er honderden mensen naar ons te luisteren.''

In zijn toptijd, in de jaren zeventig, verdiende hij vijf ton per jaar. Als hij zuinig had geleefd, had hij het op z'n veertigste kunnen rentenieren in Spanje. Maar de oud-kampioen standwerken is nu alleen in zijn hart miljonair. ,,Ik ben altijd een jongen van het mooie leven geweest. Al zie ik er nog goed uit, ik heb geleefd als iemand van driehonderd jaar. De kroeg en het casino waren vroeger mijn hobby's. Dure hobby's; mijn vroegere kasteleins zullen van mijn centen nu wel op de Canarische eilanden zitten.''

Sinds een jaar of tien leeft hij serieuzer. Maar de gouden tijden op de markt zijn voorbij. De regels zijn strenger geworden, de belastingdienst houdt marktkooplui beter in de gaten, en de mensen zijn minder goed van vertrouwen. Niet langer trekt hij met zijn verkoopconferences een groot gehoor. ,,Vroeger gingen mensen met een wandelkaart over de markt. Nu rent iedereen.'' Bovendien is de klandizie veranderd. Op de markt in Den Haag is tachtig procent allochtoon. ,,Die mensen begrijpen onze humor niet. Bovendien willen ze altijd afdingen, dat is lastig werken.''

Meijering prijst geen vlekkenzeep, schoensmeer of bedorven makreel meer aan. Ginseng-crème is sinds drie jaar zijn nieuwe basisartikel. Een ,,bloedserieus'' kruidenproduct tegen onder meer luieruitslag, zweetvoeten en zwemmerseczeem. `Ontdek het zelf... De natuur heeft altijd gelijk!', staat in een verkoopfolder.

Zijn vrouw staat dagelijks met de flacons ginseng-crème van veertig gulden op de markt. Meijering zelf zoekt af en toe de spanning van een nieuw product. Onlangs reed hij in zeventig uur op en neer naar Alicante om een contract te sluiten met een Spaanse spelletjesfabrikant. Hij kocht tweeduizend plastic tonnetjes met daarin een magneet aan een elastiekje en vijftien blikken dekseltjes met afbeeldingen van de verschillende Euro-biljetten en -munten. ,,Mevrouw, heeft u de kinderbijslag al gehad?'', vraagt Meijering op de markt in Vlaardingen aan een jonge moeder. ,,Met dit spelletje leren uw kinderen spelenderwijs het nieuwe geld kennen.''

De komende drie jaar wil de standwerker Nederland, België en Duitsland met het spelletje ,,volduwen''. Maar in Vlaardingen lopen de zaken niet naar wens. Het is koud en nat, geen enkele passant heeft zin om stil te staan. Aan het eind van de middag heeft hij tien spelletjes verkocht, net genoeg om het sta-geld, de benzine en zijn broodjes van te betalen. Maar met mooi weer, zegt de koopman, had hij ,,zomaar honderd tonnetjes'' kunnen slijten.

Meijering beseft van een uitstervende soort te zijn. Welke marktkoopman rijdt nog zelf naar Zuid-Spanje om verse handel op te halen? In Nederland staan bij de marktverenigingen meer dan tweeduizend standwerkers ingeschreven. Daar zijn volgens Meijering hooguit tien ,,echten'' bij, die met mooie verhalen hun waar aanprijzen. ,,De meesten hebben stille handel, portemonneetjes, horloges en andere uitzoekwaar.''

Met drie mobiele telefoons van hot naar her rijden, het is een hard bestaan, zegt Meijering. ,,Ik werk honderd uur in de week en rijd 120.000 kilometer per jaar. Soms gaat het goed, maar vaak genoeg heb ik ook zeperds.'' Het weer kan tegenzitten en soms heeft hij pech. Standwerkers moeten bijvoorbeeld loten voor een plekje op de markt. Het komt voor dat twintig standwerkers dingen naar slechts twee plaatsen.

Het vak heeft meer rotkanten, zegt Meijering. ,,Er is veel haat en nijd. Als je veel verdient en in een dure auto rijdt, ben je een getapte gozer. Maar heb je een oude auto en bezit je geen dubbeltje, dan behandelen ze je als Jan Boezeroen. Maar veel marktkooplui doen zich dikker voor dan ze zijn. Met hun dure leaseauto's zitten ze vaak dik in de schulden.''

Meijering hoopt dat zijn zoons hun school afmaken en dat ze daarna niet de markt opgaan. Zelf wil hij over tien jaar alsnog in Spanje gaan wonen. Veel zon en elke dag een vers stokbroodje bij het ontbijt, hij verheugt zich er nu al op. En om nog wat te verdienen, gaat hij daar wel met een leuk kinderartikel op een boulevard staan. Niet dat hij Spaans spreekt. Waar is dat voor nodig, vraagt Meijering. ,,Zet mij midden in China neer en ik doe ook goede zaken.''

Dit is de zesde en laatste aflevering van een serie over handel. Eerdere afleveringen verschenen op 30 juni, 10, 17, 24 juli en 9 augustus.