Het cabaret van Westerbork

Op de eerste rij zat steevast kampcommandant Gemmeker met gevolg. De hofnar ontbrak niet tijdens de revue in doorgangskamp Westerbork. ,,Meine Herren'', zo begon de pias ooit, ,,wir stammen Alle von Abraham... Verzeihung bitte: ab zweite Reihe allein.''

Het grapje van de `bonte dinsdagavonden', waar honderden joodse kampbewoners afleiding zochten, deed de volgende dagen de ronde in het kamp. Het lijkt, zoals Etty Hillesum in Brieven uit Westerbork schreef, van `een paljasachtige waanzin en treurigheid', dat er op de avond van de wekelijkse transporten naar de vernietigingskampen vertier werd geboden.

Tussen september 1943 en augustus 1944 werden er diverse revues opgevoerd onder leiding van de Berlijnse cabaretier Max Ehrlich en musicus Willy Rosen. Rond hen had zich een groep gevormd van professionele zangers, acteurs, komedianten, decormakers en technici die daar wellicht het beste cabaret van Nederland opvoerden. Kostuums van de beste stoffen, een moderne theaterverlichting, fraaie decors, zware rollen fluweel voor het theaterdoek kosten noch moeite werden gespaard om de revue zo professioneel mogelijk te maken.

Gemmeker stimuleerde het cabaret. Zo kon hij tonen wat er allemaal voor moois plaatsvond in zijn kamp. En voor de artiesten van deze `Gruppe Bühne' waren de uitvoeringen niet alleen een uitlaatklep, maar ook een middel om deportatie te ontlopen. Een baantje betekende vrijstelling van transport. Voor zolang het duurde. Want ook Ehrlich en Rosen werden later zonder pardon vergast.

Een van de artiesten was Louis de Wijze (nu 79) die in drie theaterrevues een kleine rol speelde. De vierde revue maakte hij niet meer mee hij werd in maart 1944 gedeporteerd naar Auschwitz, dat hij overleefde, net als Buchenwald, Langenstein en de dodenmarsen. De Wijze zette, in samenwerking met Herinneringscentrum Kamp Westerbork, tien liedjes uit de toenmalige revues op de cd `Cabaret in kamp Westerbork' die afgelopen weekend werd gepresenteerd voor oud-kampgevangenen en andere belangstellenden. De wijsjes en de teksten zaten al die jaren in zijn hoofd. Hij wilde de liedjes, waarvan hij alleen de refreinen kende, voor het nageslacht vastleggen.

Waarom pas nu, op 79-jarige leeftijd? De Wijze: ,,Het was nu of nooit. Ik ben nu bijna tachtig. Mijn stem is nog redelijk goed. En ik wilde het doen als eerbetoon aan al die geweldige artiesten.''

De Wijze arriveerde in oktober 1942 met zijn ouders en jongste zus in Westerbork, het doorgangskamp op de Drentse hei, van waaruit tussen 1942 en eind 1944 met 93 transporten 102.000 Nederlandse joden naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd. De Wijze had in schoolbandjes gezongen en deed auditie voor het kampcabaret van Ehrlich. Hij werd aangenomen en kreeg enkele rolletjes. De liedjes werden altijd verplicht in het Duits gezongen. Nederlands was verboden. De Wijze: ,,Gemmeker was bang dat er anders anti-Duitse passages in voorkwamen''

De cd is genoemd naar het openingslied `Auf der Heide nur kann ich glücklich sein'. Even cynisch was `De postkoets', waarin de vrouw van Willy Rosen onder meer zong: ,,Immer langsam... Wir haben noch lange Zeit, es ist noch nicht soweit!'' De Wijze vindt dit een van de mooiste liedjes.

De revues in Westerbork waren bij een deel van de bewoners omstreden. Philip Mechanicus schrijft in zijn dagboek In dépôt dat hij zich schaamt voor zijn `rasgenoten-in-de-ellende' die zich ,,op last van de Obersturmführer, die tuk is op gezellige avondjes, zo laf en karakterloos aanstellen.''

De Wijze kreeg die kritiek ook wel in het kamp voor de voeten geworpen. ,,Hoe kun je het doen? Hoe kon je er plezier in hebben om een revue op te voeren, terwijl het transport net was vertrokken, hoorde ik dan. Maar als je een baantje had, hoefde je voorlopig niet weg. Het gaf je veiligheid'', zegt hij tussen het signeren van de zeker 200 cd's door, die onmiddellijk werden verkocht.

De voorstellingen werden bezocht door zo'n 300 kampbewoners, die tien cent kampgeld neertelden voor een kaartje. Oud-kampgevangene Sam Stern (82) uit Hoogeveen ging indertijd niet naar de bonte dinsdagavonden: ,,Ik had geen zin in cabaret onder die omstandigheden.'' De cd heeft hij ook niet gekocht. Wat hij van het initiatief vindt? ,,Ach, ik ken Louis de Wijze goed, heb nog met hem gevoetbald in het kamp. Als hij dit wil, moet hij dat weten. Daar doe ik geen uitspraak over. Toen interesseerde het me niet en nu nog niet.''