`Keurmerk voor contract jeugdspelers'

Minister Korthals (Justitie) vindt dat er een keurmerk moet komen voor contracten met jonge voetballers van buiten de Europese Unie die in Nederland willen spelen. Daarbij gaat het om zaken als begeleiding, opvang, financiën en eventuele terugkeer.

Dit heeft Korthals geschreven in een brief aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat de controle op de nieuwe regels wordt gedaan door de KNVB en de Federatie van Betaald Organisaties (FBO) in samenwerking met de overheid.

De minister wil met het keurmerk voorkomen dat jeugdspelers van buiten de Europese Unie met zogenoemde `wurgcontracten' naar Nederland worden gehaald. Korthals heeft overigens niet het idee dat er grote problemen zijn met de Nederlandse regelgeving om jonge spelers naar Nederland te halen. Een ambtelijke werkgroep ging voor de bewindsman na of er gebreken waren aan de Nederlandse toelatingseisen. Uit hun onderzoek bleek dat de nationale regels voldoende blijken om misstanden bij transfers tegen te gaan.

Het probleem ligt met name bij sommige andere lidstaten van de Europese Unie. Binnen Europa gelden namelijk verschillende toelatingsregels voor spelers van buiten de Europese Unie. Daarom wil Korthals dat er in de EU een uniforme regeling komt. ,,Eenduidigheid in toelatingsregels voorkomt dat spelers jonger dan 18 jaar tijdelijk geparkeerd kunnen worden in een andere lidstaat'', stelt Korthals.

Het is in Nederland officieel niet toegestaan jeugdspelers buiten de EU in Nederland te laten werken. Alleen als er sprake is van een uitzonderlijk talent, kan voor een minderjarige sporter een tewerkstellingsvergunning worden afgegeven. Zo kreeg in het verleden bijvoorbeeld Ronaldo een vergunning om voor PSV uit te komen.

In de praktijk kunnen nog tal van mensen betrokken zijn bij een transfer, variërend van een familielid, advocaat tot fiscaal adviseur. Ook is het mogelijk dat een niet beëdigde makelaar erbij betrokken is, maar dat een erkende makelaar formeel de zaken afhandelt. Uit informatie van de FBO blijkt dat er in 1999 nog zo'n vijftig à zestig buitenlandse jeugdspelers in Nederland rondliepen. Op dit moment is dat er volgens de FBO slechts een tiental.

Volgens woordvoerder W. Weezenberg van de FBO zitten de clubs in het betaalde voetbal ,,niet te wachten op bussen vol met Braziliaanse voetballertjes''. Wel hebben de clubs volgens hem al tijden behoefte aan heldere criteria voor het vastleggen van jeugdige voetballers van buiten de EU. ,,Een keurmerk is misschien een beetje groot woord, maar het is goed als er citeria worden vastgelegd die vervolgens gecontroleerd worden'', zegt Weezenberg.