Het best bewaarde geheim van Den Haag

Jarenlang was het Museum Mesdag een stoffige bedoening, waar bijna geen bezoekers kwamen. Conservator Maartje de Haan is druk bezig dat te veranderen.

,,Door Nederlandse collega's ben ik vaak gefeliciteerd als nieuwe directeur van het Panorama Mesdag'', zegt kunsthistorica Maartje de Haan (37), sinds 1 mei conservator-manager van het Museum Mesdag in Den Haag. Iedereen kent het Panorama aan de Zeestraat, het levensechte, levensgrote vergezicht op Scheveningen van Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). Maar het privé-museum van de schilder, om de hoek, kent niemand. `Het best bewaarde geheim van Den Haag', wordt het wel genoemd, of een `oase van rust'. Van die reputatie wil De Haan liever af. Een geheim zijn is nergens goed voor.

Het Museum Mesdag herbergt de privé-collectie kunstwerken van Mesdag en zijn vrouw, Sientje van Houten. Het paar begon rond 1864 met verzamelen en schafte in dertig jaar tijd zo'n 800 werken aan, waarvan er nu nog 350 bijeen zijn. Mesdag verzamelde gericht: hij kocht werk van collega's uit de Haagsche School, de groep buitenschilders waar hij zelf toe behoorde, en van zijn Franse voorbeelden uit de School van Barbizon. Zijn aankopen deed Mesdag aanvankelijk vooral ter lering en vermaak van hemzelf, maar toen hij in de jaren tachtig dankzij een erfenis en het succes van zijn Panorama een vermogend man geworden was, liet hij naast zijn huis een klein museum bouwen met enorme ramen voor veel daglicht. De tuin eromheen liet hij wild, zodat de kunst binnen en de natuur buiten een geheel zouden vormen. Verder tuigde hij zijn pand op met Perzische tapijten, Turkse portières, Japanse bronzen en keramiek.

Mesdag ging door met schilderijen kopen totdat elke kamer van het huis er tot de nok mee was gevuld. Hollanders als Isaac Israëls en Matthijs Maris en Franse meesters als Jean-François Millet en Eugène Delacroix werden kriskras door elkaar opgehangen. Bordjes met toelichtingen ontbraken; bezoekers kregen op zondagochtend een persoonlijke rondleiding van Mesdag. In een van de topjaren kwamen er 11.003. In 1903 schonk Mesdag museum en collectie aan de Nederlandse Staat.

Toen toenmalig directeur Ronald de Leeuw het Museum Mesdag in 1990 tot onderdeel van het Van Gogh Museum maakte, was er van de goede naam van weleer weinig over. In tegenstelling tot het Panorama Mesdag, dat jaarlijks zo'n 155.000 bezoekers trekt, kwam er geen kip. Het was verstoft en verwaarloosd en er werd al over sluiting gesproken. Maar De Leeuw en de zijnen hadden geld, en hun ambities waren torenhoog. Het naburige woonhuis van Mesdag werd opgekocht, alle kamers werden in stijl gerenoveerd en er kwam een immense catalogus met alle werken uit de collectie erin. De groots aangekondigde heropening in 1996 zorgde voor een kort golfje van aandacht bij pers en publiek. Daarna werd het weer stil. Vorig jaar kwamen er 8.000 bezoekers. De Haan vindt dat niet zo gek. ,,Het was hier dodelijk saai, er gebeurde niets dat prikkelde tot een tweede bezoek. Het Van Gogh heeft hier sinds 1996 niet één tentoonstelling georganiseerd. Er kwam twee keer per week een assistent-conservator langs, maar zijn aandacht en belangstelling lagen toch bij het Van Gogh. Dat is ook logisch. Ze kampen daar al met een krappe bemanning, en zo'n zustermuseum is dan wel erg ver weg.'' Zelf is ze sinds haar benoeming vijf dagen per week in haar werkkamer te vinden. Alleen voor vergaderingen gaat ze naar het Van Gogh. Ze wil het Mesdag-archief uit Amsterdam terughalen, ze wil een eigen bibliotheek en ze wil haar eigen briefpapier, want op het huidige staat `Museum Mesdag' nog veel te klein weggemoffeld onder een groot Van Gogh-logo.

Ook binnenshuis ontketende De Haan al een kleine revolutie. `Statische inrichtingen' als een nabootsing van het atelier van Sientje hief ze zonder pardon op: ,,Ik vond het niet mooi. Bovendien bleek lang niet alles authentiek.'' Uit een ander vertrek werd een kast met keramiek verwijderd, uit de Gouden Zaal een 17de-eeuwse tapijt, en zie: drie nieuwe expositieruimten waren geboren.

In het Mesdag moeten voortaan elk jaar vier tentoonstellingen plaatsvinden. Als eerste opent morgen Zomer in Mesdag, een selectie Haagse-School-landschappen die nu eens geen grauwe wolkendekken of woeste stormen, maar dagen met zon en groene weiden tot onderwerp hebben.

De tweede expositie, Interieur met dame, zal gaan over de portretten van mondaine vrouwen in luxe salons, zoals Albert Roelofs en Jan Toorop ze rond 1900 maakten. Ook hier is de verdere invulling publieksvriendelijk en speels: er worden `robes' en boeken getoond, er komen lezingen over de dames van toen en de dames van nu die rond de kerst komen kijken, kunnen zich in een fin de siècle-jurk hijsen, zich een klassiek kapsel laten aanmeten en zo, als heldin van Couperus of Frederik van Eeden, op de foto. Tegen die tijd moet ook de kille hoek met koffie-automaat zijn veranderd in een 19de-eeuws cafeetje met leestafel. En als er een topstuk uit de collectie gerestaureerd moet worden, gebeurt dat voortaan voor de ogen van het publiek, in een nog als werkplaats in te richten kamer.

Dit is hoe De Haan het wil: knus en kleinschalig, met tijd en ruimte voor details en verdieping van culturele kennis. Ze droomt van een groep trouwe, steeds terugkerende liefhebbers, niet van de horden anonieme bezoekers van het Van Gogh of het Panorama. ,,Ik ga werken met een Haagse vriendenkring, met Haagse sponsors en Haagse musea. Trambestuurders die hier stoppen moeten gaan zeggen: `Halte het Vredespaleis en het Museum Mesdag.' Als we hier eenmaal voet aan de grond hebben, volgt het buitenland vanzelf. Met onze collectie kun je overal voor de dag komen.''

`Zomer in Mesdag', T/m 28/10 in: Museum Mesdag, Laan van Meerdervoort 2f, Den Haag. Inl.: (070) 3621434. Dag. van 12-17 u, beh. maandag. Entree ƒ5,-