Het Ongewone Wonen

Voor veel mensen leidt het inrichten van een huis tot een deprimerende tocht langs woonboulevards, fileleed bij Ikea of de voorspelbare designmeubels van Jan des Bouvrie en de zijnen. Het kan ook anders. Wie een onderkomen met vorstelijke allure verlangt, belt een decorateur. Architectuur, stoffering, maatmeubels, kunst en antiek, alle zorg en keuzes worden uit handen genomen. Het huis als peperduur maatpak.

Voor iemand met ook maar een begín van stilistische eigenwaarde lijkt het onzinnig om het eigen huis te laten aankleden door een specialist. Toch groeit de kaste zwaarvermogenden zonder tijd - soms ook zonder smaak - die met onbeperkte financiële middelen aankloppen bij `de interieurspecialist'. Deze neemt niet alleen het verbouwingsleed uit handen, maar herschept de totale leefomgeving: meubels op maat, stoffen die speciaal voor de opdrachtgever worden ontworpen, kunst en antiek uit alle hoeken van de wereld. Over een paar nulletjes meer of minder wordt niet moeilijk gedaan.

Twee bekende namen in de wereld van het Ongewone Wonen zijn het in Amsterdam gevestigde internationaal opererende Brinkman-Fine Art and Antiques, Interior and Architectural Design en de rond Antwerpen gelegen bedrijven van Axel Vervoordt. Zowel Anne Paul Brinkman als Vervoordt zijn van oorsprong antiquairs en vinden de kwalificatie woondecorateur wat magertjes. Brinkman: ,,Ik houd niet van decors. Een decor associeer ik met iets vluchtigs, met een filmset, niet met een huis.''

In tegenstelling tot Vervoordt ontwerpt Brinkman ook huizen. Daarbinnen geeft hij vorm aan alles wat los en vast zit, zolang het maar in een huis past: van trappen tot deurklinken en van boekenkasten tot gordijnen. Het ideale huis is volgens hem een Gesamtkunstwerk waar de diverse disciplines tot iets moois kunnen komen. Zijn kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht vormt een aardige illustratie van dat streven. Lampen, tafels en kasten komen uit het eigen atelier, stoffen zijn gemaakt in een Ierse weverij die exclusief voor Brinkman werkt en het behang is maatwerk uit Frankrijk. Voor zijn klanten onder wie industriëlen, IT'ers en vastgoedbaronnen in met name Nederland, Frankrijk en Spanje koopt Brinkman regelmatig op internationale veilingen: ,,Zonder kunst is er geen leven. Kunst en interieur vormen voor mij één verhaal.'' Namen van klanten? Nee, geen namen.

Mensen die met Brinkman in zee gaan, moeten niet terugdeinzen voor een miljoen meer of minder. Maatwerk doet een aanslag op het banksaldo en een verbouwing kan best twee jaar in beslag nemen. Maar dan heb je ook wat. Een opdrachtgever die anoniem wenst te blijven en zijn Amsterdamse pand van de beroemde architect Philips Vingboons (1613-1678) door Brinkman onder handen liet nemen, liet onder meer een aantal weinig stijlvolle verbouwingen uit de jaren vijftig en zestig ongedaan maken. Vervolgens werd het geheel gerestaureerd op basis van de originele tekeningen van Vingboons. Om het historische karakter van het driehonderd jaar oude huis te behouden, moesten onder meer kabels, buizen en snoeren voor airco, alarminstallatie en verwarming aan het oog worden onttrokken. Een reusachtige, oude Lips-kluisdeur in het souterrain biedt nu toegang tot de wijnkelder, waar door middel van een ingenieus koelsysteem de Montrachets en Lafittes op verschillende temperaturen worden bewaard. Voor het maatbehang in de eetkamer werd het gewenste patroon afgestemd op plafond, deurkozijnen en kasten, in schetsvorm op papier gezet en vervolgens ingevlogen naar een firma in Hongkong die al sinds de achttiende eeuw handgeschilderd behang maakt.

In Brinkmans wereld draait het om het oog. ,,Ik ben opgevoed met unica. Mijn moeder en grootvader waren antiquair en hebben mij grootgebracht met een natuurlijk gevoel voor welke verhouding goed of fout is.'' Gevraagd naar een toelichting op zijn werkwijze houdt hij een wat mistig betoog waarin vaagheden als gevoel, emotie en energie om voorrang strijden. Even duister blijven de kosten en opdrachtgevers, die zich soms aan jaren durende bouw- en inrichtingsprojecten onderwerpen. Immers, zonder privacy geen zaken. Waar in internationale reportages over droomhuizen van modeontwerpers als Giorgio Armani en Karl Lagerfeld al in de eerste alinea zonder enige gêne zowel opdrachtgevers als kosten aan bod komen, lijkt de Nederlander die voor miljoenen laat vertimmeren nog immer bang voor onbegrip.

Met tweeëndertig medewerkers is Brinkmans bedrijf inmiddels uitgegroeid tot een soort school met een eigen, vrijwel onbenoembare stijl waar tal van kunst- en architectuurstromingen een plaats vinden. Er werken architecten, interieurontwerpers, kunsthistorici en vormgevers. Brinkman is niet echt gelukkig als iemand een door hem voltooid project omschrijft als `typisch Brinkman'. Het grootste compliment? Als een cliënt zegt dat het lijkt of zijn nieuwe onderkomen er altijd al was: ,,Een huis moet in de eerste plaats een liefdesuiting zijn van de persoon die er in gaat wonen.''

In de wereld van kunstobjecten en aankleding van fraaie huizen speelt de Belgische antiquair-decorateur Axel Vervoordt al decennia een Europese hoofdrol. De vijftig kamers in zijn twaalfde-eeuwse kasteel in 's Gravenwezel doen dienst als showroom waar het grootkapitaal kan komen kunstshoppen. Er staat wat Egyptisch stenen vaatwerk, een setje Renaissance bronzen uit Italië, een voorraadje 19de-eeuwse Engelse meubels en wat hedendaagse schilderijen. Vervoordt en zijn zoon Boris verhandelen Picasso's, antieke Chinese beelden en oude meesters als betrof het zeefdrukjes van Corneille. Onder zijn ordelijke bureau waakt een zes weken oude Braque-puppy. Eenmaal los van de lijn huppelt het dier onbezorgd over de glimmende houten kasteelvloer, rakelings langs beeldjes uit de twaalfde eeuw en een kast met vaasjes uit de Ming-dynastie.

Met een riant uitzicht over zijn kasteeltuin bestiert de kunsthandelaar zijn zakenimperium. Een drietal kunstkenners struint voor hem de wereld af en koopt kunstschatten op veilingen en uit nalatenschappen. Zelf gaat Vervoordt achter de kop- en topstukken aan en bezoekt hij tussen de bedrijven door per privé-jet zijn belangrijkste klanten. Soms doet hij op één dag drie huizen van één opdrachtgever aan: in Genève, op Corsica en aan de Côte d'Azur. Vervoordts klantenkring bestaat vooral uit extreem vermogende zakenmensen. Met sommigen van zijn klanten onderhoudt Vervoordt vriendschappelijke banden, zoals met popster Sting, die af en toe, na een aankoop, een nachtje blijft logeren op het kasteel. ,,Sommigen weten weinig van kunst of antiek, maar ze hebben wel een perfect gevoel voor authenticiteit.'' Zijn twintig beste klanten spenderen jaarlijks ieder zo'n één miljoen dollar aan kunst en antiek en bij velen is hij betrokken bij de inrichting van het tweede, derde of vierde huis.

Al aan het einde van de jaren zestig had de toen 21-jarige ondernemer Vervoordt een reputatie als connaisseur d'art. Hij restaureerde zestien voor de sloop bestemde Renaissance-huizen in het centrum van Antwerpen en presenteerde daar zijn omvangrijke kunstcollectie. In de jaren tachtig kocht hij het kasteel van 's-Gravenwezel waar expositieruimtes, kantoren en de dierbaarste stukken zijn ondergebracht. Vorig jaar voegde hij een voormalige mouterij in Wijnegem toe aan zijn imperium. Dit honderd jaar oude industriële complex van zo'n twintigduizend vierkante meter biedt nu onder de naam Kanaal onderdak aan zo'n veertienduizend stuks antiek. In onmetelijke loftruimtes staan banken waarop zich complete wielerploegen kunnen neervlijen, Engelse biljarttafels met de omvang van een poedelbad en kunstobjecten van drie eeuwen voor Christus. Zoon Boris Vervoordt runt het leven op Kanaal, terwijl mevrouw Vervoordt de designstudio voor stoffen en meubels op maat bestiert.

Kauwend op een selderiestronk uit eigen tuin zegt Vervoordt wel degelijk bestand te zijn tegen omgevingen waarin niets van zijn invloed of voorkeuren is terug te vinden. ,,Een huis moet vooral in harmonie zijn met degene die erin leeft.'' Er is veel lelijks dat hij toch boeiend vindt. Hij wijst op een boerenschragentafel, afkomstig uit een bergdorp: ,, Je kunt de sporen van eerdere gebruikers zien en voelen. De tijd heeft de tafel gerijpt. Een paar barsten en krassen vind ik aardig om te behouden, je moet zo'n ding niet perfect proberen te maken.''

Voor een buitenstaander heeft Vervoordts werk licht masochistische trekjes. Je koopt iets waar je warm voor loopt om het vrij snel daarna weer te verkopen. ,,Voor mij is de ontdekking het boeiendst. Na verkoop blijft een object toch nog een beetje van mij. Het weten dat het er is, is belangrijker dan het fysieke bezit.''